Doorzoek volledige site
06 september 2017 | FILIP CANFYN

Steen & Been: (Filip Canfyn): Dwarsligger

Illustratie | Pixabay

De mogelijke privatisering van de NMBS zorgde de afgelopen dagen weer voor heel wat ophef. Huiscolumnist Filip Canfyn nam de trein temidden van de  mediastorm. Of probeerde dat toch ,en ondervond aan den lijve hoe het NMBS-personeel omgaat met de kwestie. 

Op een recente verloren maandag moet ik om 15 uur in een toren van de Vlaamse Gemeenschap aan Brussel-Noord zijn, na een morgen thuis. Het wordt een belangrijke vergadering, dus ik moét en wil zeker op tijd komen. Uit principe, wegens een abonnement met parkeerplaats aan het station en omwille van het stressloze comfort opteer ik uiteraard voor de trein om hoofdstadwaarts te trekken. Ik heb de keuze tussen een rit over Zottegem en een rit vijf minuten later over Gent, die me beiden op tijd op mijn bestemming kunnen brengen. Gezien de Zottegemmer de laatste maanden altijd (!) te laat aankomt neem ik het zekere voor het onzekere: ik laat die sleper aan mij voorbijgaan en stap in een Gent-wagon.

Tien minuten na het beloofde vertrekmoment staan we nog altijd stil en roept de treinbegeleider om welke volgende, dus andere trein naar Gent kan genomen worden. Een duidelijke boodschap voor de goede verstaander. Daar ik naar Brussel moet en met die volgende trein hopeloos te laat kom ben ik verplicht de wagon spoorslags te verlaten om toch nog snel mijn wagen te nemen. Op het perron kruis ik eerst de treinbegeleider.

 

“Het is toch altijd wat met de trein!”

“Meneer, we zitten hier wel met een technisch probleem.”

“Dat is wat ik bedoel, dat het altijd wat is.”

“Meneer, zulke dingen gebeuren.”

“Te veel. Ik neem bewust deze trein over Gent om zeker op tijd in Brussel te raken. Die over Zottegem is de laatste tijd altijd te laat.”

“Dat kan zijn.”

“Ik moet nu wel de auto nemen. En ik heb al betaald voor de trein.”

“Daar kan ik toch niet aan doen? Het is een technisch probleem.”

“Zitten we weer in de NMBS-Infrabel-discussie zodat uiteindelijk niemand zich nog verantwoordelijk voelt voor de reiziger?”

“Het is alvast mijn schuld niet …”

“… maar de reiziger is wel altijd de pineut.”

“Pineut?”

“Géén trein, wél betaald, de autokilometers op zijn kosten en niemands schuld.”

Meneer, als ge wilt dat het beter wordt, dan moet ge ons maar privatiseren!

 

Ik weet niet wat ik hoor. Mijn mond valt open, in een opperste vorm van afasie. ‘Aan de grond genageld’ voelt als een eufemisme.

Drie dagen eerder heeft een minister van financiën een ballonnetje opgelaten over een eventuele privatisering van de spoorwegen. Hij werd onmiddellijk gecounterd door een eerste minister en een vice-premier maar zijn politiek detail heeft al het bewustzijn van de cheminots bereikt. Die zullen maar al te graag dit schot voor de boeg als hun nieuwe ultieme argument bezigen. Al wie nog durft te klagen over faliekante stiptheid, irrelevante communicatie en irritante klantgerichtheid zal lik op stuk krijgen: “als ge het beter kunt, privatiseer ons dan!”. Een flagrante ontsporing?

 

(Voor alle duidelijkheid: deze waargebeurde column werd geschreven voordat de stakingsaanzegging voor 10 oktober bekendgemaakt werd.)