Doorzoek volledige site
10 januari 2019

Woonzorgcentrum Zonnestraal baadt in het licht

Illustratie | CONIX RDBM Architects
Illustratie | CONIX RDBM Architects
Illustratie | CONIX RDBM Architects
Illustratie | CONIX RDBM Architects
Illustratie | CONIX RDBM Architects

CONIX RDBM Architects heeft een nieuw woonzorgcentrum voor het OCMW van Lint ontworpen. Het complex omvat 83 woongelegenheden (kamers) - inclusief 3 kortverblijven- met alle verplichte voorzieningen. De ontwerpers besteedden veel aandacht aan het lichtplan aangezien studies aantonen dat een verlichting met een hoge verlichtingssterkte en hoge kleurtemperatuur het gedrag van mensen met dementie beïnvloedt, de slaap verbetert, de achteruitgang van cognitie remt en depressies vermindert.

Het project is een nieuwbouw van een woonzorgcentrum ter uitbreiding en vervanging van de bestaande verouderde infrastructuur. De financiering gebeurt door het OCMW, ondersteund door VIPA-subsidies. Het uitgangspunt was de bouw van een woon- en zorgcentrum met 83 woongelegenheden (kamers) - inclusief 3 kortverblijven- met alle verplichte voorzieningen. Het project werd gefaseerd gerealiseerd om de continuïteit van het bestaande woonzorgcentrum te garanderen.

De nieuwbouw omvat drie bouwlagen met analoge plattegronden. Het is telkens één afdeling van maximaal 28 woongelegenheden. Onder het gebouw is een kelder voorzien voor berging en technische ruimten.


Leefkwaliteit

De leefkwaliteit van het woonzorgcentrum voldoet aan alle huidige en op korte termijn te verwachten regelgevingen van de sector. Er is ook veel aandacht aan daglicht en licht besteed. Bij de opmaak van de definitieve plannen heeft CONIX RDBM Architects samen met de bouwheer advies gewonnen bij prof. Jan De Lepeleire van de KU Leuven die de noodzaak aan veel licht in woonzorgcentra beklemtoonde op basis van bestaande studies. Jan De Lepeleire is huisarts en coördinator medisch-somatische zorg in UPC KU Leuven. Eén van zijn zorgspecialisatie is ouderenzorg met bijzondere focus op zorg in de woonzorgcentra en dementie.

Studies tonen aan dat een verlichting met een hoge verlichtingssterkte en hoge kleurtemperatuur het gedrag van mensen met dementie beïnvloedt, de slaap verbetert, de achteruitgang van cognitie remt en depressies vermindert. Licht is niet alleen nodig om goed te kunnen zien en het  risico op vallen te verkleinen, maar is ook van belang voor stemming en gedrag, regeling van de hormoonhuishouding en dag- en nachtritme. Deze zaken zijn bij dementerenden verstoord. Door de verhoogde lichtsterkte zullen de bewoners zich beter voelen, zijn er minder valpartijen en is er minder medicatie nodig. Dit is een troef niet alleen voor de bewoners, familieleden en verzorgende, maar voor de hele maatschappij. 

Bij het ontwerpen van het lichtplan is het belangrijk zich te realiseren dat ouderen ondanks een beperkte mobiliteit, zich niet statisch in de ruimte bevinden. Ouderen kijken weg van de oogtaak, richting zones die donkerder of juist helderder zijn. Bekend is dat ouderen meer verlichting nodig hebben dan jongeren, wel driemaal meer. Het licht in de ruimte dient consistent te zijn en ook dienen schaduwen en verblinding te worden voorkomen, met het oog op valpartijen en hallucinaties. Goede verlichting zou mogelijk tijdens de maaltijd de voedselinname en de spraakzaamheid kunnen verbeteren. In sommige gevallen is het aanbevelenswaardig extra stopcontacten nabij bedden te hebben voor het aansluiten van een extra lampje. Dimbare verlichting kan een uitkomst bieden als bewoners last hebben van overstimulatie door hoge verlichtingsniveaus. Dimbare verlichting is ook gewenst in de badkamer voor het creëren van een juiste sfeer. Automatische verlichting kan leiden tot schrikreacties en angst en is daarom niet aan te bevelen.

Zo wordt er in de leefruimte door een functionele planopbouw een maximum aan daglicht gecreëerd. De langgerekte leefruimte krijgt veel en aangenaam daglicht langs de beide lange zijden: tuin en patio. Bovendien hebben de dimbare plafondarmaturen in de leefruimte een lichtsterkte van 2500 lx, waar VIPA slechts ca. 500 lx voorschrijft. De bewonerskamer krijgt aangenaam daglicht binnen via een groot raam, met zonnewerend glas en automatische zonnescreens. De bewoner en bezoeker kan het venstertablet van het grote raam als zitelement gebruiken.

Naast het licht blijft een grote kwaliteit de nabijheid van het dorpscentrum en de al aanwezige voorzieningen op de site zoals het sociaal huis, serviceflats en een lokaal dienstencentrum.

Ook technisch en ecologisch zal het gebouw voldoen aan de normen die komende jaren verplicht zullen worden.  Er is een comfortstudie uitgevoerd door Cenergie.


Materiaalgebruik

Het gebouw langs de Liersesteenweg is voldoende geleed om maximaal in te passen in de schaal van de naburige bebouwing. Het grootste deel van het geveloppervlak is afgewerkt met gelijmde baksteen. Een beperkter deel is afgewerkt met sierpleister en details zijn uit hout vervaardigd. De opzet van de architectuur is eenvoud en duurzaamheid waarbij in de details verfijning, warmte en sfeer gezocht wordt binnen een sterk en helder hoofdopzet.


Kunst

In het woonzorgcentrum is het kunstwerk van Elise Eeraerts geïntegreerd. De kunstwerken verbeelden de centraalheid, openheid en toegankelijkheid uitgediept tot het concept van een ruimtelijk geïntegreerde sculptuur. Het kunstwerk wordt uit een veelheid van modulaire componenten opgebouwd. Deze bouwstenen symboliseren de solidariteit en het gemeenschapsweefsel. Indien een aantal bouwstenen zouden ontbreken, zou immers de volledige structuur wankel worden. Opgebouwd uit modulaire keramische componenten, bestaat het kunstwerk op zijn beurt in de vorm van meerdere fragmenten, die langsheen de hele site te zien zijn. Dit parcours betreft de weg vanaf de buitenste begrenzing, de uitgang aan de Kerkhofweg tot aan de hoofdingang aan de Liersesteenweg. 

De sculpturen zijn er in verschillende vormen: hetzij als zitbank, hetzij als sculpturale doorkijkmuur. Er zijn vijf zitbanken die telkens uit één, twee of vijf delen opgebouwd zijn. Er zijn drie doorkijkmuren waaronder twee stijgende vormen die de hoofdingang markeren en één structuur die een barrière tussen de tuin en de tuin voor de bewoners met dementie vormt. Deze elementen verduidelijken en identificeren de ruimte. Doordat de muurelementen echter openingen bevatten, is het visuele contact continu tussen de verschillende zones. De posities van de sculpturen zijn als fragmenten over de gehele site verdeeld. Het kunstwerk is eigenlijk zodanig gepositioneerd dat telkens wanneer we één fragment bereiken, het volgende fragment reeds vanop afstand kan waarnemen.

GERELATEERDE DOSSIERS