Doorzoek volledige site
08 november 2016

Bokrijk Sengu: architectuur als performance

Illustratie | Luc Daelemans
Illustratie | Luc Daelemans
Illustratie | Luc Daelemans
Illustratie | Luc Daelemans
Illustratie | Luc Daelemans
Illustratie | Luc Daelemans
Illustratie | Luc Daelemans
Illustratie | Luc Daelemans
Illustratie | Luc Daelemans
Illustratie | Luc Daelemans
Illustratie | Luc Daelemans

TAAT (Theatre as Architecture Architecture as Theatre) is een theater- en architectuurcollectief dat werkt tussen performance en het narratieve potentieel van ruimte. Met BOKRIJK SENGU ontwikkelden ze dit jaar samen met vijf jonge ontwerpers een houten bouwpakket geïnspireerd door en vernoemd naar een ritueel uit de Japanse tempelbouw. Architect Bart Lens is curator van dit project.

Het bouwpakket brengt allerlei mensen samen rondom een proces waarin de fysieke en mentale overdracht van kennis en ervaring centraal staat. Een groots opgezette taak waarvoor Bokrijk als meer dient dan een loutere scène. De performance benut materiaal, vakmensen, externe experts en het unieke kader dat dit openluchtmuseum te bieden heeft. De wisselwerking van het proces en zijn context is groot. “Deze realisatie kadert in het project ‘bokrijk brandmerkt’ (BKRK). Hiermee willen we vakmanschap van vandaag, gisteren en morgen op een eigentijdse manier ontsluiten in het Openluchtmuseum, samen met sterke partners”, zegt Igor Philtjens, voorzitter van vzw Het Domein Bokrijk en gedeputeerde van Toerisme, Cultuur en Erfgoed.

 

"Binnen de architectuurwereld heerst een vooringenomenheid dat een gebouw niet procesmatig kan zijn"

 

Architectuur als een performance

Bij BOKRIJK SENGU is het gebouwde gegeven ondergeschikt aan het proces. "Binnen de architectuurwereld heerst een vooringenomenheid dat een gebouw niet procesmatig kan zijn", stelt Breg Horemans van TAAT. Architectuur is dan steeds een eindpunt, alles wat later aangepast of bijgevoegd wordt is oneigenlijk aan het project. BOKRIJK SENGU draait die redenering om. Het gebouw is geen eindpunt, maar een beginpunt en is vanaf dat punt permanent in beweging.

Op een oppervlakte van 9x5 meter worden twee velden afgebakend. Het ene veld is volledig leeg terwijl op het andere veld met het bouwpakket een eenvoudig volume wordt opgebouwd. De bezoekers worden uitgedaagd om alle bouwblokken van het ene naar het andere veld te verplaatsen om zo een nieuwe bouwvorm te creëren. Het twee-velden principe is ontleend aan een ritueel proces uit de Japanse tempelbouw. Om de 20 jaar wordt een tempel op exact dezelfde wijze heropgebouwd naast de oude tempel die als voorbeeld dient.

In een dergelijke performance vormt zich een gemeenschap rond een architectuurproject. Worden de dingen onderzocht, geleerd, gemaakt. Deelnemers zijn meer betrokken, voelen zich trots. Het actief inzetten van een project en het theatrale aspect van in groep aan iets te werken, omhelst veel meer dan de starheid van een kant- en klaar architectuurproject.

 

Bewustmaking door ritueel

Het ontwerp en de ontwikkeling van BOKRIJK SENGU is een samenwerking tussen TAAT en vijf jonge ontwerpers uit Vlaanderen en Nederland: Bas Vrehen, Frederic Schobben, Jolien Naeyaert, Sylvie Hagens en Ward Delbeke (DRAW). Het bouwpakket is niet op één dag bedacht, maar in verschillende grote en kleine stappen. Enkele workshopweekends liggen aan de basis van het project, waarna de bezoekers van het openluchtmuseum op en vanaf de startdag uitgenodigd worden om mee te bouwen.

Het vervullen van een grootse taak veronderstelt een zeker bewustzijn met betrekking tot de verschillende handelingen die moeten worden gesteld. Het zagen in een honderd jaar oude stam is bijvoorbeeld niet vanzelfsprekend. Voor elke praktische handeling werd dan ook een moment van concentratie georganiseerd. Het verzamelen rond de boom, het verzagen en stapelen van het hout. Elk workshopweekend wordt een klein ritueel geïnitieerd dat een bijzondere bewustmaking teweegbrengt. De keuze voor handwerk, het directe contact van lichaam en materiaal, ligt in het verlengde van dat bewustmakingstraject.

 

Horizontaliteit met de natuur

Voor het realiseren van het houten bouwpakket werden vijf bestaande Douglassparren van op de site van Bokrijk gebruikt. Deze moesten gekapt worden omwille van aantasting door zwammen en de daarbij horende veiligheidsaspecten. De keuze voor het gebruik van bomen op de site was niet toevallig. In tegenstelling tot hout uit een bouwhandel biedt het gebruik van bestaande, tastbare bomen een intensere relatie met de natuur. "Die connectie met de natuur is doorheen het proces gebleven", vertelt Breg horemans van TAAT, "we zijn mee met de natuur in plaats van tegen de natuur gaan werken".

Dat veronderstelt vooral het loslaten van een industrieel proces ten behoeve van een methodiek waarin de rituele connectie met het materiaal meer ruimte krijgt. Het noeste hout van de bomen zou in een industrieel proces gemillimeterd worden, maar krijgt onder bewerking van een lange boomzaag een zekere speling. De ontwerpers moeten dan op zoek naar een verbinding die deze grote foutmarge kan opvangen. Het natuurlijke aspect van het materiaal is een directe aanleiding voor de vorm van het bouwpakket. De onvoorspelbaarheid van de natuur zit zo nog steeds vervat in het ding.

 

"We zijn mee met de natuur in plaats van tegen de natuur gaan werken"

 

Het bouwen met dit pakket gebeurt door een stapeling van twee types bouwstenen. Grote balken met schuine inkepingen worden kruiselings gestapeld met kleinere vierkante verbindingsstukken. Door het vermijden van moeilijke verbindingen of het gebruik van nagels wordt het pakket heel toegankelijk, gemakkelijk hanteerbaar en refereert het naar traditionele verbindingstechnieken.

 

Gemeenschapsvorming

BOKRIJK SENGU is niet zomaar een project dat van bovenaf in het park is geïntegreerd. Dit project is ontworpen in en vanuit zijn context. Het was belangrijk om een team samen te brengen dat zich bewust was van de context van Bokrijk, om alle kennis en ervaring die voor handen was te gebruiken. Het project is dan ook ontwikkelt in nauwe betrokkenheid met alle mensen van het park, seizoenarbeider, vakmannen tot zelfs het managementniveau. Door net zoals in een gemeenschap alle lagen te betrekken ontstaat een interessante ‘crossover’ tussen verschillende disciplines. De organisatie van deze interactie was geen top down concept, maar een complex gegeven waarin er geen algemene auteur was die alles bepaalt. Iemand zet wel de maatstaven uit waarrond gewerkt kan worden, maar de ontwerp beslissingen liggen bij de verschillende auteurs.

Het werk van TAAT getuigt van een grote maatschappelijke betrokkenheid en legt een sterke nadruk op het ‘Do-it together’ principe. In elk van hun projecten is de rol van het publiek belangrijk. Ook bij BOKRIJK SENGU staat deze participatie centraal. De betrokkenen worden niet teveel gestuurd of bij de hand genomen, maar worden zelf verantwoordelijk gemaakt. Door elke groep te laten deelnemen wordt het potentieel van een project zo ook vergroot.

 

Essentie van vakmanschap

Dit project ligt in de lijn van een bredere globale architectuurcontext, zoals het werk van Assemble uit London of Raumlabor uit Berlijn. Uitgangspunt hierin is het behandelen van de disconnectie tussen publiek en werkproces. Door beide weer samen te brengen ontstaat een beter begrip over vakmanschap en hoe dingen worden gemaakt. Samenwerken, werken vanuit materiaal en met de materialen die men ter beschikking heeft zijn dingen die worden doorgegeven, waarin het publiek de essentie van vakmanschap mee krijgt.

Door zijn ‘open-ended’ aspect, publieksparticipatie en contextuele geladenheid strekt dit bouwpakket zich ver uit buiten de grenzen die vaak aan architectuur gesteld worden. Deze kleine, ietwat oneigenlijke, stapeling van houten bouwelementen op twee velden verbergt grootse verhalen en benut zo haar volledig narratief potentieel.

GERELATEERDE DOSSIERS