Doorzoek volledige site
21 september 2016

Passiefbouw en hittegolf: goed of slecht huwelijk? (Bart Cobbaert, denc!-studio)

Onlangs kwamen enkele passiefscholen in het nieuws omdat het in die scholen ondraaglijk warm was door de doorgedreven, luchtdichte isolatie. Dat doet bij velen de vraag rijzen of passiefscholen en passiefbouw in het algemeen wel een interessante optie zijn. Bart Cobbaert van denc!-studio reageert. 

Lange tijd gebruikte men voor andere types van gebouwen eveneens de kwalificering “gebouwd volgens de passiefhuisstandaard”. Het moge evenwel duidelijk zijn dat grotere en ander functionerende gebouwen om een andere benadering vragen in de zoektocht naar een lage energiebehoefte.

Een passiefhuis is goed geïsoleerd, luchtdicht gebouwd en van een balansventilatie voorzien. Door het verder aanspreken van interne (mens en machine) en externe (zon) warmtewinsten is zelfs in de winter nauwelijks verwarming nodig. In het tussenseizoen en tijdens de zomer is zonwering een conditio sine qua non. Zonder nood aan veel technieken kan een behoorlijk comfort worden bewerkstelligd. 

Grotere gebouwen presenteren wiskundig een hogere compactheid. De kern wordt dan als het ware warm gehouden door een omgevende thermos. Hoe groter een gebouw, hoe gemakkelijker de drempelwaarde inzake energiebehoefte voor verwarming wordt bereikt. Eenmaal op temperatuur, koelt de kern ook minder snel af. Waakzaamheid met betrekking tot het zomercomfort is dan aan de orde.

Het voldoende en snel kunnen anticiperen op de wisselende interne en externe warmtelasten is dé uitdaging in het bewaken van het zomercomfort. Het aanbod aan zonne-energie is in ons klimaat immers niet constant. Dit, samen met de wisselende bezetting (speeltijden, week/weekend/vakantie, buitenschoolse activiteiten…), vraagt om een voldoende dynamisch kunnen inspelen van de technieken (aanstuurbare zonnewering, mogelijkheid tot extra ventilatiedebiet, aanwezigheidsdetectie en daglichtsturing kunstverlichting,…). Gezien iedere aanwezige staat voor zo’n 80 à 100W vermogen, produceren in een klasje van 20 leerlingen de 'kacheltjes' vlotjes zo’n 2.000W. Verlichting en nieuwe technologieën (computers, digitale borden,…) vormen verder de belangrijkste interne warmtelasten.

Het ontwerp van dergelijk type gebouwen vraagt dan ook om voorafgaande dynamische simulaties. Noch een EPB-, noch een conventionele phpp-berekening zijn daarvoor geschikt.

Daar waar een passiefhuis gebaat is bij een oriëntering naar het zuiden, kan dat bij scholen net andersom zijn.

De aarde warmt op, de seizoenen verschuiven, de zeespiegel stijgt. Klimaatrobuust bouwen moet zijn ingang vinden. Een kritische evaluatie van bestaande bouwmethodes en technieken is op zijn plaats.

Wanneer onze nachten langzamerhand minder afkoelen, zal ook nachtelijke ventilatie haar effect zien dalen. Geothermie zal aan belang winnen. Niet alleen vanuit een streven naar hoge verwarmingsrendementen, maar ook ter bewaking van het zomercomfort. Free-cooling is dan niet alleen in staat aanzienlijke warmtelasten weg te draineren, maar zal via regeneratie van de bodem ook het winterrendement ten goede komen.

Gezien de vele gebruikers, is een gebouwbeheerssysteem aangewezen.

 

Lees ook de reactie van PIXII>>