Doorzoek volledige site
20 september 2017 | FILIP CANFYN

Steen & Been (Filip Canfyn): Trap(pist)

Illustratie | Flickr - Jordan WIlms

Huiscolumnist Filip Canfyn heeft zijn hart kunnen ophalen tijdens een bezoek aan de Sint-Sixtus-abdij in Westvleteren. "Uitzonderlijk, omdat de cisterciënzers zelden visite intra muros binnenlaten én omdat de architect van de nieuwe abdij gids zal spelen in deze andere wereld. bOb Van Reeth, een monument, leidt rond in een monument-in-wording."

Aan weerskanten van de landweg liggen twee totaal verschillende werelden.

Aan de ene zijde heersen Hèdonè en Mammom, de sponsors van de andere zijde. Wegens iconisch bier en dorstige kuddegeest komen autobusbejaarden, fietsamateurs, motoclubbers, voettoeristen en analoge buitenlanders in dichte drommen naar een luidruchtig staminee, waar geschranst, gezwanst en net niet gedanst wordt. Ondanks een ellenlange wachtrij voor het winkeltje wordt bij het verlaten van het bierhuis nog een voorraadje voor het eigen huis ingekocht. Op deze wereld staat heel veel schuim.

 

“Cisterciënzers zijn toch al duizend jaar de hippies van hun tijd?”

 

Aan de overzijde verschuilt de stilte zich. Hoewel. Vandaag mag ik een uitzonderlijk bezoek aan de Sint-Sixtus-abdij in Westvleteren brengen. Uitzonderlijk, omdat de cisterciënzers zelden visite intra muros binnenlaten én omdat de architect van de nieuwe abdij gids zal spelen in deze andere wereld. bOb Van Reeth, een monument, leidt rond in een monument-in-wording. Hij wordt in het oog gehouden door de prior, de pater voor de externe relaties. De PR-ior dus. De agnost amuseert zich kostelijk, met milde ironie en plagerig respect. “Cisterciënzers zijn toch al duizend jaar de hippies van hun tijd?”

Het werkstuk van bOb, voltooid in 2011, oogt zonder meer subliem. Wie wil weten hoe poëzie eruit ziet, wie wil ontdekken waarom soberheid niet simpel is, wie wil ervaren hoe architecten klanten kunnen aanvoelen: één adres. Hoogtepunten zijn de integratie van de brute maar oerstille kapel van Arthur Degeyter, de verbouwing van de neokerk tot een zalige refter en een bezielde bibliotheek onder het oude dakgebinte, naast het concept van de magistrale kloostergang rond een meditatieve binnentuin. Met weinig akkoorden (zwarte baksteen, donkergrijze tegels, witte wanden en plafonds, houten vloeren en ramen) wordt een ruimdenkende symfonie gecomponeerd  als ode aan de kracht van eenvoud.

De prior klinkt aards wanneer hij bekent hoe inspirerend het werkt dat de bouwmeester het groen, de natuur naar binnen getrokken heeft: “Je vindt God meer in de bossen dan in de boeken.”

 

“Een criticus is als een ornitholoog. Hij weet alles van vogels maar niks van vliegen.”

 

bOb doet verbaal niet onder. Hij vertelt dat hij per se een grootse trap wou: “Zo’n trap, waarvan je droomt dat je dochter ooit daarlangs naar beneden schrijdt. Ik heb hier maar half mijn zin gekregen. De trap is er, de dochter niet.” Hij fluistert dat hij ooit alle vrouwentongen liet verwijderen, niet omwille van de dubbelzinnigheid maar omwille van de lelijkheid van die planten. En hij heeft een boodschap voor een architectuurjournalist, die de abdij maar hotelachtig vond: “Een criticus is als een ornitholoog. Hij weet alles van vogels maar niks van vliegen.”

 

Kortom, een goddelijke namiddag en een heidens genoegen.