Doorzoek volledige site
31 juli 2018

Van energieneutraal naar energiepositief: de toekomst van energie-efficiënte gebouwen

Illustratie | © Kingspan Insulation

De klimaatverandering is in heel wat sectoren een heet hangijzer. Momenteel is zowat 30% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen toe te schrijven aan gebouwen, wat een belangrijke marge laat om de klimaatverandering enigszins te matigen. De bouwsector is zich bewust van die opportuniteit en heeft al tal van stappen ondernomen om ervoor te zorgen dat nieuwe gebouwen niet alleen energie-efficiënt zijn, maar ook zelf kunnen instaan voor de productie van de resterende nodige energie om de gebouwen van stroom te voorzien. Maar als dit eenmaal is bereikt, wat is dan de volgende stap? Brent Trenga, Building Technology Director bij Kingspan Insulated Panels, Noord-Amerika, stelt dat de toekomst bij de 'energiepositieve' gebouwen ligt.

Volgens Trenga volstaat het niet alleen meer energieneutraal te worden, met andere woorden zelf voldoende energie te produceren uit de zon, de wind of andere hernieuwbare technologieën om een gebouw van stroom te voorzien, maar moet men nu al naar de volgende fase kijken.

Trenga: “Maar hoe evolueren we van energieneutraal naar energiepositief? De term ‘neutraal’ of ‘zero' heeft een negatieve connotatie, in welke context ook. Als de som van iets ‘nul’ is, dan wordt dat meestal niet als iets positiefs beschouwd, behalve misschien voor uw belastingen. Op het vlak van energie gaat het erom om meer te produceren dan te verbruiken.”

Energiepositieve gebouwen genereren meer energie dan ze in hun volledige levenscyclus gebruiken. Bij het ontwerp ervan moet rekening worden gehouden met elk stadium van het bouwproces, van het transport van de materialen tot de bouwmachines en de productie, en zelfs tot de uiteindelijke afbraak. Volgens Trenga bestaan er misvattingen in de sector over de moeilijkheid om energiepositieve gebouwen tot stand te brengen.

 

Geoptimaliseerde gebouwen met hoog prestatieniveau

"We hebben soms de neiging te kijken naar een standaardgebouw dat 90% van ons gebouwenbestand uitmaakt en met een hoge energievraag zit, en ons dan af te vragen hoe we dat energieverbruik ooit zullen kunnen terugschroeven. In plaats daarvan zouden we beter naar de geoptimaliseerde gebouwen met hoog prestatieniveau kijken, waar het energieverbruik tot een minimum wordt herleid dankzij onder meer natuurlijke ventilatie en daglicht. Gaat men in dergelijke gebouwen ook nog eens on-site hernieuwbare energieën inzetten, dan wordt men al gauw energiepositief. Daar zouden we, waar mogelijk, moeten naar streven."

Energiepositieve gebouwen moeten op een realistische manier worden ingekaderd. Een voorbeeld: een dichte, stedelijke omgeving biedt wellicht niet voldoende ruimte om bepaalde designelementen te integreren die typisch zijn voor energiepositieve gebouwen. Tengra is het hiermee eens en stelt dat we die nieuwe manier van bouwen praktisch moeten benaderen.

 

Typologie

"Bij bepaalde gebouwen remt de typologie de capaciteiten af. Zo zou de bouw van een energiepositief ziekenhuis bijvoorbeeld aartsmoeilijk zijn omwille van de intense energievraag. Hoe lager de intensiteit van het energiegebruik (EUI), hoe energieneutraler. Maar als men zeer efficiënte systemen kan bouwen en de energievraag van de gebouwen laag kan houden, dan kan men energiepositieve mogelijkheden ontwaren", aldus Tenga.

Al lijkt het ontwerpen van energiepositieve gebouwen nu nog een uitdaging, toch legt de bouwsector wereldwijd de lat heel hoog om zo energie-efficiënt mogelijke gebouwen te creëren met de ambitie tot energiepositieve designs te komen. Trenga meent dat enkel al het aangaan van de uitdaging om energiepositieve gebouwen te ontwerpen, een stap in de goede richting is. "Almaar meer professionals nemen concrete maatregelen om dit te bereiken en zijn bereid om de uitdaging aan te gaan. En al lukt het niet, het doel is hoe dan ook lovenswaardig. Een doelstelling niet halen is altijd beter dan de uitdaging niet aan te gaan of er zelfs niet aan te beginnen."