Groen voor Grijs: Prioriteit van natuurbehoud boven nieuwe aanplant
Hoe vertaalt de aanwezigheid van bomen zich naar een betere levenskwaliteit voor de mens? Dit stond centraal in een panelgesprek op de Vakbeurs Openbare Ruimte, georganiseerd binnen het initiatief Groen voor Grijs van Talea in samenwerking met Palindroom. Onder leiding van moderator Rik Neven (Palindroom) gaan Leo De Nocker (VITO), Filip Vanlommel (Talea) en professor Roeland Samson (UAntwerpen) in op de noodzaak om natuur als een essentieel systeem voor menselijk herstel te benaderen. De sprekers waarschuwen dat we momenteel te vaak grijpen naar snelle oplossingen die in de praktijk weinig bijdragen aan de diepgaande zintuiglijke ervaring die mensen nodig hebben om gezond te blijven in een stedelijke context.
Filip Vanlommel opent het debat met een pleidooi voor het behoud van volwassen groen. Hij stelt vast dat bij stadsontwikkelingsprojecten nog vaak wordt gekozen voor de makkelijke weg: eerst alles kappen om vervolgens nieuwe boompjes aan te planten. Dat is een foute aanpak, omdat de ecosysteemdiensten van een volwassen boom niet te vergelijken zijn met die van een kleine twijg. Van Lommen gebruikt een bekende uitdrukking om dit proces te omschrijven: “Zelf zeg ik vaak van: ja, boompje groot, plantertje dood, dus we moeten daar absoluut veel meer respect voor hebben, voor datgene wat er vandaag is.” Die trage groei is precies wat een volgroeide boom zijn waarde geeft.
"Zelf zeg ik vaak van: ja, boompje groot, plantertje dood, dus we moeten daar absoluut veel meer respect voor hebben, voor datgene wat er vandaag is."
We moeten daarom volgens Vanlommel veel meer respect hebben voor de bomen die er vandaag al staan. Het is essentieel dat planners vertrekken vanuit de bestaande landschappelijke structuur in plaats van een wit blad te gebruiken. De waarde van wat er al decennialang groeit, moet de basis vormen van elk ontwerp dat toekomstbestendig wil zijn. Alleen door bestaande natuur te integreren en te koesteren, kunnen we de urgente uitdagingen van de klimaatverandering in de stad het hoofd bieden zonder kostbare tijd te verliezen.
Zintuiglijke meerwaarde van natuur
Roeland Samson vult aan dat onze perceptie van wat goede natuur is, vaak te beperkt is geworden. Hij spreekt over een verschuivend referentiekader, waarbij elke nieuwe generatie een armere natuur als de standaard accepteert. Dat leidt tot onverschilligheid bij de bevolking. Wanneer we onszelf wijsmaken dat we best zonder groen kunnen functioneren, wordt het ook minder erg gevonden als dat groen verdwijnt. Samson zegt hierover: “Het tot rust kunnen komen in de natuur is een totaalbeleving voor alle zintuigen eigenlijk. Wat dat betreft, zou het niet slecht zijn dat bepaald groen ook ontsloten wordt.” Het gaat echter om een interactie die verder reikt dan het louter visuele.
"Het tot rust kunnen komen in de natuur is een totaalbeleving voor alle zintuigen eigenlijk. Wat dat betreft, zou het niet slecht zijn dat bepaald groen ook ontsloten wordt."
Echte kwaliteit in vergroening betekent volgens Samson dat alle zintuigen worden aangesproken door de omgeving. Het gaat niet alleen om het zien van groen, maar ook om de geuren en de beleving van verschillende texturen. Een steriel gazon biedt deze diepgang niet en mist de kracht om de mens echt te raken. Er is nood aan gelaagd groen waar mensen zich in kunnen onderdompelen en waar ze de verbinding met de natuurlijke cyclus weer kunnen voelen in hun dagelijks leven door echte ervaringen.
Natuur als uitnodigende leefomgeving
Leo De Nocker benadrukt dat deze kwaliteit ook gelinkt is aan de gezondheidseffecten. De VITO-studies tonen aan dat het niet alleen gaat over de aanwezigheid van groen, maar over de manier waarop mensen dat groen gebruiken. Er zijn twee belangrijke mechanismen: bewegen en beleven. Om mensen uit hun huizen te krijgen, moet de natuur uitnodigend en boeiend ingericht zijn. De Nocker stelt dat beleving de sleutel is tot succes: “Het moet een zintuiglijke waarneming zijn en die gaat verder dan alleen maar kijken, maar dat is ook voelen en ruiken, het moet uitnodigend zijn om echt iets te gaan beleven.” Zonder deze diepgang blijft groen slechts een decorstuk.
"Het moet een zintuiglijke waarneming zijn en die gaat verder dan alleen maar kijken, maar dat is ook voelen en ruiken, het moet uitnodigend zijn om echt iets te gaan beleven."
De inrichting van de publieke ruimte moet daarom focussen op dagelijkse natuur die prikkelt en herstel biedt. De Nocker legt uit dat we geen ongerepte wildernis nodig hebben in de stad, maar wel een kwalitatieve omgeving die mensen helpt om hun mentale batterijen weer op te laden. Het creëren van dergelijke plekken vraagt om een nauwe samenwerking tussen ecologen en ontwerpers die elkaars expertise versterken. Alleen door deze disciplines te combineren, kunnen we ruimtes creëren die zowel de biodiversiteit als het menselijk welzijn structureel verankeren in onze bebouwde omgeving.
Beluister de podcast
Ben je na het lezen van dit artikel geïnteresseerd in meer diepgaande gesprekken over de rol van groen in onze samenleving? In de podcast Groen voor Grijs gaan we nog uitgebreider in op deze thema’s met diverse experts uit het veld. Je kunt de afleveringen hier beluisteren of op je favoriete podcastplatform.