Doorzoek volledige site
22 januari 2016 | JOOS NEVEN

Verwarmingsindustrie wil energierecept op maat creëren, maar Belg blijft vaak achter

ATTB, de Associatie voor Thermische Technieken van België, geeft aan het begin van het jaar een overzicht van de trends en uitdagingen in de sector van thermische installaties. Het komt er nu op neer om voor elke woning een verwarmingsrecept op maat aan te bieden dat een laag verbruik en een lage CO2-emisse koppelt aan een zo hoog mogelijk rendement.

Milieu-efficiëntie door gepersonaliseerd plan

Een milieu-efficiënte en gedifferentieerde aanpak waarbij klassieke verwarmingstechnieken zo adequaat mogelijk worden ingezet en op een slimme manier worden gemixt met hernieuwbare energie en aanverwante technieken moeten de Belgische industrie een thermische totaaloplossing bieden. De Belgische verwarmingsindustrie is klaar voor die uitdagingen van de toekomst, maar het Belgisch woningbestand lijkt echter nog te vaak liever ‘verwarmingsziek’ te blijven dan het juiste energierecept in te nemen…

 

2015: herstel maar nog lang geen doorbaak

Na een tegenvallend 2014 kende de verkoop van klassieke verwarmingssystemen in 2015 een licht herstel, al was het vreemd genoeg vooral de vraag naar lagetemperatuurketels (voornamelijk op basis van stookolie) die een lichte piek vertoonde, terwijl de verkoop van de veel milieu-efficiëntere condensatieketels – dit zijn  verwarmingstoestellen die waterdamp recupereren en daardoor veel minder energie verbruiken dan klassieke toestellen  – ter plaatse bleef trappelen. Het wegvallen van de belastingvermindering van 40 procent sinds 2012 en de ongelijkmatig verdeelde overheidssteun voor condensatieketels zorgen er blijkbaar voor dat heel wat consumenten de zowel vanuit ecologisch als economisch oogpunt noodzakelijke vervanging van hun ketel uitstellen of kiezen voor een goedkopere, maar minder milieu-efficiënte oplossing.

 

Invloed ErP-eisen blijft miniem

Ook de invoering van de nieuwe ErP-eisen sinds 26 september 2015, die onder andere stellen dat nieuwe ketels op gas of stookolie met een nominale warmteafgifte ≤70 kW een minimumrendement van 86% moeten halen (wat overeenkomt met een B-label) en die – op enkele uitzonderingen na – van de condensatieketel (klasse A) de nieuwe standaard maken, blijken vooralsnog weinig effect op de verkoopcijfers te ressorteren.


Hernieuwbare energie

Ook installaties op basis van hernieuwbare energie winnen niet aan populariteit, stelt ATTB vast. In tegenstelling tot wat soms in de pers beweerd wordt, kenden warmtepompen in 2015 geen doorbraak, maar slechts een lichte groei in verkoop. Van warmtepompboilers ging de verkoop achteruit met 15% en ook het aantal verkochte zonneboilerinstallaties kende een terugval. Die dalingen hebben te maken met de stijgende elektriciteitsprijzen van vorig jaar, gekoppeld aan relatief goedkope fossiele brandstoffen, maar zeker ook met het terugschroeven van de subsidies in Wallonië. Hoopvol is wel dat zonnewarmte goed scoort in nieuwbouwappartementen. Het marktaandeel van andere technieken, zoals biomassa of wkk (warmtekrachtkoppeling), blijft beperkt.

 

Oude ketels, dure ketels

De gemiddelde ketel in België is 20 tot 25 jaar oud en beantwoordt helemaal niet aan de huidige geavanceerde technieken. Die honderdduizenden oude ketels kosten de gebruiker heel veel geld voor onderhoud en herstel, verbruiken onnodig veel en stoten onverantwoord veel CO2 uit. Tel daarbij het gegeven dat veel eigenaars van verouderde ketels zich niet houden aan de wettelijke verplichting van een regelmatig onderhoud, en we kunnen concluderen dat de negatieve ecologische, economische en maatschappelijke impact van dit verouderd ketelpark nog verder toeneemt. In Vlaanderen proberen de overheid en de industrie de vervangingsgraad van oude ketels op te krikken, maar het tempo waarop dat gebeurt, blijft nog steeds veel te traag omdat de verbruiker zich veelal niet bewust is van het feit dat hij ‘verwarmingsziek’ is en niet weet hoeveel hij kan besparen door over te schakelen op moderne verwarmingstechnieken.

 

Eenduidige informatie voorhanden

ATTB hoopt dat de invoering van het nieuw Europees energielabel de verkoop van milieu-efficiënte toestellen positief zal beïnloeden. Alle verwarmingsketels en warmwatertoestellen die sinds 26 september 2015 op de markt gebracht worden zijn voorzien van dit label; zowel installaties op gas, stookolie of elektriciteit, als voor installaties die (deels) op hernieuwbare energie werken zoals warmtepompen, zonneboilers en micro-wkk. Het label biedt alle consumenten bovendien eenduidige informatie over het energieverbruik en de CO2-uitsoot van de installatie. ATTB streeft er in elk geval naar om de betrouwbaarheid van het energielabel te versterken door zo snel mogelijk over te schakelen op een systeem van controle door een onafhankelijke instantie, zoals nu al het geval is voor toestellen op fossiele brandstoffen. Daarnaast waakt ATTB erover dat de communicatie over ErP, energielabels en ecodesign vanuit de sector coherent verloopt.

 

Verwarming voor comfort

Tegenwoordig kunnen nieuwbouwwoningen in theorie dermate worden geïsoleerd dat ze geen verwarming meer nodig hebben. Toch is het bouwen van een woning zonder verwarming niet aan te raden. Niet alleen zorgt de verwarming ook voor de aanmaak van sanitair warm water, maar vooral in de wintermaanden zou aan comfort worden ingeboet. Zonder centrale verwarming moeten bewoners immers overstappen naar individuele toestellen of een kachel. Met de steeds strikter wordende EPB-regelgeving is vooral de kostprijs van de bouwschil gestegen - het verwarmingsluik neemt echter ook een grotere hap uit het nieuwbouwbudget. De verwarmingssector benadrukt dat de veel lagere levenscycluskosten van ingezette verwarmingstechnieken op basis van hernieuwbare energie (eventueel gecombineerd met fossiele brandstoffen) die initiële meerinvestering ruimschoots compenseren. Zelfs tegen 2050 is het koste wat het kost mijden van fossiele brandstoffen niet de oplossing. Fossiele brandstoffen zullen nog een hele tijd noodzakelijk zijn. Het komt erop aan ze goed te gebruiken, en ook met de traditionele verwarmingstechnieken is dat mogelijk. Essentieel is dat voor elk geval apart de meest gepaste techniek of veelal combinatie van technieken wordt gekozen, geeft ATTB aan.

 

Activeren en differentiëren 

Hoofdconclusie van ATTB is dat de mogelijkheden van moderne verwarmingstechnieken schromelijk worden onderschat, terwijl ze op macroniveau zowel de economie stimuleren als tegemoet komen aan de klimaatdoelstellingen. Op microniveau leveren ze de bouwheer jaar na jaar meer comfort en een lagere energiefactuur. “Wacht niet langer om te besparen en om minder C02 uit te stoten, maar schakel over op de moderne verwarmingstechnieken,” is dan ook de belangrijkste boodschap van ATTB.  Een enige juiste verwarmingsoplossing bestaat niet: renovatie vereist andere technieken dan nieuwbouw. Bovendien is er een verschuiving van het type woning aan de gang, van vrijstaande woningen naar appartementen. Het is trouwens best mogelijk dat er andere economische modellen voor verwarming ontstaan: warmtenetten op lokaal vlak bijvoorbeeld, of formules waarbij de particulier geen kWh-stroom, maar warmte aankoopt van zijn energieleverancier.

Wat de uitdagingen van de toekomst ook zijn, de Belgische verwarmingsindustrie is er klaar voor en is nu al in staat voor elke woning het ideale verwarmingsrecept voor te schrijven. Het is nu een kwestie van de consumenten te informeren om het potentieel uit deze hedendaagse technieken te putten.

GERELATEERDE DOSSIERS