Doorzoek volledige site
28 augustus 2018

Onze-Lieve-Vrouwecollege uitgebreid voor leerlingen 'De Dames'

Illustratie | Archiles architecten / Dimitri Janssens
Illustratie | Archiles architecten / Dimitri Janssens
Illustratie | Archiles architecten / Dimitri Janssens
Illustratie | Archiles architecten / Dimitri Janssens
Illustratie | Archiles architecten / Dimitri Janssens

Het Onze-Lieve-Vrouwecollege aan de Frankrijklei in Antwerpen is zopas uitgebreid om onderdak te bieden aan de middelbare school ‘De Dames’, die verhuist vanuit haar schoolgebouw aan de Meir. De nieuwbouw is een ontwerp van Archiles architecten. Boydens engineering, Jan Van Aelst en De Fonseca zijn de betrokken studiebureaus.

Binnen de bestaande schoolsite van het Onze-Lieve-Vrouwe-college langs de Frankrijklei is gezocht naar uitbreidingsmogelijkheden om plaats te bieden aan een volledig ‘nieuwe’ school. Door de afbraak van het verouderde gebouw langs de Louiza-Marialei ontstond voldoende ruimte om een nieuwbouw op te richten. Op een beperkte footprint van circa 435 m2 is een gebouw opgetrokken dat plaats biedt aan acht ruime klassen, twee vaklokalen, een speelplaats op het dak, sanitair, een secretariaat en een ruime fietsenstalling.


Meerwaarde

Binnen het concept is gezocht naar een maximale meerwaarde voor zowel het gebouw als de bestaande school. Door een ruime, deels overdekte, speelplaats te voorzien op de eerste verdieping vergroot de open ruimte binnen de schoolsite, hoewel er bijgebouwd wordt. De verschillende speelplaatsen worden aan elkaar gekoppeld zodat alle leerlingen ervan kunnen genieten. Gangruimte wordt tot een minimum herleid. Door een grote hal met veel daglicht te voorzien tussen de klassen is een breed gebruik mogelijk.

Om harmonie te creëren binnen de historische context, wordt het volume afgestemd op de kroonlijsthoogte van de bestaande neoclassicisstische gebouwen. De ‘cour d’honneur’ wordt vervolledigd door een massieve plint in natuursteen die verwijst naar de historische tuinmuur. Erboven verslankt het gebouw, zodat maximaal licht valt in de achterliggende bestaande speelplaats op het gelijkvloers. De voorgevel wordt volledig gematerialiseerd in glas. De uniformiteit en een eenvoudige ritmiek zorgen voor een zuivere inpassing in de bestaande context en straalt rust uit. Om een uniform beeld te bekomen, is het onderscheid tussen transparante en opake delen tot een minimum herleid door toepassing van een zeefdruk op de buitenzijde van het glas. Bijkomend zorgt de bedrukking voor een zonwerend effect voor het zuid-geöriënteerd glas.


School binnen een school

“De combinatie van de beperkt beschikbare ruimte, het uitgebreide programma, de historische context en ligging van het project hebben geleid tot een zeer specifiek ontwerp dat volledig verankerd is in zijn locatie”, klinkt het bij Archiles architecten. “Het ontwerpen van een nieuwe school binnen de contouren van een bestaande school is vrij uniek. Van bij het begin van het ontwerp was het van belang om de identiteit van beide scholen te waarborgen. Een ‘eigen’ voordeur en secretariaat zijn belangrijke elementen om dit te realiseren.”


BEN-school

Het streven naar een BEN-niveau was een belangrijk uitgangspunt waarbij in een eerste stap de optimalisatie van de gebouwschil de nodige aandacht vroeg. Er werd geopteerd om te werken met een doorlopende gordijngevel aan voor- en achterzijde van het gebouw, waarbij gezocht werd naar een evenwicht tussen uitsluitend beglaasde en nageïsoleerde delen om zodoende een performant K‑peil te realiseren. Het luchtdichtheidsniveau werd vastgelegd op een v50-waarde van 2. 

Voor de technieken werd gekozen om uitsluitend beroep te doen op hernieuwbare bronnen om de warmte- en koudevraag van het gebouw in te vullen. Er is een BEO-veld (boorgat energieopslag) van 9 boringen met elk een diepte van 150 meter opgenomen, die in de winter de warmtebron vormen voor de warmtepomp en tijdens de zomermaanden kunnen instaan voor de passieve koeling van het gebouw. Dit systeem wordt vervolgens gecombineerd met een lucht-water warmtepomp die de resterende warmtevraag dekt.

De ventilatie wordt verzorgd door een centrale luchtgroep systeem D, opgesteld op het dak en voorzien van een warmtewiel voor een maximaal warmteterugwinningsrendement. De verdeling van de warmte in het gebouw gebeurt op zeer lage temperatuur in winterconditie, met name door middel van een combinatie van vloerverwarming en betonkernactivering. Een ventiloconvector, eveneens gevoed door het BEO-veld staat per lokaal in voor de naregeling van de temperatuur. Om finaal het BEN-niveau te realiseren, is een fotovoltaïsche installatie met een vermogen van 12 kWp op het dak voorzien.

 

GERELATEERDE DOSSIERS