OUEST en VERS.A herbestemmen industriële site in Vorst tot gedeelde kunstcampus voor Rosas, Ictus en P.A.R.T.S.
In Vorst is de voormalige wasserijsite aan de Van Volxemlaan herboren als een coherente kunstcampus voor Rosas, Ictus en P.A.R.T.S. Het project kwam tot stand via een Open Oproep van Team Vlaams Bouwmeester en werd gegund aan de tijdelijke vereniging OUEST / VERS.A. In opdracht van de drie kunstorganisaties ontwikkelden zij een mastervisie met uitbreiding en herorganisatie van de volledige site. Stabiliteit werd verzorgd door JZH & Partners, technieken en energie door MK Engineering, landschapsontwerp door Taktyk en theatertechnieken door Artsceno en The Space Factory.
De ingreep vertrekt vanuit respect voor de historische logica van het terrein, waar industriële pakhuizen zich in de loop van twintig jaar tot een informele kunstsite hadden ontwikkeld. OUEST en VERS.A kiezen ervoor de bestaande gebouwen het gezicht van de site te laten bepalen. Nieuwe volumes sluiten aan bij de schaal en materialiteit van het industriële erfgoed, zonder nostalgie. Het project is geen breuk, maar een herschikking: functies worden herverdeeld, circulaties verduidelijkt en toevoegingen strategisch ingeplant om samenhang te creëren.
Een tuin als ruggengraat
De open ruimte fungeert als drager van het programma. Vanaf de Van Volxemlaan opent de serene voortuin zich rond de monumentale rode beuk, die als oriëntatiepunt behouden blijft. Naarmate het terrein afdaalt, wordt de tuin intiemer en dichter beplant. Functionele verhardingen en logistieke zones worden bewust aan de randen georganiseerd, zodat het middengebied groen en collectief kan blijven. Taktyk ontwierp een landschap dat niet louter aankleding is, maar een ruimtelijke structuur die de gebouwen met elkaar verbindt.
Centraal op de site vormt een licht hellende trap aan de zuidzijde een nieuw binnenplein en zonneterras. Deze ingreep maakt de samenhang in één oogopslag leesbaar: alle belangrijke functies geven uit op deze collectieve ruimte. De trap is tegelijk circulatie, verblijfsplek en tribune, en versterkt het idee van een open kunstgemeenschap. Wat vroeger een eerder besloten enclave was, profileert zich vandaag als een toegankelijke campus met open deuren.
Living apart together
Rosas, Ictus en P.A.R.T.S. hebben elk nood aan een duidelijke eigen plek, maar evenzeer aan ruimte om samen te komen. Dat principe van ‘living apart together’ ligt aan de basis van de herontwikkeling. De logistieke keten tussen laad- en loszone, opslag, studio’s en performance space werd rationeel hertekend. Eenvoudige circulatiepatronen zorgen ervoor dat instrumenten, decors en dansers zich efficiënt doorheen het complex bewegen, zonder de dagelijkse werking te hinderen.
Het voormalige pakhuis – de zogenaamde Blanchisserie – kreeg een sleutelrol. Door het verwijderen van een vloerplaat ontstond een hoge, door zenitaal licht verlichte ruimte die vandaag dienstdoet als ‘social wing’. Cafetaria, informele werkplekken en ontmoetingsruimtes maken er het kloppende hart van de campus van. Het no-nonsensekarakter van het industriële volume laat een flexibele invulling toe, aangepast aan repetities, toonmomenten of gezamenlijke maaltijden.
Nieuwe studio’s, minimale footprint
Voor P.A.R.T.S. werden vier nieuwe dansstudio’s toegevoegd, deels aansluitend bij de bestaande Rosas Performance Space. Drie studio’s werden verticaal gestapeld, wat resulteert in een compacte footprint en maximaal behoud van open ruimte. De hoogste studio, met een vrije hoogte van zes meter, biedt royale proporties en grote raampartijen met uitzicht op de tuin en de Brusselse skyline. Daglicht en zicht worden expliciet ingezet als onderdeel van het creatieve klimaat.
Aan de noordzijde kreeg Ictus nieuwe repetitieruimtes in een enfilade-opstelling, dwars op de centrale as. De grootste ruimte, ‘The Barn’, is geschikt voor kleine concerten tot tachtig personen. Dankzij een doordachte logistiek kan een vrachtwagen rechtstreeks aanrijden, wat het vroegere takelen van instrumenten overbodig maakt. De nabijheid van een dansstudio faciliteert samenwerkingen tussen muzikanten en dansers, wat de interdisciplinaire werking van de site versterkt.
Techniek als geïntegreerde laag
De architectuur behoudt een industriële esthetiek: robuust in de bestaande gebouwen, sober en ruw in de nieuwe volumes. Technieken blijven zichtbaar en worden zorgvuldig geïntegreerd, zodat ze ofwel de ruimtelijkheid versterken, ofwel discreet opgaan in de textuur van de bestaande structuren. MK Engineering werkte een installatieconcept uit dat zowel chirurgisch ingrijpt in het bestaande patrimonium als het comfort aanzienlijk verhoogt.
De nieuwe gebouwen functioneren volledig zonder fossiele brandstoffen, via twee omkeerbare warmtepompen en stralingspanelen als afgiftesysteem. Ventilatie combineert enkel- en dubbelstroomsystemen, afgestemd op gebruik en akoestische vereisten. Daglichttoetreding en oververhitting werden grondig bestudeerd, verder dan de loutere EPB-verplichtingen. Ook het regenwaterbeheer maakt deel uit van een ruimer verhaal rond het stroomgebied in Vorst.
Een campus als gemeenschap
De herbestemde site is vandaag meer dan een verzameling studio’s. Ze biedt vaste werkplekken voor Rosas, P.A.R.T.S., Ictus en onder meer Workspacebrussels, maar ook tijdelijke residenties en workshops voor externe kunstenaars. De sociale vleugel fungeert als gedeelde huiskamer, waar geschiedenis en toekomst elkaar raken – onder meer in hergebruikte elementen zoals tafels vervaardigd uit een voormalige dansvloer.
Met deze herontwikkeling hebben OUEST en VERS.A een precieze evenwichtsoefening gerealiseerd tussen behoud en toevoeging, tussen autonomie en collectiviteit. De industriële erfenis blijft leesbaar, terwijl nieuwe volumes en landschappelijke ingrepen een helder kader bieden voor creatie. De Van Volxem-site is geen gesloten bastion meer, maar een open kunstgemeenschap waar architectuur, landschap en techniek samen een infrastructuur voor samenwerking vormen.