Doorzoek volledige site
04 september 2019

“Eén bewerkbaar BIM-model verwachten is niet erg realistisch”

Illustratie | Bimplan
Illustratie | Bimplan
Illustratie | Bimplan
Illustratie | Bimplan

In de ontwerp- en bouwsector wordt BIM inmiddels courant gebruikt. “Toch stellen wij als BIM-adviseur vast dat slechts weinig opdrachtgevers en facility managers een correct beeld hebben van de opbouw van het BIM-model dat ze aan het einde van hun bouwproject zullen ontvangen”, zegt Jan Van Sichem, zaakvoerder van Bimplan. “De meesten gaan uit van één bewerkbaar model, maar dat is uiteindelijk zelden het geval. Enige nuancering is dus op zijn plaats.”

BIM is stilaan gemeengoed onder bouwprofessionals. Zowel private als openbare opdrachtgevers eisen steeds vaker het gebruik van BIM in de uitvraag van bouwprojecten, vanuit de overtuiging dat het ontwerp- en bouwproces zo een pak efficiënter zullen verlopen, dankzij meer transparantie en minder fouten. Die overtuiging is gegrond, maar niet altijd even realistisch. Een efficiënter ontwerp- en uitvoeringsproces zijn enkel haalbaar wanneer alle betrokken partijen voldoende ervaring hebben in het werken met BIM.

En daar knelt nu net het schoentje. Een gebrek aan ervaring leidt er niet zelden toe dat het ontwerp- en uitvoeringsproces uiteindelijk toch niet zo veel vlotter verlopen.

 

Roze wolk

Dat gebrek aan BIM-ervaring is ook de oorzaak van enkele misvattingen die vandaag bij veel bouwprofessionals heersen over het digitale bouwmodel. “Als BIM-adviseur stellen wij vast dat slechts weinig opdrachtgevers en facility managers een correct beeld hebben van de modelopbouw die ze aan het einde van het bouwproject zullen ontvangen”, begint Jan Van Sichem te vertellen. “Zo leeft bij sommige gebouweigenaren de hoop dat het digitale resultaat van het bouwproces kan opgeleverd worden als een zogenaamde virtual twin, of een as-built-model. Met zo’n model zou het beheren van fysieke eigenschappen tijdens de exploitatiefase gemakkelijker kunnen verlopen. Het model zou bijgevolg kunnen worden geüpdatet met accurate onderhoudsinformatie en kleine renovaties zouden in het model kunnen verwerkt worden. Het model zou met andere woorden kunnen interageren met verschillende gebouwbeheersystemen. Samengevat zou het BIM-model dus allerlei voordelen kunnen bieden naar gebruiks- en verbruiksoptimalisatie. Tenminste, dat is de roze wolk die vandaag door de markt zweeft, maar die overtuiging bevat twee grote misvattingen.”

 

“Als BIM-adviseur stellen wij vast dat slechts weinig opdrachtgevers en facility managers een correct beeld hebben van de modelopbouw die ze aan het einde van het bouwproject zullen ontvangen.”

 

Set van aspectmodellen

“Ten eerste staan we vandaag nog niet zo ver dat de uitkomst van een bouwproject volgens de BIM-methode één model omvat. Het resultaat is voorlopig nog heel vaak een hele set van verschillende aspectmodellen die gebouwd werden door verschillende auteurs. Zo zijn er naast de typische ontwerpdisciplines ook modellen van uitvoerende partijen en fabrikanten of leveranciers. Eén finaal BIM-model is dus wel de betrachting, maar het is vandaag onrealistisch te denken dat al die verschillende modellen straks worden geconsolideerd in één model. En wanneer we wel zo ver zullen zijn, zal de virtual twin ook niet zaligmakend zijn. Na oplevering verdwijnen de verschillende partijen die hebben meegewerkt aan het BIM-model immers uit beeld en zal de facility manager voor jaren alleen verder moeten met het model, waardoor ermee werken geen kinderspel zal zijn.”

 

Hard coded model

“Een tweede hardnekkige misvatting is de idee dat het BIM-model altijd bewerkbaar is. Dat is het echter maar onder bepaalde voorwaarden en is dus zeker niet altijd het geval. Onder bewerkbaar of native moeten we verstaan dat enerzijds informatie tijdens het exploitatieproces moet kunnen worden toegevoegd in de parameters van het model en anderzijds modelelementen manipuleerbaar moeten zijn om verbouwingen of andere mutaties te kunnen verwerken. Gezien in de meeste BIM-projecten volgens Open BIM-filosofie wordt gewerkt, worden modellen uitgewisseld in het universele IFC-formaat. Door met dat formaat te werken, kan elke partij zijn eigen BIM-software gebruiken. Het IFC-formaat dient te worden beschouwd als een soort 3D-PDF die min of meer hard coded is en dus niet de bedoeling heeft manipuleerbaar te zijn. Voordeel is dat de status van het model zo gewaarborgd wordt, nadeel is dus dat het niet bewerkbaar is.”

 

"Een tweede hardnekkige misvatting is de idee dat het BIM-model altijd bewerkbaar is. Dat is het echter maar onder bepaalde voorwaarden en is dus zeker niet altijd het geval."

 

“BIM-verwachtingen bijstellen”

“Vandaag komen wij in openbare bestekken echter regelmatig de situatie tegen waarbij gewerkt moet worden volgens de Open BIM-filosofie maar er ook bewerkbare modellen worden geëist zodat de gebouwbeheerder er veranderingen in kan aanbrengen. Dat kan, maar dan is er een keuze te maken uit de volgende scenario’s. Het één al makkelijker dan het andere.”

“Een eerste scenario: de as-built-modellen worden rechtstreeks in hun respectievelijke native formaat aangeleverd. Gezien partijen met verschillende softwarepakketten werken, impliceert dat dat de gebouwbeheerder voor het verwerken en manipuleren van informatie verschillende softwareapplicaties zal moeten aanleren. Dat is niet handig en redelijk onrealistisch.”

“Scenario 2: de as-built-modellen worden allemaal in hetzelfde native formaat aangeleverd. Dat is handig met het oog op softwarecompatibiliteit en het toegankelijk maken van de tekeningen, maar de modelleermethodes, bibliotheken en informatieopbouw zullen niet compatibel zijn wegens, vandaag nog, gebrek aan standaardisatie.”

“In een derde scenario worden de as-built-modellen in IFC-formaat afgeleverd waarna ze herbouwd worden in de door de gebouwbeheerder gekozen native software. Het voordeel is dan dat er kan worden gewerkt met één systeem en dat de modellen kunnen voorzien worden van de informatiebehoefte van de gebouwbeheerder die vervolgens naar believen output kan produceren. Uiteraard dient op voorhand te worden besproken bij wie deze opdracht komt te liggen.”

“Een vierde scenario is een combinatie van de drie voorgaande. Het mag dus duidelijk zijn dat de overtuiging dat een BIM-model ééndimensionaal is én bewerkbaar voorlopig een beetje kort door de bocht is. Wij zien het dan ook als onze taal om de BIM-verwachtingen van onze doelgroep scherp te stellen”, besluit Van Sichem.