Doorzoek volledige site
03 december 2010 | TIM JANSSENS

Het ICAR-project in Grobbendonk: een voorbeeld inzake passiefbouw

Dat passiefbouw een geïntegreerd concept vergt waar alles optimaal op elkaar wordt afgestemd, wordt op knappe wijze gedemonstreerd in het ICAR-project in Grobbendonk van architectenbureau Joosen-Verbraeken. In het jongste nummer van Bildinx stond een uitgebreide reportage over dit project.

Dat passiefbouw een geïntegreerd concept vergt waar alles optimaal op elkaar wordt afgestemd, wordt op knappe wijze gedemonstreerd in het ICAR-project in Grobbendonk van architectenbureau Joosen-Verbraeken. In het jongste nummer van Bildinx stond een uitgebreide reportage over dit project.


Focus op duurzaamheid

Demonstreren mag je letterlijk interpreteren, want er komt ook een demoruimte waar de verschillende toestellen opgesteld staan en waar men de meetresultaten op de voet kan volgen. Dit passieve kantoorgebouw verzamelt heel wat nieuwe technieken waaronder het betonkernactiveringsysteem van AirDeck en de TEK-panelen van Kingspan die hier voor het eerst in de Benelux worden toegepast. Stof genoeg voor een interessante babbel met architect Peter Verbraeken, Stan Debruyn (Bouwonderneming Baeck) en Leon van Maurik (Kingspan). 
Volgens architect Peter Verbraeken is dit project exemplarisch voor de wending die zijn bureau genomen heeft en voor de algehele ommekeer in de architectuurwereld. “Op een gegeven moment zijn we ons bewust geworden van de grote veranderingen in onze sector. Waar vroeger dikwijls gefocust werd op het esthetische, wordt nu de duurzaamheid en het energieverhaal minstens zo belangrijk. En terecht.  Dit project vormt dan ook het resultaat van een lange zoektocht naar een zo energiezuinig mogelijk gebouw.”


Het ICAR-project vormt het resultaat van een lange zoektocht naar een zo energiezuinig mogelijk gebouw.


"Dit bouwteam is inderdaad niet over één nacht ijs gegaan”, voegt Leon van Maurik eraan toe. “Ik ken geen enkel project waar zo veel details en zo veel aspecten van duurzaam bouwen zo mooi samengebracht worden.”
Er ging dan ook een lange studieronde aan de bouwwerken vooraf. De architect heeft zich verdiept in de programma’s van het Passiefhuisplatform, heeft samen met Stan Debruyn van Group Baeck een aantal voorbeeldprojecten bezocht in Wattford (Engeland) en is op zoek gegaan naar de meest performante materialen en technieken  om de theorie in de praktijk om te zetten.


Pioniersrol

Opmerkelijk hierbij is dat de architect de uitdaging niet uit de weg ging om oplossingen toe te passen die niet alleen voor hemzelf nieuw waren, maar die zelfs (bijna) nooit eerder toegepast werden in ons land. Mooie voorbeelden daarvan zijn de TEK-panelen van Kingspan en het betonkernactiveringsysteem van Airdeck.
In tegenstelling tot de meeste passiefbouwprojecten waarbij de architecten resoluut de kaart trekken van houtskeletbouw, heeft Peter Verbraeken veelvuldig gebruik gemaakt van beton. “Op die manier konden we massa in het gebouw brengen. Dat is nodig om de warmte (of koelte) op te slaan en om hoge en lage temperatuurpieken af te zwakken en dat is op zijn beurt van primordiaal belang voor een aangenaam binnenklimaat. De comfortfactor wordt mijns inziens te vaak genegeerd in het passiefverhaal. Zonder massa in het gebouw krijg je geregeld warmte-opstoten en dat resulteert in een onaangenaam gevoel. Massa binnen en isolatie buiten; dat is de ideale combinatie,” legt de architect uit. 


Architect Peter Verbraeken van architectenbureau Joosen-Verbraeken geeft uitleg bij het passiefproject ICAR in Grobbendonk.


Betonkernactivering

Het betonkernactiveringsysteem van AirDeck sluit daar mooi bij aan. Bij dit systeem van breedplaatvloeren zitten holle airboxen verwerkt die het gewicht verlagen waardoor er ook minder grondstoffen nodig zijn. Daartussen kunnen eenvoudig leidingen worden geweven waar koud of warm water door kan stromen. Op die manier wordt het beton “geactiveerd” en wordt de betonmassa optimaal aangewend om het gebouw op te warmen of af te koelen. Het systeem werd eerder al toegepast in het Hollandsch Huys in Hasselt. De eerste analyseresultaten waren verbluffend. Voor dit gebouw met een oppervlakte van 4000 m² bedroeg de totale energiefactuur van 2009 slechts 4833 euro. Dat komt neer op een besparing van 45.000 euro, waardoor de meerkost op 3,1 jaar terugverdiend zal zijn.
Niet alleen in de vloeren, maar ook in de wanden is een belangrijke rol weggelegd voor beton.  De architect opteerde voor de schaalwanden van Kerkstoel. Deze bestaan uit twee betonplaten die aan elkaar gehouden worden door tralieliggers of thermisch isolerende elementen. Ze worden in grote formaten op de werf gepositioneerd en verankerd aan de vloerconstructie en vervolgens volgegoten met stortbeton. Belangrijke troef is de snelle plaatsing, maar het resulteert ook in een stevige, solide constructie zonder koudebruggen.

    
Om hoge en lage temperatuurpieken af te zwakken vond de architect het belangrijk om massa in het gebouw te brengen. Vandaar het veelvuldig gebruik van beton, hetgeen je niet zo vaak aantreft in de passiefbouw.
Foto 2 toont de betonnen schaalwanden van Kerkstoel. Deze bestaan uit twee betonplaten die aan elkaar gehouden worden door tralieliggers of thermisch isolerende elementen. Ze worden in grote formaten op de werf gepositioneerd en verankerd aan de vloerconstructie en vervolgens volgegoten met stortbeton.

 

TEK-panelen

Daar dragen ook de TEK-panelen van Kingspan sterk toe bij. Het systeem werd al eerder toegepast in Duitsland en in het demonstratieproject in Watford dat de architect samen met aannemer Stan Debruyn bezocht had. Dit project werd in Engeland trouwens bekroond met de prijs voor het meest duurzame pand volgens de Code for Sustainable Homes niveau 6.
Voor de Benelux vormt de toepassing van de TEK-panelen alleszins een primeur. De TEK-panelen bestaan uit 2 OSB-platen die verbonden worden door een kern van PUR. De panelen passen in elkaar met een eenvoudige tand- en groefverbinding. De panelen hebben een hoogte van zes meter en kunnen zonder onderbreking van vloer tot dak doorgetrokken worden. Op die manier krijg je één doorlopend en luchtdicht  isolatieschild zonder koudebruggen. “Zeker die gegarandeerde luchtdichtheid vond ik belangrijk”, geeft Peter Verbraeken aan. “Vermits de gevel nergens geperforeerd wordt, hoef je je minder zorgen te maken over de luchtdichtheid. Een heel verschil met andere bouwwijzen waarbij de aannemer continu alles moet afplakken met aangepaste folies. Voor de TEK-panelen zal later nog de uiteindelijke gevel geplaatst worden. Hoe die er zal uitzien, staat nog niet vast. De architect denkt onder meer aan cortenstaal, ROCKPANEL, Trespa of het Benchmark-systeem van Kingspan."



Leon Van Maurik van Kingspan geeft uitleg bij de TEK-panelen die in de Benelux het eerst toegepast worden in het ICAR-project in Grobbendonk.



6 km leidingen in het dak

Behalve de betonkernactivering werden er nog tal van energiezuinige technieken in het project geïntegreerd. Het dak vormt bijvoorbeeld één grote zonnecollector. In het totaal zitten daar voor 6 km leidingen in verwerkt. De buisjes zitten ingebed in de isolatie en aan de bovenkant zitten ze net onder de dakhuid waardoor ze de zonnewarmte optimaal kunnen capteren. Op die manier zorgen zij voor het sanitair warm water en sturen zij ook de betonkernactivering aan. Voor de realisatie van dit systeem werkten de bedrijven Thiers-Horizon, Thermoduct en Clima & Partners samen. Clima & partners nam ook de plaatsing van de andere installaties voor zijn rekening waaronder het warmtewiel type D van JE Stork Air en de warmtepomp van Daikin die functioneert volgens het lucht-waterprincipe. “Het lucht-watersysteem haalt niet de hoogste COP onder de warmtepompsystemen, maar vond ik hier toch de meest geschikte oplossing. Voor kleinschalige en zeer energiezuinige projecten als dit vind ik de kostprijs te hoog om daarvoor diepe putten te boren om geothermie te kunnen toepassen”, vertelt Peter Verbraeken.
Met het oog op de luchtdichtheid stapte de architect voor dit gebouw ook van de traditionele piste van de profielen voor het buitenschrijnwerk. “De raamdelen die niet open hoeven gaan, zitten ingebed in de ruwbouwconstructie. Budgettair interessant, maar ook gegarandeerd luchtdicht.” Voor de opengaande delen werden aluminium profielen gebruikt. Het glas bestaat uit een driedubbele beglazing.



Peter Verbraeken licht de technieken toe die gebruikt werden om het ICAR-project de passiefstandaard te doen halen.


Denkwerk

Ook voor Stan Debruyn van Group Baeck vormde dit het eerste passiefproject. Het vergde natuurlijk een aantal aanpassingen, maar achteraf gezien is het bijzonder goed mee gevallen en smaakt dit project naar nog. “In het begin kwam het hele passiefverhaal over als een onsamenhangend geheel. Het moeilijke was om tot één geïntegreerd geheel te komen waar alle aspecten in geïntegreerd zitten. Dat impliceerde dat er heel veel denkwerk aan vooraf gegaan is en dat vormt een wezenlijk verschil met de traditionele manier van bouwen. Bij de meeste bouwprojecten gebeurt het merendeel van het denkwerk op de werf. Dat kon hier niet. Bij passiefbouw zit je met een complexere situatie en moet je op voorhand heel duidelijk weten waar je naartoe wil.”
“Klopt”, vult Peter Verbraeken aan. “De volgorde van de werken is ook heel anders. Vroeger begonnen de installateurs met de technieken als het gebouw winddicht was. Nu worden tijdens de ruwbouwwerken al heel wat technieken geplaatst, zoals de leidingen voor de betonkernactivering en de zonnecollectorleidingen.” Daarenboven is het belangrijk dat gezien de complexiteit en de samenhorigheid van technieken en bouwmethoden alle aannemers voorafgaandelijk in de ontwerpfase betrokken worden en zich grensoverschrijdend durven op te stellen.


Leon van Maurik (Kinsgpan), Peter Verbraeken (architectenbureau Joosen-Verbraeken) en Stan Debruyn (Bouwonderneming Baeck) voor het ICAR-project.

 
Kostprijs

Een compact ontwerp met een goede oriëntatie ten opzichte van de zon is geen meerkost, integendeel.
Het is weliswaar zo dat het plaatsen van zonnepanelen, een warmteterugwinningssysteem, extra isolatie en een warmtepomp dure technieken zijn. Wanneer men echter rekening houdt met premies, belastingvermindenderingen, een in de toekomst sterk afgeslankte energierekening en een verhoogd comfortgevoel, dan valt een en ander nog wel mee. 


Warmte binnen, water buiten

Volgens Stan Debruyn vormde het voor zijn bedrijf wel een belangrijke troef dat ze ervaring hebben in de sector van modulerende bouw en industriebouw. “Wij zijn het daardoor gewoon om op voorhand al na te denken over de technieken. Als je zoals in dit project al van bij het ontwerp wordt betrokken in dit project, is het uiteindelijk niet zo moeilijk om de passiefbouw in de praktijk te brengen. Als je het principe ‘warmte binnen en water buiten’ nauwgezet toepast, heb je eigenlijk al voor 90% een passiefhuis. Het komt er vooral op aan de details te verzorgen en er op te zien dat deze grondig afgewerkt worden.”
Met dit ICAR-project wil architectenbureau Joosen-Verbraeken een statement maken voor de passiefbouw en dat stopt zeker niet bij de oplevering. “Ik vind  een gedetailleerde opvolging van het energieverbruik en het vergaren van nog meer kennis zeer belangrijk. Wij willen daar werk van maken en het ook delen met andere geïnteresseerden. Daarom kan je in onze vergaderzaal alle toestellen in werking zien en kan je via meetpunten nauwgezet het energieverbruik en de prestaties van de apparaten bijhouden”, besluit Peter Verbraeken.


Stan Debruyn van de firma Baeck geeft zijn visie als aannemer op passiefbouw.

Bron: Redactiebureau palindroom voor Bildinx