Doorzoek volledige site
09 november 2016 | TIM JANSSENS

Hilde Crevits: "Op middellange termijn moeten we echt anders gaan denken over scholenbouw”

Hilde Crevits: “Iedereen is het erover eens dat we het scholenbouwbeleid stap voor stap aan het dynamiseren zijn.”
Hilde Crevits: “Scholen van Morgen zit op kruissnelheid. Dit jaar alleen al worden zo’n honderd DBFM-projecten opgeleverd, een absoluut record.” (Foto: Provinciale Kunsthumaniora Hasselt, Marc Sourbron)
Hilde Crevits: “Gedeeld gebruik van schoolinfrastructuur moet uitgroeien tot een basisvereiste. Er zou geen school meer gebouwd mogen worden met Vlaamse infrastructuurmiddelen zonder dat er sprake van is.” (Foto: Marc Sourbron)

2016 is een scharnierjaar voor de Vlaamse scholenbouw. Het Masterplan Scholenbouw en de begin dit jaar goedgekeurde btw-verlaging zorgen ervoor dat de broodnodige inhaalbeweging inzake scholenbouw meer en meer vormt krijgt. Bovendien zit het veelbesproken Scholen van Morgen-programma op kruissnelheid. Anderzijds blijft het zoeken naar efficiënte formules om de uitdagingen op het vlak van financiering, energiebeheer, toegankelijkheid, ruimtelijke flexibiliteit en multifunctioneel gebruik het hoofd te bieden. Hoog tijd voor een interessante babbel met Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Voor het eerst is er sprake van een meerjarenplan met een inhoudelijk onderbouwde visie.”

 

Stellen dat scholen in Vlaanderen een belangrijke publieke en menselijke functie hebben, is een open deur intrappen. Met hun 16 miljoen vierkante meter ruimte, verspreid over circa 20.000 schoolgebouwen die zich veelal in de kern van steden en gemeenten bevinden, zijn ze essentieel in onze samenleving en bieden ze tegelijk een enorm potentieel. Elk scholencomplex heeft een eigen geschiedenis, die in de helft van de gevallen al (meer dan) een halve eeuw teruggaat. Meer dan 50 procent dateert van voor 1970, en ruim een kwart van ons educatief patrimonium heeft al meer dan 65 jaar op de teller. Dat heel wat van onze scholen verouderd zijn en dat we de voorbije decennia op het vlak van scholenbouw een enorme achterstand hebben opgelopen, is intussen dan ook geen publiek geheim meer. Maar: de noden zijn groot en de overheidsmiddelen beperkt. “Ik zal dan ook niet de minister zijn die de huidige wachtlijsten op enkele jaren tijd volledig doet verdwijnen”, beseft Hilde Crevits.

Hilde Crevits: Om de bestaande achterstand weg te werken, hebben we over alle onderwijsnetten heen meer dan 5 miljard euro nodig. Dat is ongeveer een zevende van de totale Vlaamse begroting en iets minder dan de helft van het jaarlijkse Vlaamse onderwijsbudget waarmee elk jaar opnieuw meer dan 150.000 leraren worden betaald, onderwijs wordt aangeboden aan 450.000 leerlingen en duizenden scholen worden gerund. We staan met andere woorden voor een inhaalbeweging die van verschillende partners jarenlange volgehouden investeringen vraagt.

 

Welke minister zal u dan wel zijn? Wat zijn voor u de voornaamste prioriteiten op het vlak van scholenbouw?

Ik wil de minister zijn die de grote uitdagingen inzake scholenbouw effectief én met visie weet aan te pakken. Door in te zetten op efficiëntie en planmatig langetermijndenken willen we scholen een concreet perspectief geven en het Vlaamse scholenpatrimonium in het algemeen verbeteren. Vergelijk het met de inspanningen die we de voorbije jaren geleverd hebben qua modernisering en verbetering van onze snelwegen. Ik ben ervan overtuigd dat er veel winst te boeken is via slimme maatregelen en juiste keuzes. Door transparantie en performantie voorop te stellen in het scholenbouwbeleid, willen we de berg waar we nu voor staan ‘beklimbaar’ maken en tegelijk inzetten op de schoolgebouwen van de toekomst, die zowel duurzaam als multifunctioneel moeten zijn.

 

"Door in te zetten op efficiëntie en planmatig langetermijndenken willen we scholen een concreet perspectief geven en het Vlaamse scholenpatrimonium in het algemeen verbeteren"

 

Worden de middelen voor scholenbouw al efficiënt benut, of is er wat dat betreft nog ruimte voor verbetering?

Het kan nog beter. De budgetten voor scholenbouw zijn groter dan ooit – dit jaar 351 miljoen euro, 100 miljoen euro meer dan in 2014 – maar het is zaak van ze sneller te laten renderen via concrete resultaten op het terrein. Voor de capaciteitsmiddelen hebben we dit alvast gedaan, maar we gaan dit nu ook voor de reguliere scholenbouwsubsidies doen en zullen de klassieke wachtlijstprocedure fundamenteel herbekijken. In plaats van louter de chronologie te respecteren, baseren we ons in de toekomst op objectieve criteria die aangeven welke investeringen het meest nodig zijn. Bovendien hadden we vroeger te weinig zicht op de concrete uitvoeringsgraad en was er weleens sprake van ‘slapende’ capaciteitsmiddelen – toegekende investeringsbudgetten voor scholenbouw die veel te lang blijven liggen.

Dat wordt nu in kaart gebracht en van nabij opgevolgd door de bevoegde onderwijsdiensten (het Departement Onderwijs en Vorming en AGIOn), nadat we eerder al de vele uitzonderingsprocedures bij AGIOn wisten te halveren en zo meer voor ruimte creëerden voor het behandelen van de standaarddossiers op de wachtlijst. Dit alles vergt echter een professionele langetermijnvisie rond het beheer van ons educatief patrimonium, niet alleen op Vlaams, maar ook op individueel-lokaal niveau (binnen eenzelfde school, scholengroep of schoolregio).

 

MASTERPLAN EN BTW-VERLAGING

Die beoogde langetermijnvisie heeft u uiteengezet in het Masterplan Scholenbouw. Hoe is dat over het algemeen ontvangen?

Goed. Iedereen is het erover eens dat we een inhoudelijke visie hebben en dat we het scholenbouwbeleid stap voor stap aan het dynamiseren zijn. Voor het eerst sinds Vlaanderen bevoegd is voor onderwijs is er sprake van een meerjarenplan met een inhoudelijk onderbouwde visie en een concreet plan van aanpak. De verdienste van het Masterplan Scholenbouw is dat het een leidraad biedt om de vele concrete acties vorm te geven. Enerzijds focust dit geïntegreerde plan op de vernieuwing en modernisering van het verouderd scholenpatrimonium, anderzijds op de realisatie van extra schoolcapaciteit. De belangrijkste uitdaging is en blijft echter de nood aan meer middelen. Vandaar dat we zoeken naar nieuwe pistes voor de alternatieve financiering van schoolinfrastructuur. Denk bijvoorbeeld aan de uitbreiding van het huursubsidiesysteem naar alle scholen in Vlaanderen, een flexibele manier om op korte termijn bijkomende schoolinfrastructuur te creëren zonder dat het schoolbestuur het gebouw effectief in eigendom moet hebben.

 

Begin dit jaar werd ook de btw-verlaging op scholenbouw geïntroduceerd. Is de impact hiervan al merkbaar?

Jazeker, de extra investeringscapaciteit is enorm. De btw-verlaging resulteerde al in 47 miljoen euro bijkomende investeringsruimte in 2016 en daarnaast nog eens in 31,8 miljoen euro bijkomende investeringsruimte in de periode 2016-2018. Ze laat ook een uitbreiding van het Scholen van Morgen-programma toe. Met de extra 160 miljoen euro worden bijkomend zeventien nieuwe DBFM-projecten gefinancierd, die bovenop de 165 DBFM-dossiers komen die al goedgekeurd zijn. Er komt goed 80.000 m² schooloppervlakte bij, waarvan de helft bestemd is voor het technisch en beroepsgeoriënteerd onderwijs.

 

"De belangrijkste uitdaging is en blijft de nood aan meer middelen. Vandaar dat we zoeken naar nieuwe pistes voor de alternatieve financiering van schoolinfrastructuur."

 

Naast het verenigen van de grote vraag naar nieuwe of vernieuwde scholen met het beperkte middelenaanbod zijn er uiteraard nog uitdagingen, zoals de stijgende aandacht voor duurzaamheid en energiebeheer. Hoe passen scholen binnen onze duurzame toekomst?

Op middellange termijn moeten we echt anders gaan denken over scholenbouw en de betreden paden durven verlaten. In plaats van ‘permanente’ scholen te bouwen op één bepaalde locatie, moeten we rekening houden met flexibiliteit en multifunctionele invullingen. Wat nu een schoolgebouw is, krijgt binnen dertig jaar misschien een volledig andere functie. De wereld is voortdurend in beweging, en het onderwijs moet mee. Ook energie-efficiëntie, duurzaamheid en klimaatneutraliteit zijn belangrijke prioriteiten. We bekijken momenteel of passiefbouw geschikt is voor scholen, in welke mate scholen zelf (zonne-)energie kunnen opwekken, hoe bepaalde energie-efficiënte investeringen in schoolgebouwen financieel kunnen worden ondersteund … Tegelijk gaat AGIOn na hoe een energielening (tegen nul rentelast) nog meer aan de specifieke situatie van de scholen kan worden aangepast. Op energetisch vlak is er in vele oude schoolgebouwen nog heel wat winst te boeken.

 

Gemengd gebruik (ook buiten de schooluren) van sportfaciliteiten en polyvalente zalen is een hot item. Maar gebeurt het in de praktijk al voldoende?

Twee derde van de scholen opent vandaag op een of andere manier haar poorten na de schooluren, al gaat dat gemiddeld slechts om een drietal uur per weekdag (nauwelijks zeventien uur per week). Dit kan dus nog veel beter. Er spelen vooral praktisch-infrastructurele bezwaren of psychologische drempels: geen aparte toegang, geen aparte sanitaire voorzieningen, sleutelbeheer … Gedeeld gebruik moet uitgroeien tot een basisvereiste. Er zou geen school meer gebouwd mogen worden met Vlaamse infrastructuurmiddelen zonder dat er sprake van is, in eerste instantie buiten de schooluren (’s avonds in de week, in het weekend en/of tijdens de schoolvakanties).

 

 

SCHOLEN VAN MORGEN

Een initiatief dat dateert van voor uw legislatuur, is het Scholen van Morgen-programma. Hoe evalueert u het tot nog toe? Wat is in uw ogen de meerwaarde ervan?

Scholen van Morgen is een sterke vorm van publiek-private samenwerking (PPS). Ondanks de lange juridisch-financiële voorbereiding die aan de projecten voorafging, worden er dankzij het programma in een beperkte tijdspanne maar liefst 165 schoolbouwprojecten uitgevoerd – goed voor tweehonderd nieuwe of zeer grondig vernieuwde schoolgebouwen (90 % nieuwbouw, 10 % renovatie) en een investeringsbudget van 1,5 miljard euro. Het gaat bovendien om moderne, kwalitatieve en creatief uitgewerkte architectuur. De gecentraliseerde manier van werken leidt dus zeker niet tot eenheidsworst. Anderzijds moeten we wel toegeven dat Scholen van Morgen een grote, centraal gestuurde operatie is die slechts in beperkte mate wijzigingen en evoluties toelaat. Voorts is er kritiek op de (beperkte) inspraak en betrokkenheid van schoolbesturen.

Momenteel is het nog te vroeg om een definitief oordeel te vellen. Pas wanneer er voldoende gebouwen zijn opgeleverd en de bijhorende dertigjarige onderhoudsperiode volop lopende is, kunnen we Scholen van Morgen in zijn totaliteit evalueren (lees: vanaf 2018). Hoe dan ook moet het onze ambitie zijn om de goede elementen van het huidige programma te behouden en de knelpunten weg te werken, onder meer met het oog op het opstarten van kleinschalige, projectspecifieke DBFM-operaties.

 

"Twee derde van de scholen opent vandaag op een of andere manier haar poorten na de schooluren, al gaat dat gemiddeld slechts om een drietal uur per weekdag (nauwelijks zeventien uur per week). Dit kan dus nog veel beter."

 

Het Scholen van Morgen-programma wordt normaliter in de loop van volgend jaar afgerond. Zitten we op schema? En wat na Scholen van Morgen? Beweegt er al iets, of dreigen we binnen een jaar of twee opnieuw in een vacuüm terecht te komen?

Scholen van Morgen zit op kruissnelheid. Dit jaar alleen al worden zo’n honderd DBFM-projecten opgeleverd, een absoluut record. In totaal komt er zo 214.527 m² nagelnieuwe schoolruimte bij, goed voor een investering van bijna 440 miljoen euro. Het lijkt erop dat alles netjes op tijd klaar zal zijn. Inmiddels bereiden we ons al volop voor op het vervolg. We willen enerzijds kleinere DBFM-projecten op maat van de Vlaamse bouwsector uitwerken, en anderzijds een sterkere betrokkenheid van de scholen bij het ontwerp- en bouwproces genereren. Samen met een nog aan te stellen (technisch) projectbureau zullen AGIOn en de NV Schoolinvest scholen ondersteunen bij de selectieprocedure van een private DBFM-partner. Recent heeft Europa (via Eurostat) het licht al voorwaardelijk op groen gezet om deze ‘kleine PPS’en’ verder gestalte te geven. Deze nieuwe, kleinschalige DBFM-projecten zullen goed zijn voor een extra investeringsruimte van 200 miljoen euro.

 

Kortom: u ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet?

Absoluut. Ik voel een nieuwe wind waaien. Overal in Vlaanderen worden er schitterende schoolgebouwen gerealiseerd. Deze zijn niet enkel functioneel, maar ook aantrekkelijk, dynamisch, state of the art, eigen aan de 21e eeuw, aangepast aan hedendaagse en toekomstige noden en uitdagingen. Per week openen dit jaar gemiddeld twee nieuwe of grondig vernieuwde scholen hun deuren. Op het einde van deze legislatuur willen we minstens 500 miljoen euro extra geïnvesteerd hebben. We zijn zeer goed op weg om dit streefcijfer ook te halen. In de loop van de komende drie jaar komen er nog eens 13.146 extra plaatsen bij via de realisatie van de goedgekeurde capaciteitsprojecten (150 miljoen euro). De grote uitdagingen die we moeten zien te overwinnen, weerhouden ons dus niet van creativiteit, innovatie en ambitie om van scholenbouw een absolute beleidsprioriteit te maken.