Doorzoek volledige site
17 februari 2011

Spraakverstaanbaarheid in scholen is een combinatie van galm en achtergrondlawaai

Spraakverstaanbaarheid in scholen/klaslokalen wordt beinvloed door twee factoren: de aanwezige galm (=echo), alsook het aanwezige achtergrondlawaai. In klassen met slechte spraakverstaanbaarheid wordt bepaalde informatie vaak verkeerd verstaan of geheel niet verstaan. Gevolg: de kinderen worden sneller moe en hebben minder capaciteit om de gehoorde informatie te kunnen verwerken en behouden.
Spraakverstaanbaarheid in scholen/klaslokalen wordt beinvloed door twee factoren: de aanwezige galm (=echo), alsook het aanwezige achtergrondlawaai. In klassen met slechte spraakverstaanbaarheid wordt bepaalde informatie vaak verkeerd verstaan of geheel niet verstaan. Gevolg: de kinderen worden sneller moe en hebben minder capaciteit om de gehoorde informatie te kunnen verwerken en behouden.


Nagalmtijd is één van de belangrijkste akoestische parameters

Onder nagalmtijd verstaan we de tijd die verstrijkt tussen het uitschakelen van een geluidsbron tot het moment waarop het geluidsniveau gedaald is met 60 dB, d.w.z. in principe is uitgestorven. Aan de hand van de nagalmtijd kan de totale geluidsabsorptie in een ruimte worden berekend. Dit gebeurt frequentie‐afhankelijk. De relevante spraakfrequentie ligt tussen 125 en 4000 Hertz (Hz).




De belangrijkste determinanten van de nagalmtijd zijn volume van de ruimte en aanwezige geluidsabsorptie. De nagalmtijd kan dus worden verbeterd door:

•    Het verkleinen van het volume bij gelijkblijvende geluidsabsorptie. Dit druist echter regelrecht in tegen de tendens naar grotere klaslokalen en is dus geen optie
•    Vergroten van het oppervlak geluidsabsorptie, wat meestal gebeurt door het aanbrengen van een akoestisch plafond van minerale wol (type Rockfon). Een groot aantal Rockfon producten hebben een geluidsabsorptie van 1,00 wat betekent dat 100% van de geluidsenergie wordt omgezet of doorgevoerd. Het zal dan in een traditioneel klaslokaal (180‐250 m3) volstaan een akoestisch plafond aan te brengen om een goede akoestiek te bekomen.

Gezien de gebruikte materialen in klaslokalen, buiten het plafond, vaak uit harde materialen bestaan (plafonds, vloeren, kunststof lamellen, stalen kasten, ramen), die voornamelijk uit hygienisch oogpunt worden toegepast en nauwelijks bijdragen aan de benodigde geluidsabsorptie, is een geluidsabsorberend plafond vaak een absolute voorwaarde om goede akoestiek te creëren in een klaslokaal.
Indien enkel harde materialen en geen geluidsabsorberende materialen aanwezig zijn, ontstaat een hoge mate van galm of echo in het klaslokaal. Dit leidt tot slechte spraakverstaanbaarheid door veel galm, waardoor nog meer onrust ontstaat in het klaslokaal, net als desoriëntatie en verminderde concentratie, waardoor de spreker zijn stem dient te verheffen om het nuttig geluidsniveau te doen stijgen, maar waarmee ook de nagalm stijgt. Dit noemt men het Lombard‐effekt.


België kent geen bindende norm voor nagalmtijden in schoolgebouwen

In Belgie zijn er, in tegenstelling tot een aantal buurlanden, geen normen met bindend karakter betreffende nagalmtijd in klaslokalen. Het Typebestek 110 (uit 1979) spreekt over een maximum nagalmtijd van 1 seconde, daar waar de tendens in andere landen gaat naar 0,4‐0,6 seconden (o.a. Acoustical Society of America), gezien men steeds meer rekening houdt met storende geluidsbronnen, variërende klasgroottes en onderscheid in gehoorcapaciteit tussen kinderen (voor een jong volwassene kan een nagalmtijd van 0,6‐0,8 volstaan, daar waar jonge kinderen (concentratie is minder) of kinderen met gehoorproblemen 0,4‐0,6 nodig hebben.




Achtergrondlawaai heeft sterke invloed op spraakverstaanbaarheid

Een tweede bepalende factor is de spraak‐ruisverhouding, of met andere woorden, de mate waarin het achtergrondgeluid de spraak beinvloedt. Deze parameter bekomt men door de aanwezige hoeveelheid achtergrondgeluid (uitgedrukt in dB) af te trekken van de aanwezige geluidssterkte van de spraak (ook uitgedrukt in dB).

Achtergrondgeluid (ruis) ontstaat door:

•    de aanwezige verwarming, ventilatie en airconditioning (HVAC): temperatuur en luchtkwaliteit zijn erg belangrijk, doch gaat deze mechanische ventilatie vaak gepaard met een monotoom laagfrequent geluid. Hetzelfde geldt voor de meeste TL‐armaturen. Hiervoor dienen dus geluiddempers te worden voorzien. Een alternatief hiervoor zou zijn, volumineuze ruimtes met zware vloerconstructies, maar in dit geval leidt dat tot slechte akoestiek.
•    lawaai dat van buiten naar binnen komt (verkeer, mensen op straat, speelplaats,...): door het gebruik van geluidsisolerend glas is de situatie verbeterd, doch blijven slechte raamafdichtingen ook hier voor problemen zorgen.
•    geluid van buiten het klaslokaal, maar binnen het gebouw (hal, gang, aanpalende lokalen,...): lawaai gaat vaak in de lengterichting de gang in en komt via vaak slecht geïsoleerde wanden en deuren het klaslokaal binnen. Ook slecht geïsoleerde vloeren kunnen hier de boosdoener zijn.
•    geluid binnen de ruimte (geschuifel van stoelen, papier,...), lawaai dat kinderen maken in de klas.

Hoewel de eerste twee aangehaalde punten in praktijk een even grote of soms zelfs grotere invloed uitoefenen, horen we leerkrachten vooral klagen over de laatste twee punten.


Bron: Rockfon

GERELATEERDE DOSSIERS

GERELATEERDE ARTIKELS