PANELGESPREK. Evert De Baere (Stramien): “We bouwen nog steeds op de verkeerde plekken”

  • image

Architectuur stopt vandaag steeds minder aan de gevel. Pleinen, tuinen, binnenterreinen, daken en trage verbindingen worden mee ontworpen als volwaardige onderdelen van één ruimtelijk geheel. Op Futurebuild, op 28 januari, brengt de Orde van Architecten – Vlaamse Raad die evolutie scherp in beeld met het panelgesprek De architect als landschapsmaker. Koen Van Delsen (Murmuur architecten), Evert De Baere (Stramien cv) en Joep Verheijen (a2o architecten) gaan in gesprek over hoe architectuur en landschap steeds sterker in elkaar grijpen.

Het panel zoomt in op een fundamentele verschuiving in het vak: de architect krijgt steeds vaker verantwoordelijkheid over de open ruimte, en dus ook over ecologie, klimaatadaptatie en landschappelijke samenhang. Waar stopt architectuur en waar begint landschapsarchitectuur? Welke vaardigheden vraagt dat van architectenbureaus, en hoe organiseer je die kennis? Vanuit drie verschillende praktijken belooft het gesprek een genuanceerd beeld van een discipline in beweging. In dat bredere debat neemt landschapsarchitect Evert De Baere een uitgesproken positie in.

Het landschap als collectieve verantwoordelijkheid

Volgens De Baere wordt het Vlaamse landschap niet alleen bepaald door de open ruimte tussen gebouwen, maar evenzeer door de gebouwen zelf. Elke bouwheer wordt daarmee automatisch een actor in dat landschap. “Architect en eigenaar dragen dus beide een collectieve landschappelijke en ecologische verantwoordelijkheid,” stelt hij. De rol van de architect verschuift daarbij van louter ontwerper naar begeleider: iemand die inzicht biedt, nuance aanbrengt en opdrachtgevers meeneemt in de impact van hun keuzes.

Die verantwoordelijkheid vertaalt zich volgens De Baere niet in abstracte ambities, maar in een zeer concrete beroepsethiek. In een sterk verstedelijkt en versnipperd Vlaanderen heeft de architect volgens hem de plicht om projecten zorgvuldig te positioneren en te verankeren in hun context. Respect voor bestaande ruimtelijke kwaliteiten, natuurlijke systemen en ecologische verbindingen moet volgens De Baere een vanzelfsprekend vertrekpunt zijn van elk ontwerp.

Voorbij het vrijblijvende groen

Tegelijk waarschuwt hij voor een al te simplistische benadering van groen. Niet elk groen is automatisch waardevol op het vlak van biodiversiteit of klimaatbestendigheid. “Ecology is in the eye of the beholder,” merkt hij op. Een braakliggend terrein kan weinig biodiversiteit herbergen, maar dat betekent niet dat het zomaar bouwrijp is zonder aandacht voor wat er wél aanwezig is, soms zelfs in de vorm van één enkele volwassen boom.

Wat hem vooral frappeert, is dat in Vlaanderen nog steeds wordt gebouwd in waardevolle landschappen zoals bossen, beemden en weilanden. Op die plekken worden ecosystemen volgens hem vaak volledig uitgewist door kap- en ophoogwerken. “Wie oog heeft voor het systeem begrijpt de toekomstige rol van het kleinste onderdeel in het geheel,” zegt De Baere. Kennis van dat systeem is volgens hem essentieel om betere ruimtelijke keuzes te maken.

Interdisciplinariteit als ontwerphouding

De vraag waar de verantwoordelijkheid van de architect stopt en die van de landschapsarchitect begint, beschouwt De Baere als een valse tegenstelling. Bij Stramien wordt sinds de oprichting interdisciplinair gewerkt, met landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen als volwaardige partners in het ontwerpproces. Die samenwerking leidt volgens hem tot een meer genuanceerde en minder geïsoleerde ontwerphouding.

Binnen dat model analyseren en synthetiseren landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen de ruimtelijke context, waarna de architect de meest geschikte oplossing distilleert. Soms leidt dat zelfs tot de conclusie dat niet bouwen de beste keuze is. De opdracht stopt daarbij nooit op de perceelsgrens: elk project wordt benaderd als onderdeel van een groter landschappelijk geheel.

Het landschap als canvas

Ook in het debat rond klimaatadaptatie pleit De Baere voor een fundamentele verschuiving. Te vaak wordt klimaatbestendigheid herleid tot technische ingrepen zoals groendaken, wadis of infiltratievoorzieningen. Volgens hem zijn dat vaak pleisters op een dieper probleem. “We bouwen nog steeds op de verkeerde plekken,” stelt hij scherp. Het landschap moet het canvas zijn waarop ruimtelijke keuzes worden gemaakt, niet het restproduct ervan.

De oorsprong van dat probleem situeert hij in de Vlaamse stedenbouwkundige geschiedenis, die sinds de gewestplannen van de jaren 1970 volgens hem ontspoord is in het voordeel van wat hij het “Vlaams bouwcomplex” noemt. Winstoogmerk en ruimteverspilling hebben geleid tot schaarste, die later met technische maatregelen wordt gemaskeerd in plaats van fundamenteel aangepakt.

Opdrachtgevers en overtuiging

Dat pleidooi botst volgens De Baere niet noodzakelijk op weerstand bij opdrachtgevers. Stramien werkt voornamelijk voor publieke opdrachtgevers, die vanuit het algemeen belang sterk inzetten op klimaatbestendige en landschappelijk doordachte projecten. Die houding beschouwt hij als een minimale verwachting voor elke opdrachtgever.

Ook bij private opdrachtgevers verwacht hij eenzelfde empathische houding tegenover landschap en ecologie. Is die bereidheid er niet, dan haakt het bureau af. Voor De Baere is landschappelijke kwaliteit geen onderhandelbare optie, maar een kernvoorwaarde om überhaupt samen te werken.

Kennis als hefboom

De grootste obstakels voor landschappelijk doordachte architectuur ziet De Baere niet zozeer in regelgeving, budgetten of timing, maar in een gebrek aan kennis en collectief bewustzijn. Vlaanderen is historisch gevormd door zijn rivierenlandschap, dat lange tijd veiligheid, welvaart en identiteit bood. Die band met het landschap is volgens hem na de Tweede Wereldoorlog grotendeels verloren gegaan.

Dat gebrek aan trots en kennis leidt tot onthechting, zowel bij bewoners als bij professionals en administraties. Nochtans ziet De Baere in andere landen meer voeling met ‘het land’, ook binnen het vakgebied. Met de juiste kennis en interpretatie kan volgens hem wél doordachte architectuur worden gemaakt, los van regels of budgettaire beperkingen.

Het panelgesprek ‘De architect als landschapsmaker' vindt plaats op 28 januari van 13uur tot 14u15 uur in de Inspire Hub op Futurebuild (Brussels Expo).

  • Deel dit artikel

Onze partners