Doorzoek volledige site
07 september 2016 | TIM JANSSENS

Knappe uitbreiding geeft Provinciale Kunsthumaniora opnieuw ademruimte

De materialisatie van het nieuwbouwvolume is al bij al vrij bescheiden te noemen. Ruimtegevoel en visuele relaties primeren op architecturaal vertoon. (Beeld: Luca Beel)
De nieuwbouw moest in de eerste plaats antwoord bieden op het nijpend plaatsgebrek waarmee de school al verscheidene jaren te kampen had. (Beeld: Luca Beel)
Door de veelheid aan beglaasde geveloppervlakken is de relatie met buiten overal voelbaar. (Beeld: Luca Beel)
Het nieuwe volume omvat onder meer vier woordkunst-dramaklassen die volledig uitgerust zijn met theatertechnieken (spots, regiekamer, uitschuifbare tribune …). (Beeld: Luca Beel)

De Provinciale Kunsthumaniora in Hasselt is de laatste jaren sterk gegroeid qua leerlingenaantal en educatief aanbod. Enkel de infrastructuur evolueerde lange tijd niet mee. Gelukkig voorzag het Scholen van Morgen-programma in de realisatie van een nieuwbouwvolume van 5.000 m² met klas- en vaklokalen en gemeenschappelijke ruimtes, gegroepeerd rond een ruime patio die fungeert als stille oase. Dankzij deze broodnodige uitbreiding vormt de school meer dan ooit een gemeenschap op zich.

Creatieve vrijheid en ruimte voor expressie zijn van cruciaal belang in een artistieke omgeving zoals een Provinciale Kunsthumaniora. In de eerste plaats moest de nieuwbouw dan ook antwoord bieden op het nijpend plaatsgebrek waarmee de school al verscheidene jaren te kampen had. “Vandaar dat er sprake was van een dens programma en een omvangrijk eisenpakket: veertien leslokalen voor algemene vakken, vier woordkunst-dramaklassen die volledig uitgerust zijn met theatertechnieken (spots, regiekamer, uitschuifbare tribune …), drie notenleerklassen en zanglokalen, een opsplitsbare sportzaal met bijhorende kleedkamers, een studieruimte, een bibliotheek, een refter en polyvalente ontmoetingsruimtes”, aldus Maarten Baeye, projectarchitect bij Stéphane Beel Architects. “Dit alles om het complex in zijn geheel studentgerichter te maken. Voordien bestond de school immers uit drie afzonderlijke vleugels met monofunctionele gangen en was er niet echt sprake van een centrale kern waar de leerlingen elkaar konden treffen. Het uitgangspunt van het project was dan ook dat er een nieuw ‘hart’ voor de school moest worden gemaakt. Tegelijk is het plan open en ongedwongen, zodat men er zich vrij kan bewegen en het complex ook na de schooluren gebruikt kan worden voor andere doeleinden.”

 

Ruimtelijk vraagstuk

Het project diende zich voor de architecten aan als een ruimtelijk vraagstuk. Enerzijds moesten ze zich baseren op genormeerde vierkante meters (goedgekeurd door AGIOn), anderzijds waren het gevraagde programma en de bijhorende netto vloeroppervlakte eigenlijk groter dan wat normatief voorzien was. “Het was aan ons om hieraan tegemoet te komen zonder de grootte van de klaslokalen bij wijze van spreken te halveren”, aldus Baeye. “Een kwestie van compact bouwen, multifunctioneel gebruik en/of combinatie van verschillende ruimtes, optimalisatie van circulatieruimtes en herorganisatie binnen de bestaande gebouwen – evenwel zonder een benepen geheel met onvoldoende afstand tussen de verschillende programmaonderdelen te creëren. Alle functies zijn dan ook gegroepeerd rond een patio die de nodige relaties legt, maar tegelijk ook afstand creëert. Door de veelheid aan beglaasde geveloppervlakken is de relatie met buiten overal voelbaar. Net als in onze andere schoolprojecten hebben we ons gehoed voor een al te letterlijke vertaling van het eisenprogramma en hebben we een extra meerwaarde kunnen creëren door ontwerpelementen toe te voegen die initieel niet gevraagd waren. Een mooi voorbeeld is het dak dat op het eerste niveau aansluit bij de woordkunst-dramalokalen, zodat deze zone bij mooi weer kan fungeren als openluchtklas.”

 

Zichtbeton en akoestiek

De materialisatie van het nieuwbouwvolume is al bij al vrij bescheiden te noemen. Ruimtegevoel en visuele relaties primeren op architecturaal vertoon, al golden er wel strenge eisen wat het uitzicht van de (zicht)betonstructuren betreft. “We hebben veelvuldig gewerkt met ter plaatse gestort beton, dus dat zorgde ervoor dat het zeker geen evidente klus was”, vertelt Joris Waerniers, projectleider bij hoofdaannemer Houben. “Er zijn heel wat kolommen en balken die bepalend zijn voor de niveaus van verlaagde plafonds en/of bepaalde aansluitingen, dus het was cruciaal om deze structuren volledig correct én esthetisch uit te voeren. Ook in de gevels is beton verwerkt, met name in de vorm van gekloven grootformaatstenen. Deze zijn op twee manieren gebruikt. De buitencontouren van het complex ogen ruw aangezien er daar geopteerd is voor de breukkant van de steen, terwijl de binnenvlakken van de gevels volledig glad zijn uitgevoerd. Een ander belangrijk aandachtspunt was de akoestiek. Er mag immers geen sprake zijn van geluidsoverdracht tussen de verschillende functies, ook al is dat door de specifieke indeling van de verschillende klaslokalen soms zeer moeilijk (bijvoorbeeld een muziekklas boven een studieruimte). Dankzij een uitgebreide voorafgaande studie hebben we dit gelukkig toch voor elkaar gekregen.”

GERELATEERDE DOSSIERS

GERELATEERDE ARTIKELS