Doorzoek volledige site
09 juni 2016

Innovatieve vloerverwarmings­systemen

Dun vloerverwarmingssysteem met dekvloer. Illustratie | WTCB / CSTC
Dun vloerverwarmingssysteem zonder dekvloer. Illustratie | WTCB / CSTC

Vloerverwarmingssystemen hebben tal van voordelen te bieden, zoals een verhoging van het comfort en een grotere beschikbare oppervlakte door het uitsparen van radiatoren. Het WTCB vergelijkt enkele innovatieve vloerverwarmingssystemen met de meer traditionele systemen en gaat dieper in op de verschillende uitvoeringsaspecten.

 

Welke innovatie?

Eén van de markantste evoluties in de vloeropbouw is de afnemende hoogte van de vloerverwarmingssystemen. De laatste jaren kwamen er immers steeds dunnere systemen op de markt. Hoewel er bij sommige systemen nog steeds – weliswaar in beperktere dikte – dekvloermortels aangewend worden voor de warmteverdeling en de lastenspreiding (zie afbeelding 1), is er in de opbouw van andere systemen geen dekvloerlaag meer terug te vinden (zie afbeelding 2). In voorkomend geval wordt het afwerkingsmateriaal rechtstreeks op een warmteverdeelrooster of ontkoppelingsmat aangebracht.

 

Afstemming van de werken

Bij de uitvoering van verwarmde vloeren kunnen heel wat beroepen betrokken zijn: de ruwbouwaannemer, de plaatser van de isolatie, de verwarmingstechnicus, de dekvloerder en de tegelzetter. Bijgevolg is een goed gecoördineerde samenwerking tussen de verschillende betrokken vakmensen reeds vanaf de ontwerpfase onontbeerlijk. Zo moeten de samenstelling van het vloercomplex en de taakverdeling op voorhand goed vastgelegd worden (bv. in een bestek en/of in een offerte).

De dimensionering van het vloerverwarmingssysteem wordt vaak toevertrouwd aan de fabrikanten die hiervoor over specifieke rekenprogramma’s beschikken. Zij stellen in samenwerking met de bouwheer of diens vertegenwoordiger meestal ook het legplan van de buizen op.

 

Isolatie, randstrook en membraan

Binnenvloeren worden steeds vaker thermisch en/of akoestisch geïsoleerd. Gelet op het feit dat deze isolatielagen als ondergrond dienen voor het vloerverwarmingssysteem, moeten ze voldoende stevig zijn om vervormingen te vermijden. Voor meer informatie hieromtrent verwijzen we naar de WTCB-Dossiers 2010/4.12.

Teneinde het vloerverwarmingssysteem en/of de eventuele dekvloer te kunnen plaatsen, dient het oppervlak van deze isolatielagen voldoende vlak te zijn (maximale afwijking van 9 mm onder de lat van 2 m). Bij het gebruik van stijve isolatieplaten wordt de draagvloer vooraf doorgaans uitgevlakt, bijvoorbeeld door middel van een uitvullaag die ook de leidingen omhult. Bij een gespoten uitvoering dient het oppervlak van het isolatiemateriaal na de plaatsing meestal vlakgeschuurd te worden. Bij innovatieve dunne vloerverwarmingssystemen is het van primordiaal belang om de afwijkingen op de vlakheid nog verder te beperken.

Zowel bij de innovatieve als de traditionele vloerverwarmingssystemen, dient er over de volledige omtrek en tegen elk vast bouwelement (bv. kolommen) een randstrook voorzien te worden. Deze moet minstens tot aan de afgewerkte vloer reiken en mag pas na de plaatsing van de vloertegels afgesneden worden zodat elk contact tussen de vloertegels en de wand vermeden wordt. Tussen de isolatie en de dekvloer moet tevens een membraan geplaatst worden dat tot boven de randstrook strekt (zie afbeelding 1).

Op het uitvoeringsplan van de vloerverwarming dat meestal door de fabrikant opgesteld wordt, worden ook de bewegingsvoegenweergegeven. De positionering van deze voegen dient op voorhand en in samenspraak met alle betrokken partijen vastgelegd te worden. Deze bewegingsvoegen moeten tot in de vloerafwerking doorgetrokken worden. De verwarmingsbuizen die een voeg kruisen – hetgeen tot een strikt minimum beperkt moet worden – moeten in een huls geplaatst worden zodat de verschillende onderdelen vrij zouden kunnen bewegen zonder beschadigd te raken.

De lengte van de vloervelden moet beperkt worden tot 8 m en de oppervlakte tot 40 m². Bovendien dient men in de mate van het mogelijke rechthoekige velden na te streven met een lengte-breedteverhouding van hoogstens 2 op 1. Het is belangrijk dat de vloerverwarmingskringen afgestemd zijn op deze vloervelden.

 

Lees dit artikel verder op de website van het WTCB.