Architectuur Depot en stad Maaseik presenteren eerste plannen voor ambitieus Museum aan de Maas

  • image
  • image

Na twee jaar onderzoek heeft het ontwerpbureau Architectuur Depot uit Maasmechelen de haalbaarheidsstudie voor het Museum aan de Maas in Maaseik afgerond. De oefening vertrok van een uitgesproken ambitie: een topmuseum dat het verhaal van de stad verankert in haar kern én een veilige thuis biedt aan uitzonderlijk erfgoed, met de Codex Eyckensis als absolute blikvanger. Drie pistes lagen op tafel – alleen in de Sint-Catharinakerk, een uitbreiding, of een nieuwbouw elders – maar gaandeweg werd duidelijk dat de oplossing vooral in het slim verbinden van oud en nieuw ligt.

De kerk als museale drager bleek tegelijk onmisbaar en beperkend. Ruimtelijk is ze te krap voor een volwaardig museumparcours; technisch is ze moeilijk op niveau te brengen voor de bewaring van kwetsbare topstukken. Volledige klimatisering zou niet alleen complex zijn, maar ook tot een buitensporig energieverbruik leiden. En een losstaande nieuwbouw, hoe efficiënt ook, zou de band doorknippen met het historische kader dat net de kracht van de plek uitmaakt.

Een museum dat aanhaakt op de kerk

Daarom schuift Architectuur Depot één voorkeurscenario naar voren: de Sint-Catharinakerk combineren met een nieuw bijgebouw. Dat bijgebouw zou aan de zijde van de Lourdesgrot komen, zodat het museum zich letterlijk in het hart van de stad nestelt. De kerk blijft zo zichtbaar aanwezig in het project, als erfgoeddrager in het stadsbeeld en als betekenisvolle context voor de collectie. Het ontwerp vertrekt daarmee vanuit een duidelijke ruimtelijke logica: uitbreiden zonder te verdringen, en versterken zonder te ontkoppelen.

In dat samengestelde museum krijgt het bezoek een duidelijke dramaturgie. Het bijgebouw biedt plaats aan functies die in de kerk moeilijk te organiseren zijn—onthaal, tentoonstelling, logistiek—en leidt bezoekers stap voor stap naar het koor. Het hoogtepunt is geen klassieke zaal, maar een gerichte sequentie die eindigt bij het topstuk. Die beweging doorheen en langs de kerk maakt van de bestaande ruimte opnieuw een leesbare plek, met het museum als nieuwe laag bovenop een oud ritme.

De Codex als architecturale climax

De Codex Eyckensis, een geïllustreerd evangelieboek uit de achtste eeuw, bepaalt in hoge mate de architecturale keuzes. Omdat het manuscript uitzonderlijk kwetsbaar is, wordt het niet “gewoon” tentoongesteld, maar ondergebracht in een beschermende ‘box-in-box’-module boven het altaar. Die module – een zwevende kern met museale en technische precisie – regelt het klimaat nauwkeurig en schermt het topstuk af van temperatuurschommelingen die het perkament onherstelbaar kunnen aantasten.

Ook de route naar dat moment is ontworpen als ervaring. Bezoekers bereiken de Codex via een zwevend wandelpad dat vanuit het bijgebouw door het koor loopt, zodat het boek van dichtbij kan worden bekeken zonder de kwetsbaarheid van de setting te vergroten. Rond die climax komt ruimte voor andere kerkschatten, van oude religieuze gewaden tot relieken van Harlindis en Relindis. Het museum werkt zo met concentrische aandacht: niet alles even luid, maar wel steeds in de nabijheid van een topstuk dat de hele opstelling richting geeft.

Depotambitie en grondwerk als keerzijde

De studie koppelt de museale ambitie expliciet aan een tweede rol: erkenning als erfgoeddepot voor Noord-Oost-Limburg. Dat is geen detail, maar een hefboom om het project inhoudelijk en financieel robuuster te maken. Met depotruimte die aan de normen voldoet, kan Maaseik een centrale bewaarplaats worden voor regionale collecties, wat de wetenschappelijke werking versterkt én structurele werkingsmiddelen kan opleveren.

Tegelijk toont het dossier hoe snel architectuur in Maaseik ook letterlijk archeologie wordt. Voor het project moeten kerkvloer en kerkplein worden uitgediept, precies in een zone met hoge archeologische waarde. De raming spreekt over 1.880 tot 2.286 oude graven met menselijke resten. De kost van het zorgvuldig opgraven en herbegraven op dezelfde plek wordt geraamd op 2,2 miljoen euro. Het ontwerp zal landen op een gelaagde ondergrond die tijd, ritueel en verantwoordelijkheid samenbrengt.

Kost, timing en de vraag naar draagvlak

Het prijskaartje van het voorkeurscenario wordt in de haalbaarheidsstudie geraamd op 16,3 miljoen euro (exclusief btw), inclusief de heraanleg van het kerkplein. Voor een stad met 25.800 inwoners is dat een zware dobber, en het plan is dan ook nog geen vaststaand feit: veel zal afhangen van subsidies van provincie, LSM, Vlaamse overheid en Europa. De studie rekent bovendien op 55.000 tot 65.000 bezoekers per jaar om het museum levensvatbaar te maken—ambitieus, zeker in vergelijking met publieksmagneten zoals het Lam Gods in Gent.

Net daarom speelt de internationale ambitie mee in de strategie: Maaseik wil de Codex Eyckensis voordragen voor de UNESCO ‘Memory of the World’-lijst, met een verdict dat in de zomer van 2026 wordt verwacht. Intussen schuift de timing op: de eerste steen is niet voor deze legislatuur, al voorziet de stad in 2027 wel middelen om de verhaallijn en het concept verder uit te werken. Het ontwerp van Architectuur Depot zet dus een helder kader neer, maar het vervolg wordt een evenwichtsoefening tussen erfgoedzorg, bouwtechniek, financiën en het vermogen om een publiek verhaal overtuigend waar te maken.

Bron Mediahuis

  • Deel dit artikel

Onze partners