Belgische projecten Abby (Kortrijk), USquare (Elsene) & Chapex (Charleroi) op shortlist EUMies Awards
De shortlist van de EUMies Awards is bekendgemaakt, en daarop prijken drie Belgische projecten: Abby in Kortrijk, ontworpen door Barozzi Veiga en Tab Architects, USquare Feder in Elsene van Callebaut architecten, BC architects & studies, evr-Architecten en VK architects+engineers, en het Charleroi Palais des Expositions (Chapex) van AgwA en architecten jan de vylder inge vinck. België is daarmee opnieuw sterk vertegenwoordigd op het hoogste Europese podium. De uiteindelijke laureaten van de prestigieuze Europese architectuurprijs worden bekendgemaakt in het voorjaar van 2026, met een officiële prijsuitreiking later dit jaar.
De EUMies Awards, voluit de EU Prize for Contemporary Architecture – Mies van der Rohe Awards, gelden als een van de belangrijkste onderscheidingen voor hedendaagse architectuur in Europa. De prijs bekroont projecten die uitblinken in architecturale kwaliteit, maatschappelijke relevantie en technische innovatie. In deze editie valt vooral de nadruk op projecten die omgaan met bestaande gebouwen en complexe stedelijke contexten. Opvallend is dat de drie Belgische projecten op de shortlist allemaal herbestemmingen en reconversies zijn. Die vaststelling voelt intussen bijna vertrouwd aan: de voorbije jaren vielen telkens opnieuw Belgische restauratie- en herbestemmingsprojecten in de prijzen. Alsof België, naast frieten en bier, ook een internationale reputatie heeft opgebouwd in het zorgvuldig en inventief omgaan met het bestaande.
Abby Kortrijk
Abby Kortrijk transformeert de historische Groeningeabdij tot een hedendaags kunstmuseum voor site-specifieke tentoonstellingen en publieke evenementen. Barozzi Veiga en Tab Architects vertrekken van de gelaagde geschiedenis van het 16de-eeuwse abdijcomplex en kiezen voor een reeks precieze ingrepen die restauratie en transformatie in balans brengen. Ingrijpende toevoegingen uit het verleden worden verwijderd om de oorspronkelijke ruimtelijkheid opnieuw leesbaar te maken. Tegelijk worden nieuwe museumruimtes toegevoegd, onder meer via een ondergrondse uitbreiding die het open karakter van de abdijsite respecteert. Zo ontstaat een museum dat zich niet afsluit, maar zich nadrukkelijk verankert in de stad.
Een nieuw paviljoen in de abdijtuin speelt daarbij een sleutelrol. Het volume herdefinieert de binnenkoer en opent het ensemble naar het Begijnhofpark, waardoor een nieuwe publieke doorgang ontstaat tussen Groeningestraat en het groen. De donkere bakstenen gevels verwijzen subtiel naar de historische dakvormen van de abdij, zonder in pastiche te vervallen. Binnenin worden de oorspronkelijke abdijruimtes zorgvuldig hersteld binnen een strak budgettair kader: de voormalige kapel krijgt opnieuw haar volle hoogte en wordt een tentoonstellingsruimte, terwijl in het dormitorium de bestaande ramen, plafonds en terracottavloeren behouden blijven. Abby presenteert zich zo als een museum dat verleden en toekomst met elkaar in dialoog brengt.
USquare Feder
USquare Feder vormt de eerste gerealiseerde fase van de grootschalige transformatie van de voormalige rijkswachterskazerne in Elsene tot een gemengde universitaire wijk voor de ULB en VUB. Het project herbestemt zes bestaande gebouwen tot een internationale onderzoeks- en woonomgeving en opent een tot voor kort gesloten site voor de stad. De ontwerpteams benaderen de kazerne als een rijke materiële en ruimtelijke bron. Door verschillende gebouwen samen te brengen in één samenhangend geheel ontstaat een genereuze en leesbare structuur die nieuwe vormen van onderwijs en onderzoek mogelijk maakt.
Circulariteit vormt hier geen bijkomend thema, maar het architecturale uitgangspunt. Afbraakwerken elders op de site worden ingezet als ‘urban mining’, waarbij bakstenen, natuursteen en glas opnieuw worden gebruikt. Nieuwe ingrepen maken gebruik van biogebaseerde materialen zoals hennepbeton en leempleisters, vaak ontwikkeld met lokale partners. Programma’s worden afgestemd op de bestaande volumes om structurele ingrepen te beperken, terwijl omkeerbare inbouwsystemen toekomstige aanpassingen mogelijk maken. USquare Feder functioneert zo als een levend laboratorium voor duurzame renovatie, waarin erfgoed, circulariteit en academisch gebruik elkaar versterken.
Chapex Charleroi
Het Charleroi Palais des Expositions, kortweg Chapex, is een radicale herlezing van een modernistisch congres- en beursgebouw uit de jaren 1950. AgwA en architecten jan de vylder inge vinck kozen niet voor een klassieke renovatie, maar voor een chirurgische benadering die de monumentale kwaliteiten van het bestaande volume opnieuw zichtbaar maakt. De centrale hal werd gestript en omgevormd tot een reeks overdekte stedelijke terrassen, waardoor het gebouw zich opent als een publiek landschap. De architectuur lijkt op het eerste gezicht nauwelijks ‘ontworpen’, maar precies die terughoudendheid geeft het project zijn kracht.
Budgettaire beperkingen werden hier een motor voor inventiviteit. In plaats van een energie-intensieve nieuwbouw werd de centrale hal omgevormd tot een quasi ‘nul-energie’-structuur door haar te openen en te laten functioneren als beschutte buitenruimte. Gerichte sloop creëerde onverwachte kansen, zoals een natuurlijk geventileerde parkeerverdieping en een park op het vrijgelegde slakkenlandschap waarop het gebouw rust. Materialen worden hergebruikt, oppervlakken wit geschilderd of teruggebracht naar kleurcodes van vroegere functies. Chapex toont hoe architecturale archeologie, ecologie en economie kunnen samenvallen in een open en toekomstgericht project.
Belgische bureaus over de grens
Dat Belgische architecten ook internationaal hun stempel drukken, blijkt uit Lot 8 binnen het LUMA Arles-project in Zuid-Frankrijk. Voor de renovatie van het voormalige Magasin Électrique werkte het Brusselse BC architects & studies samen met Assemble en Atelier LUMA. Het 19de-eeuwse spoorwegdepot werd getransformeerd tot een onderzoeks- en ontwerplab dat radicaal inzet op bioregionale architectuur. De bestaande stenen muren en staalstructuur blijven behouden, terwijl nieuwe ingrepen het gebouw organiseren als een reeks straten, pleinen en werkplaatsen voor onderzoek, productie en publieke activiteiten.
Het project is opgebouwd rond lokale grondstoffen en kennis uit de Camargue, met materialen die bijna uitsluitend binnen een straal van 70 kilometer werden gewonnen en verwerkt. Rijststro, zonnebloemstengels, klei, steengruis en zelfs zout en algen worden ingezet voor isolatie, akoestiek en afwerking. Aarden wanden, indigobehandeld hout en kalkpleisters geven het gebouw een uitgesproken tactiele kwaliteit. Lot 8 is tegelijk gebouw, onderzoeksplatform en sociaal project, waarin architectuur fungeert als schakel tussen lokale economie, ecologie en cultuur. Daarmee sluit het project naadloos aan bij de thema’s die ook in de Belgische shortlistprojecten centraal staan: hergebruik, lokale verankering en een uitgesproken geloof in de toekomst van het bestaande.