Doorzoek volledige site
13 november 2017 | FILIP CANFYN

Steen & Been (Filip Canfyn): atypische grote meneren (bis)

Illustratie | Wikimedia

Nog maar ruim twee maanden geleden gebruik ik de passage bij ‘Zomergasten’ van de iconische burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan, om Jan Schaefer, de beruchte staatssecretaris en wethouder van stadsvernieuwing in de Nederlandse jaren 70 en 80, in herinnering te brengen. Van der Laan, ooit assistent en later advocaat van Schaefer, is zijn hobbelige leermeester nooit vergeten. De column ‘Atypische grote meneren’ eindig ik met “En dat van der Laan nog lang onder ons mag blijven”. Ondertussen is de burgemeester niet meer en heb ik de Schaefer-biografie vaan Louis Hoeks gelezen.

Ik blijf Schaefer-fan. Hij is nog steeds relevant als consequente pleitbezorger van een correcte omgang met de stad, als gedreven motor van een tegendraadse wederopstanding van de stad in een tijd, dat verwaarlozing en ontvolking meer vanzelfsprekend leken. Jan Schaefer geeft wat mij betreft het woord ‘besteding’ een veel rijkere betekenis.

Hij kan ook de geschiedenis ingaan als allereerste opdrachtgever van Rem Koolhaas, toen nog een journalist-architect, die al veel geschreven had over architectuur maar nog nooit gebouwd. Hij mag toch voor de wethouder een nieuwe wijk ontwerpen. De bewoners mopperen achteraf over wat woonmachines genoemd worden, Koolhaas distantieert zich van zijn eigen project omdat hij niet alles heeft mogen ontwerpen maar het vermeende zootje krijgt evenwel de Amsterdamse Woningbouwprijs. Schaefer zal dan ook later met kennis van zaken zeggen: “Of het mooi is? Als je er ruzie over krijgt, is het in ieder geval architectuur.”

 

Hieronder staan nog méér frisse citaten van de wethouder-staatssecretaris. Als laudatio aan Schaefer én van der Laan, als lofzang aan het geëngageerd beschermen van de stad en het intelligent promoveren van de stedelijkheid. Gebruik de citaten en niét met mate.

“Je moet de stad geleidelijk en voortdurend aanpassen aan de veranderende behoeften van de bewoner.”

“Deskundigen weten heel veel maar te vaak alleen in theorie. Ze spreken bijvoorbeeld over de ‘gemiddelde’ Nederlander maar ik heb nog nooit een gezin ontmoet met 2,5 kinderen.”

“Begin de stadsvernieuwing op de hoek van de straat, dan zien mensen in twee straten dat de stadvernieuwing op gang komt.”

“Goedkope nieuwbouwwoningen lijken sprekend op elkaar. Ik kan overal geblinddoekt koffiezetten.”

“Mijn lossetegeltheorie? Als mensen hun nek breken over een tegel bij de voordeur en je bent de eerste die zorgt dat ze die tegel recht leggen, dan zeggen ze: met die gozer moet je praten, want hij is de eerste die wat voor me gedaan heeft.”

“De grootte van de woning mag de huur niet bepalen maar de grootte van het gezin moet de grootte van de woning bepalen en de draagkracht van het gezin de huur.”

“Is dit beleid, of is er over nagedacht?”