Doorzoek volledige site
10 november 2016 | MICHEL VAN DEN BOSCH

Zonwering in scholen, nog heel wat ruimte voor verbetering

VUB Illustratie | Louverdrape
PIVA, Antwerpen Illustratie | Harol Projects
PIVA, Antwerpen Illustratie | Harol Projects

In tegenstelling tot bijvoorbeeld in rusthuizen bestaat er voor de zonwering in scholen geen wetgeving. In de zorgsector is een van de eisen dat het zicht naar buiten altijd gewaarborgd moet blijven. Dat is in scholen niet het geval. Nochtans is zonwering in scholen belangrijk om de warmte buiten te houden en de directe lichtinval te verminderen, zonder dat het te duister wordt in de klaslokaal. Een moeilijke evenwichtsoefening dus. We steken ons licht op bij enkele fabrikanten/verdelers.

“Voor scholen wordt door de architect wel vaak voorgeschreven dat er een ‘verduisteringssysteem’ moet zijn, maar hij zegt er zelden bij hoe groot de verduistering moet zijn. Vanuit de school krijgen we dan weer vaak te horen dat het vooral gaat over verduisteren om bijvoorbeeld een beamer te kunnen gebruiken”, steekt Tim Engelen van Harol Projects van wal. 

 

De wil is er, het geld vaak niet…

Yves Lambert van Renson vindt dat er te weinig concrete aandacht is voor zonwering in scholen: “Bij het ontwerp van de gebouwen focust men nog steeds op het stookseizoen om het gebouw op comforttemperatuur te houden in de winter. Deze visie is intussen zo goed als achterhaald door de gevolgen van de klimaatsverandering. Zo worden de zomers én de winters steeds warmer en sneuvelen de temperatuurrecords één voor één. Dat heeft wel een positief effect op de energiefactuur in de winter, maar brengt met zich mee dat het risico op oververhitting in de zomer en de tussenseizoenen steeds groter wordt. Dat de E-peileisen steeds strenger worden en de nieuwe scholen zeer goed geïsoleerd worden speelt daar trouwens ook een grote rol in. Eénmaal de warmte binnen geraakt, zit die gevangen en wordt het in goed bevolkte klaslokalen ondraaglijk heet”, zegt hij.

Jonathan Lecluse van Louverdrape ziet dat anders: “Er is volgens mij wel voldoende aandacht voor zonwering in scholen, maar vaak ontbreken de budgetten om tot een effectieve uitvoering over te gaan. De tijd waarin scholen massaal van zonwering werden voorzien, ligt ver achter ons. We merken de laatste jaren dat het vooral over kleinere herstellingen of bestellingen gaat, ter vervanging van oudere producten. Zo werden er enorm veel scholen voorzien van verticale zonwering, gekend als zeer kwalitatief, in de jaren 1990 en 2000. Deze zijn nu stilaan aan vervanging toe maar worden zelden allemaal ineens vervangen.”

 

Soort lokaal bepaalt noden

Er is niet meteen een groot verschil tussen zonwering in scholen en in andere gebouwen. “In alle gevallen geldt dat buitenzonwering het beste werkt omdat de zonnestralen worden tegengehouden nog voor ze het glas raken. Zo krijgt de ramen niet de kans om op te warmen. In een school moet er wel rekening mee worden gehouden dat de bediening niet toegankelijk is voor de leerlingen. Anders zal er met de knoppen worden gespeeld”, zegt Yves Lambert.

“Men moet rekening houden met de toepassingen per lokaal. Als er beamerprojecties in het desbetreffende lokaal gebeuren, heb je nood aan een ander type zonwering dan wanneer er gewoon les gegeven wordt. De openingsfactor van het gekozen product is daarbij bepalend, net zoals het type zonwering: verticaal, horizontaal, rolgordijn, overgordijn, …”, voegt Jonathan Lecluyse daar aan toe.

“Ook de oriëntatie van het raam speelt een grote rol. Meestal wordt eerst aan de zuidzijde zonwering voorzien omdat dat uiteraard de warmste kant is. Maar ook de oostzijde kan baat hebben bij zonwering.  Daar komt de zon op en staat ze dus ‘s ochtends vrij laag. Het kan dus zijn dat de leerlingen of de leerkracht het zonlicht rechtstreeks in het gezicht krijgen. Ook voor bijvoorbeeld reflectie in beeldschermen, in bijvoorbeeld computerlokalen, is dit een probleem”, zegt Tim Engelen.

 

Buitenzonwering houdt warmte tegen, maar is gevoelig aan wind

“Buitenzonwering houdt licht en warmte tegen en wordt gerealiseerd door het plaatsen van een kast voor het raam. De architect kan ervoor kiezen om dit onzichtbaar weg te werken. Waar we wel altijd op hameren is het feit dat dit windvaste screens moeten zijn. De niet windvaste screens hebben geen ZIP profiel (rits) en zullen dus bij relatief lage windsnelheden al naar omhoog gaan, om beschadiging te voorkomen. In de praktijk betekent dit dat screens op hoger gelegen verdiepingen vaak continu naar boven zijn omdat daar altijd zoveel wind is. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. En dan moeten er aan de binnenkant ook worden voorzien. Uiteindelijk wordt dan een op het eerste zicht goedkopere oplossing toch vrij duur”, zegt Tim Engelen. “Verticale buitenjaloezieën zijn ook een interessant alternatief voor scholen: ze houden direct zonlicht tegen. De lamellen zijn in aluminium. Als je ze lichtjes kantelt, trekken ze ook extra licht naar binnen. Je gaat dus niet echt verduisteren. Architecten hebben vaak het idee dat dit systeem duurder is dan screens. Dat is helemaal niet het geval. Als het op voorhand kan ingewerkt worden, is het zelfs goedkoper dan inbouwscreens. Ook op het vlak van EPB scoren ze beter en ze kunnen tot 80 kilometer per uur wind aan.”

 

Intensief gebruik en rondvliegende ballen

“De kwaliteit van zonwering is voor schoolgebouwen onontbeerlijk. Lokalen worden vaak door verschillende klasgroepen gebruikt op diverse momenten van de dag. Het spreekt voor zich dat zonwering meermaals gebruikt wordt doorheen de dag. Denken we maar aan de laagstaande zon in de herfstperiode waarbij de eerste klasgroep les heeft als het nog duister is, de tweede lesgroep bij laagstaande zon en de laatste lesgroep terug les heeft als het donker is. We mogen uitgaan van een gebruik van drie tot zelfs vier keer per dag, terwijl dit in een particuliere woning maar twee keer is. Dit heeft een dubbele slijtage als gevolg”, zegt Jonathan Lecluyse.

“Daarbij komt nog dat, zeker bij lokalen die aan de speelplaats grenzen, buitenzonwering blootgesteld is aan bijvoorbeeld voetballen. Dat moet natuurlijk zoveel mogelijk vermeden worden, want daarop zijn zonweringsystemen niet voorzien”, zegt Tim Engelen.

 

Sturing: gadget of must? De meningen zijn verdeeld

“Persoonlijk vinden wij automatische sturing een fijn gadget dat we vaak in villa’s terugzien. Een echte must-have is het op heden niet voor scholen. Zeker niet als je rekening houdt met het gevoelig karakter van de afstelling en het gebruik ervan. We zien vaak dat geautomatiseerde producten te kampen krijgen met problemen door minder respectvol gebruik. Denken we maar aan het laten rondslingeren van voorwerpen op de vensterbanken waardoor het systeem overbelast geraakt. Daarenboven zijn automatische standaardsystemen per definitie duurder, budgettair realisme speelt de scholen dan ook parten. Bijgevolg ligt dat niet eenvoudig”, zegt Jonathan Lecluyse.

“Ik vind sturing wel belangrijk voor scholen, essentieel zelfs! Veel systemen zijn er trouwens op voorzien dat er bijvoorbeeld voorwerpen op vensterbanken staan en zullen onze screens stoppen boven het object door middel van onze motor met obstakeldetectie. Je kan de klassieke zonwering plaatsen met een aan/uit-knop plaatsen. Dan kan je ze gebruiken wanneer je ze nodig hebt, tijdens de lesuren. Maar in de warmere maanden staat wel het hele weekend de zon op de vaak grote glaspartijen. De warme kruipt binnen. En in de zeer goed geïsoleerde gebouwen krijg je de warmte niet meer buiten”, zegt Tim Engelen.

Yves Lambert beaamt dat: “Een automatische sturing is echt een must. Anders tref je na een warm weekend op maandagochtend een snikheet klaslokaal aan.”

 

EPB-specialist betrekken bij ontwerpfase

De verdelers en fabrikanten van zonwering zien de EPB-specialist liefst al vroeg betrokken bij het ontwerp van een gebouw. “Vaak loopt het zo: de EPB-specialist doet zijn berekeningen en daaruit blijkt dat er aan bepaalde lokalen zonwering moet voorzien worden”, zegt Tim Engelen. “Helaas zijn op dat moment de ramen vaak al besteld. Gevolg: je krijgt de zonwering niet meer ingewerkt. Er moet echt over worden nagedacht in de ontwerpfase, samen met de EPB-specialist. Nu geeft die vaak waarden in in de software. Maar als hij niet weet welke doeken en welke kleuren er gebruikt gaan worden, kan hij dat niet correct doen. Dus hij geeft een standaardwaarde in. Achteraf worden die cijfers scheefgetrokken. In te veel gevallen wordt de EPB-specialist nog gezien als een verplichting, of hij wordt te laat ingeschakeld.”

 

Voorlichting architecten

“Verkopen” architecten zonwering wel voldoende aan de bouwheer, of zien ze het nog al te vaak als een noodzakelijk kwaad? “Er is een positieve tendens merkbaar. De EPB-regelgeving houdt ook steeds beter rekening met het oververhittingsrisico en daardoor gaan architecten snellen de juiste preventieve maatregelen nemen”, zegt Yves Lambert.

“We ervaren dat zonwering wel vaak in lastenboeken is opgenomen. Maar het ontbreekt de architect vaak aan praktische kennis en realisme. Het is daarom van groot belang dat wij als verdelers van deze producten de architecten informeren over de mogelijkheden”, vindt Jonathan Lecluyse.

“Het esthetische krijgt bij architect vaak voorrang op comfort. Architecten vinden zonwering aan de buitenzijde van een gebouw doorgaans niet mooi. En als de EPB-specialist aan de hand van zijn standaardwaarden zegt dat het eigenlijk niet echt nodig is, dan is de keuze meestal snel gemaakt. De praktijk wijst achteraf helaas vaak uit dat dit ten onrechte was. Het gaat immers zowel over het buitenhouden van het licht, alsook van de warmte tijdens de zomermaanden. In veel gevallen moet er een extra koeling worden voorzien. Wat dus uitgespaard is aan zonwering wordt dubbel en dik terugbetaald via die koeling”, waarschuwt Tim Engelen.

“In aanbesteding zit zonwering vaak in het lot van de ramenfabrikant. Helaas heeft de raamconstructeur soms weinig interesse in de zonwering of is niet op de hoogte van de verschillende types. Anderzijds is het lot van de sturing en aansluiting van de screens meerendeels opgenomen bij de elektricien. Echter is deze laatste meestal ook niet op de hoogte van de juiste aansluitingen en koppelingen van de verschillende motoren en sturingen van onze zonwering. Daarom dat wij vaak met onze eigen mensen op de grote projecten aanwezig zijn om alle elektrische schema’s te bespreken”, zegt Engelen nog.

Kortom, er is nog werk aan de winkel. Voor de architect, voor de bouwheer en voor de aannemers.