Doorzoek volledige site
10 januari 2011 | RAF LINMANS

Jaaroverzicht 2010 - Grootse plannen voor onze stationsbuurten

Vorig jaar werden de knappe imponerende stations van Luik en Antwerpen geopend of heropend. De volgende jaren zullen er veel andere stations en staionsbuurten een serieuze transformatie ondergaan: Hasselt, Gent, Ronse, Knokke, Roeselare, Mechelen, Brugge, .. Vijf hiervan worden hieronder nog eens kort besproken.
Vorig jaar werden knappe imponerende stations van Luik en Antwerpen geopend of heropend. Volgende jaren zullen er veel andere stations en staionsbuurten een serieuze transformatie ondergaan: Hasselt (gerechtsgebouw), Gent, Ronse, Knokke (Zaha Hadid), Roeselare, Mechelen, Brugge (Kamgebouw), ...



Hasselt: Poort naar de stad





Door haar poortfunctie speelt een stationsomgeving een voortrekkersrol voor een stad of een regio. De stationsomgeving is het visitekaartje van de stad. Het opvallende gerechtsgebouw, dat ontworpen is door het Berlijnse J. MAYER H. Architekten in samenwerking met a2o-architecten, Lens°Ass architects (Twins) en het studiebureau Eurostation, past perfect in de culturele identiteit van Hasselt. De naam Hasselt komt immers van 'Hasaluth', dat staat voor "plaats waar hazelaren staan". Ook in het wapenschild van de stad prijken drie hazelaren. In het centrale gedeelte van het nieuwe gerechtsgebouw herken je duidelijk de structuur van een boom. De hazelaar wordt dankzij het nieuwe gebouw dan ook terug een kenmerkend baken van de stad. Bovendien verwijst de boomstructuur naar de eerste vormen van rechtspraak, die plaatsvonden onder de beschutting van het bladerdak van grote bomen die centraal in een dorp of stad stonden.

Architect Jürgen Mayer H. is ervan overtuigd dat het gerechtsgebouw niet alleen een nieuw dynamisme op gang brengt voor de stationsomgeving, maar ook voor Hasselt zelf. Het gebouw wordt immers een ‘landmark’ voor de stad. “Bovendien is de keuze voor deze hedendaagse architectuur een fantastisch statement van de stad”, zegt Jürgen Mayer H., “Hasselt laat hierdoor zien dat ze geen provinciestadje is en dat de stad vernieuwend en toekomstgericht denkt.”



Gent: Multimodaal knooppunt




Na de restauratie en uitbreiding van Antwerpen-Centraal krijgt Jacques Voncke van Eurostation met Gent Sint-Pieters opnieuw de opdracht om een ‘spoorwegkathedraal’ in te passen in een toekomstgericht stationsontwerp. Het is dus de tweede keer dat Voncke van Eurostation de opdracht kreeg om een historisch patrimonium te integreren in een toekomstgericht stationsontwerp.

JV: “Ik ben vertrokken van het station als multimodaal knooppunt. Ik ken weinig stations waar in de toekomst de verwevenheid tussen de verschillende vervoersmiddelen zo groot zal zijn met loopafstanden tot een absoluut minimum herleid. Dit hebben we kunnen realiseren door driedimensionaal te ontwerpen. Trein, tram, bus, fiets en auto staan letterlijk boven en onder elkaar. Het comfort van openbaar vervoer wordt steeds belangrijker en het station van Gent met zijn 90.000 op – en afstappende reizigers is hier absoluut een van de komende koplopers.

Ik noem dat een integere benadering van architectuur. Voor mij moet architectuur immers niet alleen mooi zijn, maar ook een doel hebben. Natuurlijk moet je als ontwerper niet stoppen bij het functionele. De meerwaarde bij mijn ontwerp ligt in het scheppen van interessante sferen. Zo moet een station meer zijn dan een overstapmachine, het moet er ook aangenaam vertoeven zijn. Een juiste sfeer creëer je door in te zetten op details. Ik wist dat door het gebruik van (natuurlijk) licht en door het scheppen van hoogte in een redelijk vlakke constructie, het gebouw zou opleven.

Het station heeft momenteel een onderdoorgang die 120 meter lang en 4,5 meter hoog is. Boven deze onderdoorgang liggen 12 sporen en perrons. Een donkere tunnel dus, met weinig of geen daglicht. Wel, ik heb de ingenieurs aangespoord om een spoorconstructie te ontwerpen die een minimum aan ruimte in beslag neemt. Hierdoor kon ik ruimte vrijgeven aan de onderdoorgang. Omdat perrons minder draagkracht nodig hebben dan spoorinfrastructuur, kon ik onder de perrons maar liefs 2 meter teruggeven aan de onderdoorgang. Bovendien gebruik ik hier lichtdoorlatende vloeren, zodat het daglicht in de onderdoorgang getrokken kan worden. Het resultaat is dat het tunnelgevoel volledig zal verdwijnen. Men wordt als het ware uitgenodigd om van de ene kant van het station naar de andere kant te wandelen.


Ronse: Een terminus als nieuw begin


 


 


De projectpartners zien het station als terminusstation of eindpunt van het spoor. Het buitendienst stellen van de in onbruik geraakte spoorlijn richting Leuze biedt schitterende kansen. Vanaf het stationsplein wordt de voormalige spoorlijn heringericht als fiets- en wandelpad met ontsluiting naar het westen en het zuiden (verbinding sportzone). Deze groene ader fungeert als ruggengraat voor een nieuw stedelijk landschap langs de bestaande bebouwing. Aangezien Ronse over een groot aantal leegstaande panden beschikt, hebben de projectpartners ervoor gekozen om het hergebruik van deze panden te stimuleren, eerder dan nieuwe gronden aan te snijden voor stedelijke verdichting.

De gebieden gelegen ter hoogte van de oude spoorlijn zullen geherwaardeerd worden als een opeenvolging van groene, landschappelijke kamers, elk met een eigen identiteit, in een nieuw stadspark. Deze opeenvolging zorgt voor een ritme in de beleving van het fiets- en wandelpad dat aansluit op het station dat ook uiting geeft aan het meervoudige landschap van de Vlaamse Ardennen. Zoals dichter en journalist Paul Scott Mowrer wist te zeggen: “A fine landscape is like a peace of music, it must be taken at the right tempo”. Bovendien draagt de uitbouw van deze landschappen bij tot de broodnodige biodiversiteit.


Roeselare: Doorkijkstation maakt breuklijn tot open plein





De stationsbuurt van Roeselare met zijn ingewikkeld verkeerskluwen wordt vandaag als zeer onaantrekkelijk ervaren. Hier komt verandering in dankzij een langs vier zijden toegangkelijk nieuw stationsgebouw, dat oa. via open pleinen de dialoog met de omgeving aangaat.

“Een stationsomgeving is een interessante plek in de stad. Het is een sociaal laboratorium waar alle lagen van de bevolking samenkomen. Op bovenlokaal niveau verbindt een station steden met elkaar. Op lokaal niveau echter zorgt de spoorinfrastructuur nog te vaak voor een breuklijn in het stedelijke weefsel. Als ontwerper kan je een statement neerzetten en voor het stationsgebouw van Roeselare heb ik bewust gekozen om een ontwerp uit te tekenen waar ‘verbinden’ en ‘dialoog’ centraal staan”zegt Roosmarijn Bisschop (architect Eurostation). “En juist omwille van deze dialoog, eindigt het ontwerp niet bij het gebouw. Het loopt naadloos verder in het stationsplein, het spoorviaduct en opent zich naar toekomstige ontwikkelingen. Deze elementen zaten eveneens vervat in het stedenbouwkundige plan van Euro Immo Star. Ik heb ze nog krachtiger en explicieter gemaakt”, alsnog Roosmarijn Bisschop.

Momenteel opent het stationsgebouw zich enkel naar het stadscentrum. Samen met het hoge talud waarover de treinen sporen, vormt het een breuklijn die het stadscentrum scheidt van de wijk Krottegem. Het ontwerp voor de vernieuwde stationsomgeving heft die barrière op.

Om de doorgang onder spoorwegviaduct te verbreden en aldus de centrum- en de achterliggende wijken beter met elkaar te verbinden, schuift het stationsgebouw meer dan twintig meter op. De metalen constructie die vandaag het stationsgebouw en de treinperrons overkapt, blijft evenwel staan. “Die overkapping, het stationsgebouw en het spoorwegviaduct verbinden tot een geheel dat tegelijk zeer transparant is, was een hele uitdaging”, vertelt architect Edward Sorgeloose.



Mechelen: Ontmoetingsruimte





Het ontwerp van het nieuwe stationscomplex van Mechelen focust zich op de mens in al zijn wisselende gedaanten: de reiziger, de bewoner, de toevallige passant, de werknemer en de genieter. Het ontwerp van Salvatore Bono (Euro Immo Star) slaagt er in om een nieuwe dialoog op gang te brengen tussen het station en de stad. Ook het archetype van het station wordt verlaten. Waar een station traditioneel gekenmerkt wordt door een stationsplein, een ontvangstgebouw en een perronoverkapping, vloeit het stationsgebeuren in het ontwerp van Bono haast naadloos over in de openbare ruimte. Het station overstijgt hierdoor het ‘mobiliteitstransferium’ en wordt een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Dit past perfect in onze tijdgeest die de schaarste van de ruimte erkent en daardoor de noodzaak voelt om een publieke ruimte niet eenzijdig, maar juist dialogerend en met een wisselende beleving in te vullen. Het station wordt een open binnenplaats, een ‘urban lounge’.

Toen de Italiaanse architect ruim een half jaar geleden door Euro Immo Star gevraagd werd de stationsomgeving van Mechelen te ontwerpen, stelde hij snel vast dat de site een specifieke ontwerpuitdaging inhield. De projectsite en de ruimere omgeving worden gekenmerkt door een complexe infrastructuur, die omringd wordt door waardevolle groenstroken, een waterloop, tal van historische relicten, woonwijken en een industriële werkplaats van de NMBS (het Arsenaal). Het huidige station vormt een barrière waarop de historische stad en het stadsleven doodloopt. Dit was dan ook de belangrijkste ontwerpopdracht: het station mag niet langer het eindpunt van de stad Mechelen zijn, maar moet juist fungeren als de schakel tussen de historische en de toekomstige stad. Belangrijk was het om het station en de sporenbundel transparant te maken. Salvatore Bono liet de verschillende omgevingselementen het ontwerp mee bepalen, waarbij het nieuwe stationsgebouw een relatie legt in plaats van een barrière opwerpt. Het nieuwe station vloeit samen met de stad en opent zich naar de nog te ontwikkelen nieuwe stad.



3D-video van Mechelen in beweging over de toekomstige Mechelse stationsbuurt