Gouden tips van akoestische experts (deel 2)
Geen goed debat zonder leerrijke ‘take-home message’. Als afsluiter van het panelgesprek rond bouwakoestiek vroegen we onze vijf experts dan ook om nog even een gouden tip mee te geven. In dit artikel delen we de inzichten van Bart Van de Velde (SonIQ) en Arne Dijckmans (Buildwise), inclusief waardevolle aanvullingen van Marjolein Vandersickel (Sweco) en Tom Segers (Bureau De Fonseca, by Studibo).
Bart Van de Velde komt verrassend uit de hoek: “Vermijd het woord ‘akoestisch’. Alles is namelijk akoestisch: een akoestische wand, een akoestische deur, een akoestisch plafond, een akoestische eis … Zo gaat de betekenis die erachter zit verloren, tot op het punt dat men er gewoon die term op kleeft zonder te begrijpen wat hij precies inhoudt. In plaats van als fabrikant te claimen dat je een akoestisch product hebt ontwikkeld: geef eerder aan of het absorberend of isolerend is. Dát is de essentiële info. Vandaar dat ik de term ‘akoestisch’ zelf zoveel mogelijk probeer te mijden en telkens duidelijk tracht uit te leggen waarover het precies gaat.”
Arne Dijckmans onderstreept op zijn beurt dat duidelijke afspraken de basis van alles zijn. “De bouwheer moet aangeven welk comfort- of beschermingsniveau hij wil, zodat er nadien geen discussie kan zijn.” Het is iets waar ze bij SoniQ veel belang aan hechten, geeft Bart Van de Velde aan. “Het eerste wat we doen is een eisenpakket opstellen. Daarbij polsen we allereerst naar wat de bouwheer wel en niet wil. Dat vertalen wij vervolgens naar decibelwaarden, zodat we intern iets hebben om mee te rekenen. Nadien kan dan ook gecontroleerd worden of we de beoogde isolatiewaarden, nagalmtijd enzovoort effectief halen. In zekere zin vertalen we op die manier subjectieve wensen naar objectieve eisen.”
"In plaats van als fabrikant te claimen dat je een akoestisch product hebt ontwikkeld: geef eerder aan of het absorberend of isolerend is. Dát is de essentiële info."
Marjolein Vandersickel benadrukt dat het evenzeer cruciaal is om die wensen met een zekere realiteitszin te vertalen naar praktische oplossingen, inclusief oog voor het budget. “Aanvankelijk is the sky the limit voor menig bouwheer, maar zodra het kostenplaatje ter sprake komt, moet er dikwijls geschrapt worden. Daarbij is het essentieel om het uiteindelijke gebruik voor ogen te houden. Ga je in een cultureel centrum dat ontworpen is voor popproducties een openingsfeest geven waarbij een dj luide muziek met veel lage bassen draait, dan moet je natuurlijk niet verwonderd zijn dat je klachten krijgt van buurtbewoners die de slaap niet kunnen vatten.”
“Vandaar dat we als akoestisch specialisten ook een soort ‘opvoedingsrol’ hebben”, meent Tom Segers. “Het is aan ons om de spelregels vast te leggen waarbinnen gewerkt moet worden. Dat helpt om alles correct te kaderen, bijvoorbeeld bij eventuele klachten. Want hoe goed een akoestisch concept ook is: als je een appartementsgebouw ontwerpt voor honderd bewoners, dan zal er toch altijd wel iemand zijn die hinder ondervindt. Dat is statistisch gezien onvermijdelijk. In dergelijke gevallen is het belangrijk dat je als ontwerper kan aantonen dat de toegepaste oplossing perfect binnen het normenkader en de gemaakte afspraken met de bouwheer valt. Dat vermijdt welles-nietesconflicten en kan een ideaal uitgangspunt zijn om desnoods nog iets extra te ondernemen om de hinder te beperken.”