Doorzoek volledige site
13 mei 2015 | TIM JANSSENS

Subtiele staalstructuur typeert zinnenprikkelende buurtsporthal op het Kiel

Foto: UR Architects / Dries Luyten (Stad Antwerpen)
Foto: UR Architects / Dries Luyten (Stad Antwerpen)

Sinds april 2013 kunnen sportfanaten uit de Antwerpse Zuidrand terecht in een knappe buurtsporthal op het Kiel. Het complex herbergt drie sportzalen die gegroepeerd zijn rond een T-vormige kern met dienstruimtes. Het samenspel tussen de translucente gevelbekleding in meerwandig polycarbonaat en de subtiele, witte staalstructuur resulteert in een toegankelijke uitstraling en een uiterst aangename sportbeleving.

Een aantrekkelijke sporthal creëren die specifiek bestemd is voor de buurtbewoners en de plaatselijke scholieren: dat was de uitdaging die dit fijne project met zich meebracht. Het zinnenprikkelende complex maakt deel uit van een scholencampus en bevindt zich vlak naast de multifunctionele stedelijke sporthal, die voornamelijk gebruikt wordt voor sportactiviteiten in clubverband. Het ontwerp van de nieuwe buurtsporthal is van de hand van UR Architects. “Het gebouw is sterk geïntegreerd in zijn omgeving, en dus wilden we een complex zonder uitgesproken voor- en achterkant, met een uitstraling die overal op de site zichtbaar is”, vertelt ir. architect-zaakvoerder Regis Verplaetse. “Daarnaast was het gezien de sociale compositie van het Kiel – de aanwezigheid van een minder begoede sociale klasse die weinig tot geen toegang heeft tot sportinfrastructuur – belangrijk dat het een laagdrempelig, uitnodigend gebouw zou worden.”

 

Lichte, etherische uitstraling

Dit is zeker het geval. UR Architects liet de klassieke sporthaltypologie bewust achterwege – dienstruimtes die gegroepeerd zijn rond een centraal gelegen sportzaal, wat vaak resulteert in een introvert gebouw – en opteerde resoluut voor een complex dat sterk geënt is op zijn omgeving. “Aangezien het programma voor deze sporthal bestond uit drie zalen, hadden we de mogelijkheid om die traditionele, gesloten typologie als het ware binnenstebuiten te keren”, licht Regis Verplaetse toe. “De zalen bevinden zich met andere woorden aan de rand van het gebouw, en de dienstruimtes liggen er in een T-vorm tussenin. Enerzijds wilden we een gebouw met een communicatief charisma creëren, anderzijds wilden we de sportervaring versterken door in te zetten op een rijkelijke daglichtttoetreding. Vandaar dat we gekozen hebben voor een translucente gevels uit meerwandig polycarbonaat. Voorts wilden we ook de zalen zelf een lichte, etherische uitstraling geven.”

Deze benadering had uiteraard gevolgen voor de structuur en de opbouw van het sportcomplex. UR Architects koos ervoor om de sportzalen vorm te geven aan de hand van een klassieke industriële staalstructuur. “Het staal is wit geschilderd (acrylafwerklaag op brandwerende coating; Rf 1h), wat samen met de polycarbonaatbekleding voor een zeer open, minimalistisch uiterlijk zorgt. De structuur is vrij conventioneel (stalen liggers, spanten met gordingen ter ondersteuning van de polycarbonaatpanelen), maar tegelijk zijn er wel een aantal bijzondere details. Op de hoeken van de zalen staat er bijvoorbeeld geen spantpoot, maar is er gewerkt met platstaalvinnen. Voorts hebben we met de staalstructuur een bepaalde lijnvorming nagestreefd. De windverbanden zijn zo gepositioneerd dat ze perfect de geometrie van de zalen volgen. De knopen van de windverbanden bevinden zich ofwel centraal in een module, ofwel precies op de lijn van de gording. Dit alles valt op het eerste zicht misschien niet op, maar toch draagt het bij aan het concept.”

 

Re-engineering en optimalisatie

Staalbouwer WP Steel kan dit alleen maar beamen. De esthetisch-architecturale elementen in de staalconstructie maakten dat soms behoorlijk inventief te werk moest gaan. “Naast de integratie van de plaatstaalvinnen waren er heel wat verborgen verbindingen die de nodige aandacht vroegen”, vertelt projectleider Dieter Weyns. “Voorts is er aan de dakopstanden gekozen voor platen (S235), om zo een iets strakker geheel te verkrijgen. Om de translucente gevelbekleding te bevestigen op de vloer is er gebruikgemaakt van verankerde stalen plinten. Deze zijn behandeld met een drielagensysteem (zinkbestendige primer, tussenlaag en eindlaag) dat ervoor zorgt dat dezelfde corrosiebestendigheid heeft als een duplexsysteem.”

De staalconstructie zelf is vrij conventioneel: HEA en IPE-profielen in S235 en kokers en L-profielen in S355. Enkel in de grote sportzaal was er een complexe ingreep nodig. “Daar hebben we de structuur in nauw overleg met de architect en het studiebureau gere-engineerd en geoptimaliseerd”, gaat Dieter Weyns verder. “We hebben het moeilijk te verkrijgen IPE750-profiel vervangen door een samengesteld PRS-profiel. Het IPE750-profiel zou worden doorgesneden om een licht hellend dak te creëren. De onderregel van het spant moest horizontaal komen te liggen, maar riskeerde door het eigengewicht van het dak een paar centimeter te gaan doorhangen. Hier moest vooraf op ingespeeld worden door een tegenzeeg te genereren, en dat konden we veel nauwkeuriger realiseren met een PRS-profiel. Zelfs het esthetische effect hebben we in rekening gebracht. Door het tunneleffect lijken perfect horizontale liggers immers alsnog een beetje door te hangen, en dus moesten we dat nog met een paar percentjes compenseren. Hier hebben we onze expertise toch echt wel kunnen laten spreken.”

 

Schrijnwerk en scheidingswanden

Behalve voor de structuur van de sportzalen, is er ook staal gebruikt voor het buiten- en binnenschrijnwerk in de dienstenkern, uitgevoerd door Turnhoutse Metaalwerken. De uiteinden van de T-zone zijn immers volledig beglaasd. “Dit was een interessant onderdeel van het project”, aldus Regis Verplaetse. “We moesten twee types stalen schrijnwerk ontwerpen: enerzijds voor gewone isolerende beglazing, anderzijds voor de vijf centimeter dikke polycarbonaatplaten. Voor dit laatste type hebben we de kern van een traditioneel stalen thermisch onderbroken raamprofiel aangepast om de benodigde sponning te voorzien. Aangezien polycarbonaat elastischer is dan glas, moet deze sponning niet enkel breder, maar ook hoger zijn. Om dit te kunnen verwezenlijken, hebben we met platstaal gewerkt. Deze opbouw heeft ons ook toegelaten om de kleur van de profielen aan te passen aan de look and feel van de aangrenzende ruimtes (buitenzijde grijs, binnenzijde wit).

Een laatste aspect waarin staal een belangrijke rol speelde, was bij de creatie van verschillende scheidingswanden. Deze zijn niet uitgewerkt met een gesloten materiaal, maar met een speciaal ontworpen staalgaas. “Het is een gaas van manueel gepuntlast rondstaal (diameter 10 mm) van twintig centimeter hoog en elf à twaalf centimeter breed. We hebben een modulering voorzien die in feite onzichtbaar is, zodat er nergens sprake is van een of andere onderbreking. Er zijn geen verticale steunpunten, ook niet in de twintig meter lange en drie meter hoge strook tussen de grote zaal en de gang. Je ziet enkel een doorlopend ruitvormig patroon. We hebben dat gaas ook gebruikt om de inpandige fietsenstalling af te bakenen. Terwijl we in dit project voor het overige vooral industriële materialen en bouwwijzen gebruiken, is dit een haast ambachtelijke toepassing van staal. Al bij al kan je dus gerust stellen dat staal een zeer belangrijke rol heeft gespeeld in dit project.”