Campus Kaai van RITCS door ATAMA en V+: een productiemachine voor kunst aan het Brusselse kanaal
Langs de Nijverheidskaai in Anderlecht is de vernieuwde Campus Kaai van het RITCS opgeleverd, een project van ATAMA en V+ in opdracht van de Erasmushogeschool Brussel. Het project, gerealiseerd tussen 2018 en 2025, combineert een grondige renovatie met een gerichte uitbreiding. In samenwerking met onder meer Ney & Partners, Studiebureau Boydens, Daidalos Peutz, TTAS en aannemer AB-Eiffage krijgt de kunstopleiding er een infrastructuur die expliciet inzet op productie. Niet alleen onderwijs, maar het maken zelf staat centraal.
De campus voegt zich in een snel evoluerend stuk stad waar de maakindustrie opnieuw aan belang wint. ATAMA en V+ positioneren het RITCS hier als een actief onderdeel van dat productieve landschap. Het gebouw presenteert zich als een plek waar cultuur wordt gemaakt, met een directe relatie tot de stad en het kanaal. Studenten drama, audiovisuele kunsten en podiumtechnieken vinden er een gedeelde werkplek die aansluit bij de dynamiek van Brussel.
Een herkenbaar en nieuw silhouet
Het nieuwe volume valt op door een uitgesproken daklandschap dat tegelijk vertrouwd en eigentijds oogt. De architecten combineren referenties aan filmstudio’s, theatergebouwen en industrieel erfgoed tot een gelaagd geheel. Die interpretatie resulteert in een herkenbare, maar niet nostalgische vormentaal. Het gebouw voegt zich in de omgeving zonder zich te verbergen en profileert zich als een nieuwe figuur in het stedelijke silhouet.
Die ruimtelijke logica zet zich door op het niveau van de campus. Door de nieuwbouw precies te positioneren, wordt de bestaande koerenstructuur vervolledigd. De verschillende binnenplaatsen – de theaterbinnenplaats, de bioscoopbinnenplaats en de verborgen tuin – krijgen elk een eigen karakter en gebruik. Ze functioneren als informele werk- en ontmoetingsruimtes en versterken de leesbaarheid van het geheel.
Renovatie als strategie
Een aanzienlijk deel van het project bestaat uit de renovatie van een bestaand gebouw dat oorspronkelijk niet voor deze functies ontworpen was. In plaats van het gebouw te transformeren tot iets nieuws, kiezen ATAMA en V+ voor een radicale lezing van het bestaande. Door het eenvoudige karakter te behouden en te versterken, ontstaat een robuuste en flexibele omgeving. Precisie in inventarisatie en ingrepen is daarbij cruciaal.
Die aanpak vertaalt zich in een doordachte combinatie van verwijderen en toevoegen. Overbodige elementen worden geschrapt, terwijl nieuwe ingrepen het gebouw geschikt maken voor zijn hedendaagse programma. Les- en oefenruimtes worden geïntegreerd zonder de oorspronkelijke logica volledig te overschrijven. Zo ontstaat een gelaagde architectuur waarin oud en nieuw elkaar versterken.
Ruimte voor productie
De uitbreiding introduceert onder meer een nieuwe theaterzaal met toneeltoren en een hightech filmstudio. Beide ruimtes zijn technisch hoogstaand en opgebouwd als akoestisch ontkoppelde, dubbele structuren. Daarmee biedt de campus infrastructuur die aansluit bij professionele standaarden en intensief gebruik binnen de opleidingen mogelijk maakt.
Een centrale galerij-foyer fungeert als verbindend element tussen nieuwbouw en renovatie. Deze open ruimte werkt als een interne straat en als productieruimte waar verschillende disciplines elkaar ontmoeten. Lichtgewicht stalen luifels zorgen voor overdekte circulatie langs de belangrijkste toegangen. De campus wordt zo leesbaar als een samenhangend geheel van werkplekken en ontmoetingszones.
Constructie en expressie
De constructie speelt een expliciete rol in de architectuur. Grote overspanningen, tot circa 18 meter, worden gerealiseerd met geprefabriceerde TT-dakelementen waarin technische installaties en theatermechanica zijn geïntegreerd. Geïsoleerde dubbele wanden vormen de gevels en blijven zichtbaar als onderdeel van de expressie. De materialiteit is direct en onverbloemd.
Ook de andere structurele elementen blijven leesbaar. De galerij is opgebouwd uit een lichte staalstructuur, terwijl stabiliteit wordt verzekerd door strategisch geplaatste verbanden en ontkoppelde verbindingen met het hoofdvolume. Door constructie en techniek niet te verbergen, sluit het gebouw aan bij zijn functie als productiemachine. De architectuur toont hoe ze gemaakt is, en maakt daarmee het maakproces zelf zichtbaar.