Doorzoek volledige site
05 december 2018 | MARC DUBOIS

Marc Dubois: "Vlaamse en Gentse Bouwmeesters zetten generatie aan basis vernieuwing Vlaamse architectuurlandschap in de kou"

Illustratie | Marc Dubois

De keuze van de Vlaamse en Gentse Bouwmeesters voor de Opera van Gent is een gemiste kans, zegt Marc Dubois in een column in De Standaard. Alsof in Vlaanderen niet genoeg talent voorhanden is om dit cultuurpatrimonium te renoveren.

Deze column is verschenen in De Standaard van 3 december 2018. Architectura.be kreeg toestemming van de auteur om de column te delen. 

De Standaard gaf een overzicht van de equipes die mogen deelnemen aan de vier architectuurwedstrijden voor Gentse projecten: het Design Museum Gent, het Gravenkasteel, het ICC en de Opera. De laatste opdracht is de grootste, geschat tussen 60 en 75 miljoen euro. Geen enkel bureau uit België mag deelnemen, het ontwerp wordt uitbesteed aan een buitenlandse architect. Sofie De Caigny van het Vlaams Architectuurinstituut stelde veel vragen bij de keuze van Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck. 

Dat Gent in sommige dossiers vooruit wil, valt te begrijpen. De uitbreiding van het Design Museum is een dossier dat al meer dan 25 jaar aansleept. Het is een pertinente vraag of het stadsbestuur, dat een grote inhaalbeweging moet maken voor de sociale huisvesting, nog centen zal vinden om vier projecten gelijktijdig op te starten. Iedereen weet het, de middelen van Gent en ook die van de Vlaamse Overheid zijn beperkt. Maar stel je eens voor dat men voor de renovatie van het Concert­gebouw in Amsterdam geen enkele architect uit Nederland zou inviteren. Het zou een nationaal schandaal zijn dat de voorpagina van de kranten zou halen.

Vindt de Bouwmeester dat wij in Vlaanderen en België geen expertise hebben om een operahuis te verbouwen? Zo’n argument houdt geen steek. Toen Robbrecht & Daem in 1999 werd gekozen voor het Concertgebouw in Brugge, had het bureau nog geen enkel dergelijk project op zijn cv staan. Maar Brugge kreeg wel een unieke zaal, akoestisch beter dan de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen, ontworpen door een Engels bureau. Vraag maar eens aan muzikanten en internationale dirigenten zoals Philippe Herreweghe welke zaal hun voorkeur geniet.
 

De kerk van Ronchamps
 

"Dit is geen pleidooi voor gesloten grenzen of voor een ‘eigen ­architecten eerst’-verhaal"


Het moet toch ooit de eerste keer zijn? Toen David Chipperfield de wedstrijd won voor de renovatie van het Neues Museum in Berlijn, had hij nog nooit zoiets gedaan. Het is een van de interessantste renovaties in jaren. Le Corbusier had nooit de opdracht mogen krijgen voor de kerk in Ronchamps, op zijn cv stonden geen ‘voorgaande’ referenties voor zulke opdrachten.

Verzamelde referenties zijn nog geen garantie op een waardevol ontwerp. Maar al te vaak moeten architecten hetzelfde soort projecten oplijsten, anders komen zij niet in aanmerking voor selectie. Hoe meer ­referenties je kunt aanvinken, hoe hoger de slaagkans om geïnviteerd te worden. Een beoordeling op volume en niet naar architectonische kwaliteiten.

Dit is geen pleidooi voor gesloten grenzen, of voor een ‘eigen architecten eerst’-verhaal. Wij moeten terug naar de eerste Vlaamse Bouwmeester Bob Van Reeth die voor de ‘Open Oproep’ opteerde voor één of twee buitenlandse bureaus en één zeer jong bureau binnen de selectie. Dit is redelijker en respectvol tegenover de architectuurscene in Vlaanderen. Kon de Vlaamse Bouwmeester echt geen Vlaams bureau vinden voor de Gentse Opera? Dat je zo’n opdracht niet aan een jonge equipe geeft, valt te begrijpen. Maar naast een jonge generatie zijn er toch ook interessante bureaus die bewezen hebben grote projecten aan te kunnen en kwalitatieve projecten tot stand te kunnen brengen.
 

Aansprakelijkheid

Recent koos de Bouwmeester voor een belangrijk cultureel project in Leuven ook voor vijf buitenlandse architecten gekoppeld met een ‘Vlaamse aanhang’. Hoe kun je zoiets verdedigen? Wanneer zal de Vlaamse Bouwmeester iets doen om de kansen voor architecten uit Vlaanderen internationaal te promoten? De hoeveelheid buitenlanders die in Vlaanderen kunnen bouwen, wordt nooit gecompenseerd met invitaties voor architecten uit Vlaanderen om deel te nemen aan wedstrijden. Daarbij wordt ook vergeten dat buitenlandse architecten juridisch safe staan en dat de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid in de eerste instantie door de ‘plaatselijke’ bureaus wordt gedragen. Volgens de regelgeving zijn de Belgische bureaus verplicht om verzekerd te zijn op het vlak van beroepsaansprakelijkheid, wat niet steeds het geval is in andere Euro­pese landen.

Je moet kansen geven aan jongeren, maar nu zetten de Vlaamse en Gentse Bouwmeesters de generatie die aan de basis lag voor een vernieuwing in het Vlaamse architectuurlandschap in de kou, terwijl hun werk aan de basis lag van de grote internationale interesse voor de architectuur in Vlaanderen.