Doorzoek volledige site
16 april 2011 | TIM JANSSENS

De Praatstoel: Francis Catteeuw (Compagnie O)

Francis Catteeuw richtte ruim drie jaar geleden samen met Joke Vermeulen het Gentse architectenbureau Compagnie O. Ze maakten met hun basisschool De Dender indruk op het WAF in Barcelona en realiseren momenteel een nieuwe brandweerkazerne in Puurs. Architectura sprak met hem over zijn visie op z’n eigen en andermans architectuur.

Francis Catteeuw richtte ruim drie jaar geleden samen met Joke Vermeulen het Gentse architectenbureau Compagnie O. Ze maakten met hun basisschool De Dender indruk op het WAF in Barcelona en realiseren momenteel een nieuwe brandweerkazerne in Puurs. Architectura sprak met hem over zijn visie op z’n eigen en andermans architectuur.


1. Op welke eigen projecten bent u het meest fier?

Aan het RTC (Regionaal Technologisch Centrum) in Kortrijk, een atypisch schoolgebouw, heb ik heel fijne herinneringen. Ze moest heel snel gebouwd worden in erg moeilijke omstandigheden en we hebben dat mijns inziens tot een goed eind gebracht. Het concept werkt nog altijd, het gebouw ziet er nog steeds heel goed uit.
Ik denk ook aan de woning Van Colen in Wingene. De opdrachtgever was een veearts die tevens een ‘zelfbouwer’ is. Wij hebben een concept voor hem bedacht waarbij hij veel dingen zelf kon doen. Alles is toegespits op de genus locii, de kenmerken van de plek, wat geleid heeft tot een vrij associatief-rurale constructie. 
    
   
2. Van welk nieuw project heeft u hoge verwachtingen?

De nieuwe brandweerkazerne in Puurs. Het interessante is de gelaagdheid van het gebouw. Enerzijds is het een uitermate functioneel ontwerp aangezien we aan heel wat technische wetmatigheden moesten voldoen, anderzijds moet de kazerne ook een uithangbord worden van de gemeente Puurs.

    
    
 
Het RTC in Kortrijk en de woning van Colen in Wingene (foto's: Frederik Vercruysse).


3. Welk ander Belgisch project vindt u een schot in de roos?

De luifel van b-architecten in Hoboken vind ik wel mooi. Op zich redelijk nutteloos, maar het doet wat het moet doen, namelijk een plek markeren.

 
4. Welke buitenlandse architecten beschouwt u als uw grote voorbeeld?

Rem Koolhaas blijft wel fascinerend. Maar ‘voorbeeld’ is zo’n groot woord, het is niet dat we met bepaalde architecten dwepen.


5. Welke recente buitenlandse realisaties kunnen u wel bekoren?

Catteeuw: Ik was onder de indruk van OMA – Casa da Musica van Koolhaas in Porto. Dat is bij mij lang blijven hangen, ik vond het echt een festijn om er in rond te lopen. Het is poëtisch, grappig, arrogant, brutalistisch,... Er zitten warme ruimtes en koude dingen tegelijk in. Je kan er allerlei adjectieven op plakken, het is echt een roetsjbaan van pure ruimtelijkheid.
Ook Palais de Tokyo in Parijs van Lacaton en Vassal vind ik knap. Ze hadden geen budget, ze moesten van het complex – dat een oud wereldtentoonstellingspaleis uit de jaren 30 was – een hedendaags museum maken. Ze hebben enkel het marmer eraf gehaald, een beetje techniek geïnstalleerd en een mooie inkom voorzien. Ze hebben dus zonder veel uit te geven non-architectuur gemaakt die zeer goed werkt.
Voor het overige vind ik de luifel van Secchi-Vigano in Antwerpen een van de strafste realisaties in België. Je zit met een op zich lelijk gebouw, maar de luifel maakt heel de vraagstelling van die op z’n zachtst gezegd niet echt charmante gevel overbodig. Zo passeert men het probleem door het eigenlijk niet meer te stellen: je vecht niet tegen het probleem maar neemt het gewoon mee in een heel nieuw verhaal.  

    

    
    
   
Casa da Musica in Porto van Rem Koolhaas.

 
6. Welke jonge Vlaamse architecten maken momenteel indruk op u?

Het feit dat jonge architecten tegenwoordig vaak eerst een paar jaar in het buitenland aan de slag gaan en de wereld rondreizen, maakt het wel erg moeilijk om een eigen bureau op te starten eens ze zich hier opnieuw vestigen. 1to1architecture met Bart Hollanders is daar een goed voorbeeld van. Daarnaast vind ik Office heel interessant en was ik wel onder de indruk van een realisatie van Rotor in Brussel, hoewel het mijn ding niet helemaal is.


7. Wat is er zo boeiend aan uw job? Zou u uw kinderen aanmoedigen om in uw voetsporen te treden?

De onwaarschijnlijke variatie en discontinuïteit van het architectenberoep spreekt me geweldig aan. Het bepaalt inderdaad heel je leven, je kan die drive niet uitschakelen. Wat de raad naar kinderen – in mijn geval m’n zoontje – toe betreft: ik zou hem zelf laten kiezen, maar ik zou ook wel duidelijke taal spreken. Hij moet weten wat het architectenberoep juist inhoudt.

  
8.  Herkent u zichzelf nog in de ambitieuze jonge student die jullie ooit waren, komen droom en werkelijkheid overeen?

Ik ben nog altijd gefascineerd door de snelheid van architectuur en de manier waarop het je kijk op de dingen verandert. Sommige dingen kunnen zeer flitsend en spectaculair zijn, maar zijn binnen de kortste keren weer voorbijgestreefd. Ik vind nog steeds dat je dingen moet creëren die een blijvende waarde hebben.


9. Is er een ontmoeting die bepalend is geweest voor uw verdere architecturale ontplooiing?

Het belang van m’n ontmoeting met Joke valt niet te minimaliseren. Daarnaast is ook Martine De Maeseneer, die m’n lerares was in Sint-Lucas en waarbij ik achteraf ook stage gelopen heb, bepalend geweest.

 


Francis Catteeuw vindt deze luifel van Secchi-Vigano op het Theaterplein in Antwerpen een van de strafste realisaties in België.



Faits divers


1. Welke job zou u nu uitoefenen als u geen architect was?

Ik heb erover nagedacht, maar ik heb geen idee.


2. Waar heeft u uw architectuuropleiding gevolgd?

Sint-Lucas in Gent.


3. Bij wie heeft u stage gelopen?

Bij Martine De Maeseneer.


4. Waarover ging uw eindwerk?

De impact van snelheid op het conceptuele kijken.


5. Wat is uw favoriete architectuurboek?

We hebben blijkbaar zo niet meteen een idee. Wat ik wel een ‘geestig’ tijdschrift vind, is A10. Dit omdat het voortdurend spot met de zelfgenoegzaamheid van West-Europa. Het is schitterend om te zien hoe men in de Baltische staten het ene knappe project na het andere realiseert. Als we eerlijk zijn moeten we bekennen dat we er allemaal nog een beetje op neerkijken. Maar de architecten daar hebben niets te verliezen: het zijn jonge mensen die creatief en haast ongelimiteerd kunnen werken in een fris anti-conservatief klimaat.

 


De vlasfabriek in Grammene, het persoonlijk project van Francis Catteeuw en z'n partner Joke Vermeulen.
 
 

6. Wat is uw favoriete andere boek?

Geef mij de relativerende waarde van een nietszeggende Humo maar. Dat staat in fel contrast met de architectuurwereld waar elk woord van belang is.


7. Naar welke muziek luisteren jullie zoal?

Nina Simone blijf ik erg goed vinden.




Nina Simone met Ain't got no...I've got life


8. Waar houdt u zich in uw vrije tijd zoal mee bezig?

Onze schaarse vrije tijd gaat integraal naar ons persoonlijk project, namelijk de vlasfabriek in Grammene.


9. Wat is uw favoriete Belgische stad?

Oostende.

 
10. Wat is uw favoriete Europese stad?

Rome.


11. Doet u aan sport?

Neen, absoluut niet.


12. Zijn er bepaalde architectuurwebsites die u vaak raadpleegt?

Neen, niet echt.


13. Andere websites dan?

E-bay.