Doorzoek volledige site
12 mei 2015 | TIM JANSSENS

De nieuwe radartoren in Oostende: een huzarenstukje in prefabbeton

Sierlijk, intrigerend en architecturaal vooruitstrevend, zo zou je de nieuwe radartoren in Oostende kunnen typeren. (Foto: West Construct)
Aangezien de nieuwe radartoren zich als het ware in de voortuin van Oostende bevindt, wilde de stad absoluut een fraaie, stijlvolle constructie. (Foto: West Construct)
De nieuwe radartoren is niet zomaar een opeenstapeling van standaardelementen. De prefabbetonmoten werden op maat geproduceerd aan de hand van een speciaal bekistingssysteem. (Foto’s: Loveld)
De nieuwe radartoren is niet zomaar een opeenstapeling van standaardelementen. De prefabbetonmoten werden op maat geproduceerd aan de hand van een speciaal bekistingssysteem. (Foto’s: Loveld)
Gezien de locatie en de functie van de toren golden er zeer strenge stabiliteittechnische eisen. (Foto: West Construct)

De toegang tot de Oostendse haven heeft sinds kort een nieuw gezicht. Niet enkel is er geïnvesteerd in een bredere vaargeul met nieuwe havendammen, er werd ook een vijftig meter hoge radartoren gebouwd op de Oostdam, ontworpen door E+W EGGERMONT. Het is een tot de verbeelding sprekende constructie geworden die is opgebouwd uit 23 unieke prefabbetonelementen, al bleek het geen sinecure om de steile architecturale ambities en de strenge stabiliteittechnische eisen met elkaar te verzoenen...

De verbetering van de toegang tot de Oostendse haven stond al lang met stip op de agenda. De nieuwe Oostdam vervangt het voormalige Oosterstaketsel en loopt zeshonderd meter ver in zee. Samen met de Westdam vormt ze het sluitstuk van de nieuwe vaargeul, die voortaan beter georiënteerd is (min of meer loodrecht op de kust) en een stuk dieper is gemaakt om grotere schepen (tot tweehonderd meter lang en zevenenhalve meter diep) te kunnen ontvangen. De realisatie van de nieuwe vaargeul ging ook gepaard met de afbraak van de voormalige radartoren. Om de werking van de grensoverschrijdende Schelderadarketen te kunnen blijven garanderen – een samenwerking met Nederland die vlotte en veilige scheepvaart mogelijk maakt – werd er op de kop van de Oostdam een nieuwe, onbemande radartoren gebouwd.

 

Significante verschijningsvorm

Sierlijk, intrigerend en architecturaal vooruitstrevend, zo zou je de nieuwe radartoren in een paar woorden kunnen typeren. Aangezien hij zich als het ware in de voortuin van Oostende bevindt, wilde de stad absoluut een fraaie, stijlvolle constructie. “Het was zoeken naar een significante verschijningsvorm voor een buitengewoon bouwprogramma”, vertelt architect Wilfried Eggermont. “Ik heb dan ook geprobeerd om een zo dynamisch mogelijk beeld te creëren. De toren bestaat uit verschillende vlakken en maakt een soort schroefbeweging, waardoor er – afhankelijk van het moment van de dag, de stand van de zon en de weersomstandigheden (regen of niet) – sprake is van een heel andere uitstraling en beeldbeleving. Het naar boven toe breder wordende volume was onmisbaar om voldoende ruimte ter beschikking te stellen voor de installatie van alle elektronica in drie op elkaar gestapelde ruimtes.”

 

Stabiliteittechnische eisen

De toren bestaat inderdaad uit verschillende vlakken, gevormd door 23 gestapelde prefabelementen die elk twee meter hoog zijn. De opbouw van de toren was echter veel complexer dan je op het eerste zicht zou vermoeden. “Gezien de moeilijk te bereiken bouwplaats en het feit dat de dam bij harde wind niet toegankelijk is vanwege golfoverslag, is er uiteindelijk geopteerd voor een prefabconstructie”, legt Eggermont uit. “Maar evident was dit zeker niet. Door die specifieke werfomstandigheden moesten we ons hoe dan ook beperken tot elementen van maximum 25 ton, wat op technisch vlak heel wat consequenties had. Stabiliteit was uiteraard een cruciaal aandachtspunt, en gezien de relatief dunne wanden van de toren (30 centimeter) moesten we in het onderste deel van de toren – de eerste twaalf prefabelementen – een naspanning aanbrengen. De naspanstaven moesten allen een perfect verticale geometrie hebben, maar moesten tegelijk de nodige vrijheid bewaren ten opzichte van de betonstructuur. Het was echt puzzelen om al het staal in het beton verwerkt te krijgen. Anderzijds bracht de beoogde werking van de radar heel wat beperkingen met zich mee. Zo mocht de uitbuiging van de toren onder windlast slechts vier centimeter bedragen, wat voor een vrijstaande toren van vijftig meter lang behoorlijk weinig is. Het was zeer complex om alles optimaal op elkaar afgestemd te krijgen, maar desondanks zijn we uitermate tevreden met het resultaat.”

 

Speciaal bekistingssysteem

De nieuwe radartoren is met andere woorden niet zomaar een opeenstapeling van standaardelementen. De prefabbetonmoten werden op maat geproduceerd door Loveld, dat vanaf het prille begin bij het project betrokken was om alle eisen te kunnen verenigen met het prefabgegeven. “De eerste twaalf moten moesten gezien de vereiste stabiliteit van de toren absoluut in één massief gestort worden”, licht Vincent Termote toe. “We hebben kokers gestort in een soort verticale bekisting van 2,5 meter hoog (inclusief wapening). In de onderste moot moesten bovendien veertig naspankokers aangebracht worden. Dit was toch een vrij complex gegeven.”

Om de bekistingskost niet te hoog te laten oplopen, ontwikkelde Loveld een systeem waarbij een standaardmal gecombineerd werd met een opbouw aan de binnenzijde van de bekisting, die instond voor de afwijkende vormen. “Deze 'binnenkist' was voor elk element uniek. In de eerste twaalf moten was er naspanning nodig, maar daarboven niet meer. De bovenste elementen – waar de toren als het ware uitwaaiert – hoefden we dus ook niet meer in één ring te storten. We hebben ze in vier stukken gestort en hebben daarvoor vier unieke, in 3D uitgefreesde bekistingen gemaakt. De vier stukken werden na samenstelling aan elkaar gestort tot één geheel, zodat men zich op de werf in wezen enkel op de opbouw van de toren moest concentreren.”

 

Geen alledaags werk

Dat de nieuwe radartoren van Oostende een unieke constructie is, spreekt inmiddels wel voor zich. Ook voor aannemer West Construct was het een mooie uitdaging. “De opgelegde toleranties waren zeer beperkt, en de klimatologische omstandigheden maakten het ons niet bepaald makkelijk”, vertelt Adjunct Algemeen Directeur Stéphane Pieters. “Het was geen alledaags werk, qua montage en opvolging was het toch wel intensief. We kijken tevreden terug op het verloop van het volledige bouwproces (de samenwerking met de andere partijen)  en zijn terecht fier op deze architecturaal hoogstaande constructie.”

Hetzelfde geldt voor Loveld, dat zich doorgaans toespitst op constructies in architectonisch beton. Door de kwaliteits- en stabiliteitseisen voor het betonmengsel moest het in dit project echter met grijs beton aan de slag. “Dit maakte dat we rekening moesten houden met het risico op lekken of kleurverschillen”, vertelt Vincent Termote. “Uiteindelijk zijn we er toch in geslaagd om de toren een zeer uniforme kleur en textuur te geven. Het was een enorm voordeel dat we vanaf het begin met alle partijen rond de tafel hebben gezeten om samen tot een optimale oplossing te komen, gebaseerd op een compromis tussen stabiliteittechnische, productiegerelateerde en financiële voorwaarden.”