Doorzoek volledige site
24 mei 2016 | AARON EERDEKENS

Leo Van Broeck juicht voorstel Schauvliege toe

Architect Leo Van Broeck Illustratie | dagvandearchitectuur.be

Het voorstel van Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Joke Schauvliege omtrent het inlassen van een betonstop tegen 2050 kan op veel bijval rekenen. Zo ook bij architect Leo Van Broeck, medeoprichter van BOGDAN & VAN BROECK en voorzitter van de Koninklijke Federatie van Architectenverenigingen van België (FAB). Al plaatst hij ook de kanttekeningen dat er in het voorstel geen krimpscenario is voorzien, en dat 2050 wel erg laat is.

Slechtste van de klas

"Eindelijk," verzucht Leo Van Broeck, architect en voorzitter van de Koninklijke Federatie van Architectenverenigingen van België. "Dit is een goede zaak over heel de lijn. Het is hoog tijd voor België om te beginnen verdichten. Ons land is op dat vlak de slechtste leerling van de klas. België beschikt over de derde hoogste bevolkingsdichtheid van heel Europa op het land gemeten, en over de derde laagste binnen de bebouwde zone."

"Net omdat we zoveel ruimte bebouwen, is de densiteit bij de laagste van Europa. We morsen zodanig met grond dat we binnen de bebouwde zone niet over dichtheid beschikken. 55% van de wereldbevolking leeft in steden, in Vlaanderen is dat minder dan 30%. Bij een betonstop wordt er geen nieuwe ruimte meer aangesneden en wordt er alleen nog verdicht. Dat is exact wat Vlaanderen nodig heeft."

 

Krimpscenario integreren in plan

De enige zwakke punten van het voorstel zijn volgens Van Broeck dat 2050 veel te laat is en dat er in het plan geen krimpscenario is voorzien. "In Vlaanderen is al 34% van de totale oppervlakte bebouwd, wat het hoogste cijfer van Europa is. We moeten daarom niet alleen stoppen met het bijzetten van gebouwen en het innemen van open ruimte, we moeten ook krimpen. Als we nu maatregelen nemen, kan de inname stilaan zakken."

"Tegen 2030 moet de groei van bebouwing nul zijn. Op dat moment is al 40% van de totale oppervlakte bebouwd. Vanaf 2040 zou dit cijfer dan een aantal jaren moeten krimpen, tot we aan een bebouwingsgraad tussen 25 en 28% zitten, om dan tegen 2050 noch te groeien, noch te krimpen. 2050 is niet het moment om aan een nulgroei te zitten, maar om over de ideale bebouwing te beschikken."

Dit wil zeggen dat in 2030 de nieuwe bebouwing onder nul moeten gaan, waardoor er terug open ruimte wordt gecreëerd en wordt teruggeven aan de natuur. "Vanaf het moment dat we in de buurt van de ideale bebouwingsgraad komen, mogen we dit ook terug afbouwen. In 2040 kunnen we dan terug op de juiste plaatsen beginnen bouwen, in 2050 kan de curve terug op nul komen te staan. Dat zou een ideaal scenario zijn. Op dit moment is er nergens een periode van krimp voorzien, maar dat is wel nodig," aldus Van Broeck.

 

Grotere tuinen, wildere natuur

Ook van het voorstel over het delen van tuinen is Van Broeck overtuigd. "Op die manier is het mogelijk om veel grotere tuinen aan te leggen en om bijvoorbeeld de helft ervan te laten verwilderen. Dat stuk is dan amper toegankelijk, maar is wel een mooi stuk natuur met veel groen en dieren. Zo staan er ook nergens nog omheiningen meer, zoals in de USA al het geval is. In Haspengouwse fruitstreek worden de mensen zelfs gevraagd om een kwart van hun tuin te laten verwilderen. Dit is gunstig voor de bijenpopulatie, die op hun beurt de fruitbomen bevruchten. Zo'n verwildering biedt dus niet alleen ecologische, maar ook economische voordelen."