STEEN & BEEN. Goede raad (van state) (Filip Canfyn)

Onze huiscolumnist Filip Canfyn start het nieuwe jaar met iets wat hij tijdens de kerstdagen las: een artikel over een verrassend kritische rede van een rechter van de Raad van State bij de start van het werkingsjaar van onder meer de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Peter Renard wijdt in het (spijtig genoeg) allerlaatste driemaandelijke papieren nummer van Ruimte (#68) zijn artikel ‘De ontspoorde regeldrift in de Vlaamse ruimtelijke ordening’ aan die openingsrede van Pierre Lefranc. Deze hoge heer van de Raad van State hekelt de acute Vlaamse wetgevingskoorts, die volgens hem chronisch is geworden en na de eeuwwisseling volledig ontspoort. Steeds meer voorschriften worden gepubliceerd maar ook steeds meer wijzigingen worden doorgevoerd, wat volgens Lefranc getuigt van “onverteerbare regeldrift waarmee de Vlaamse decreetgever onophoudelijk sleutelt aan zijn eigen regels”. Gevolg? “De gereedschapskist is een gereedschapsloods geworden. (…) Een onsamenhangend geheel van regels, gelardeerd met uitzonderingen en uitzonderingen op de uitzondering.” Also sprach de Raad van State …

Peter Renard onthoudt deze kern van de boodschap: “De Vlaamse overheid maakt alles zo ingewikkeld dat zelfs gespecialiseerde juristen afhaken. Om over de omgevingsambtenaar in een kleine gemeente maar te zwijgen.” Zo wordt ruimtelijk (on)beleid het synoniem voor “overregulering, bestuurlijke verrommeling en administratieve en politieke verkokering”. Daarom duurt het bijvoorbeeld van 2011 tot 2025 om een conceptnota voor een Beleidsplan Ruimte Vlaanderen bijeen te harken …

Volgens mij verwijst Lefranc van de Raad van State impliciet naar de wispelturigheid, de visieloosheid en het cliëntelisme van opeenvolgende Vlaamse ministers. Het stoot mij daarom des te meer tegen de borst dat de vorige en huidige regering de schuld voor de vergunningsproblematiek legde en legt bij de burger, die het toepassen van de regels wil afdwingen, of bij de ambtenaar, die het toepassen van de regels moet handhaven. Zelf duizenden regels bedenken, die te pas en te onpas naar goeddunken interpreteren en daarvoor de anderen de roetpiet toeschuiven stinkt naar een verkeerde bestuurlijke gedragscode.

En dan komen geen gespecialiseerde juristen maar mercantiele advocaten op het toneel. Daarover heb ik het al uitgebreid gehad in ‘Advocaat van de duivel’ (28/02/25).

  • Deel dit artikel

Onze partners