Doorzoek volledige site
17 april 2018 | FILIP CANFYN

Steen & Been: Flasoferen of filoneren?

Illustratie | Pexels

Ooit al meegemaakt dat je een boek leest en de auteur ervan ‘en stoemelings’ tegen het lijf loopt? Neen? Filip Canfyn wel. Jean-Paul Van Bendegem. Onlangs: “Ik zit halfweg “Verdwaalde stad – Filosoferen langs straten en pleinen” (Houtekiet, 2017) en ik stap plots naast de professor in de tunnel tussen metro en trein. Hij schrikt niet wanneer ik hem aanspreek en vertel dat ik zijn boek aan het lezen ben. Hij glimlacht, zeker wanneer ik toevoeg dat hij een chaos van parentheses bijeenschrijft maar dat ik dat (alleen) van hem kan verdragen.”

Van Bendegem maakt een schriftelijke wandeling door Gent om over duizend-en-één dingen te reflecteren in een bijna-spreektaal. Eigenlijk ontwikkelt hij drie met elkaar verwante thema’s.

Eén. Bij elk monument moet de vraag gesteld worden wat hiermee gelegitimeerd wordt, binnen welk verhaal dat artefact past. Een monument dient de intentie van opdrachtgevers en uitvoerders, staat daarom in de publieke ruimte en moet dus gelezen worden om zijn betekenis vrij te maken.

Twee. Flaneren, als edele stedelijke kunst, kan staan voor het doelloos ronddwalen van een eenzaat, die zichzelf ver van de wereld weg wil denken op zoek naar zichzelf, al dan niet verdrinkend in verveling of melancholie. Flaneren kan ook gaan over het spel van zien en gezien worden, van opvallen en aandacht trekken in weeral de publieke ruimte, door beoefenaars met tijd en middelen.

Drie. Gent is gepimpt in functie van de Wereldtentoonstelling van 1913 en werd zo een vervalsing als 19de-eeuwse romantische reconstructie van een middeleeuwse stad. (Volgens de auteur voelt Brugge daarom anders aan. Vreemd. Brugge is nu net hét schoolvoorbeeld van een 19de-eeuwse stad, weliswaar gestructureerd door een middeleeuws stedenbouwkundig grid maar ingevuld met wat de burgerij toen stedeschoon noemde. Veel originele 20ste-eeuwse en latere architectuur zal je trouwens in Brugge niet vinden, in Gent gelukkig wel. Nu ja, een professor mag ook wel eens missen of te veel zelfvertrouwen hebben.)

Rond die drie thema’s schrijft Jean-Paul Van Bendegem een rollercoaster van ideetjes, tussenzinnetjes en verwonderingetjes terwijl hij meermaals zelf vaststelt dat hij weer te ver uitwaaiert of zich op de rand van de onleesbaarheid begeeft. Het blijft wel boeiend maar wordt zo vermoeiend. Men kan schrijven wat men denkt, hij schrijft zoals hij denkt. Het boek heeft mij wel dubbel blij gemaakt: blij het gelezen te hebben en blij het uitgelezen te hebben. Op de metro en op de trein.