Doorzoek volledige site
06 mei 2011 | TIM JANSSENS

Het MAS geeft z’n geheimen eindelijk prijs

Je kon er de voorbije twee dagen niet naast kijken: het MAS (Museum aan de Stroom), het speerpunt van het ambitieuze vernieuwingsproject van het historische Antwerpse havengebied, werd deze week officieel voorgesteld aan de pers. Dit gaf Architectura de gelegenheid om de monumentale constructie voor u tot in de puntjes te ontleden...

Zelden werd er zo lang uitgekeken naar de opening van een gebouw als de voorbije maanden het geval was. Door de inhuldigingsdatum ruim op voorhand bekend te maken en bij tijd en wijlen enkele van z’n geheimen prijs te geven, dreef men de spanning gestaag op. In afwachting van de grote publieke opening op 17 mei, mocht de pers al een middag uitgebreid kennismaken met het nieuwe uithangbord van de stad Antwerpen.


Stadssymbool

Het MAS kadert binnen een ruimer stadsvernieuwingsproject dat het historische havengebied in de buurt van het stadscentrum wil transformeren tot een moderne woon- en werkomgeving. Het werd gebouwd op de overblijfselen van het oude Hanzehuis en verwijst met z’n kubusvormige ontwerp naar de opgeknapte oude pakhuizen aan het Bonapartedok. Het geheel werd opgevat als een schatkist waarbinnen het collectieve geheugen van de stad tentoongesteld zal worden. Om deze symboliek extra in de verf te zetten, werden op de muren van het museum ongeveer drieduizend aluminium handen bevestigd. Ze verwijzen naar de alombekende legende van Brabo en de kwaadaardige reus, wiens hand door deze eerste afgehakt en in de rivier geworpen werd.



Licht en donker


De torenconstructie rust op een centrale betonnen kern van 13 x 13 meter (169 m²). Hieraan zijn grote metalen frames bevestigd die het vloeroppervlak uitbreiden naar 38,7 x 38,7 meter (ca. 1500 m²). De tien opeengestapelde verdiepingen springen in ten opzichte van elkaar en vormen zo aaneengeschakelde kubussen die grote oversteken creëren.
De buitenmuren van het gebouw zijn bekleed met Indische zandsteen in vier zorgvuldig gerangschikte kleurschakeringen, van oranjerood tot middenbruin. In de open gedeelten van het gebouw, tussen de verschillende overhangende verdiepingen, zijn glazen panelen van vijf en elf meter hoog geïnstalleerd. Deze werden op maat gemaakt in Italië en bestaan uit gegolfd glas. Hierdoor zijn ze uiterst windbestendig en bieden ze met een minimale hoeveelheid steunconstructies een maximaal uitzicht over de mooie Antwerpse skyline. Voetgangers kunnen de verschillende verdiepingen via een reeks roltrappen bereiken, zelfs als het Museum gesloten is. Op de bovenste verdieping bevinden zich een restaurant met een glazen dak en een feestzaal.
Hoewel het ontwerp gericht is op de optimale benutting van het invallende daglicht, hebben een aantal tentoonstellingsruimtes geen ramen. Dit om te voorkomen dat bepaalde antieke stukken beschadigd raken door de overvloedige lichtinval. De architecten hebben er houtnerf op de betonnen muren aangebracht om het achterliggende concept van het MAS als oude schatkist te benadrukken.

    



Eiken vloer


De grootste moeilijkheid schuilde in het aanbrengen van de vloerconstructies. “Toen we de betonnen vloeren stortten, wisten we dat het vloerniveau iets zou dalen ten gevolge van de last,” legt Wim Arits, een van de senior projectmanagers bij dit project, uit. “Daarom hebben we het stalen frame vijftien centimeter boven de afgewerkte vloer gesteld.”
Oorspronkelijk wilden de architecten de eiken vloer zo traditioneel mogelijk houden en planden ze hem op dubbele dwarsbalken met een draagcapaciteit van vijfhonderd kilogram te leggen. Bovendien waren de kwaliteitseisen erg hoog: men wilde uniforme vloerplanken van eersteklas eikenhout (met volgende afmetingen: 3.500 mm x 150 mm x 35 mm).
Na een aantal weken intensief te hebben overlegd, besloot het team onder de eiken vloer een ondergrond van gipsblokken aan te brengen. Deze oplossing levert een aantal voordelen op: allereerst biedt deze ondergrond meer mechanische weerstand voor de eiken vloer. De architecten kunnen er met andere woorden zeker van zijn dat de eiken vloer na een aantal jaren niet gaat kraken. Ten tweede is het makkelijker om de verschillende vitrines van het Museum te installeren omdat er onder de gipsblokken voldoende ruimte overblijft voor de benodigde kabels. Ten derde zou een systeem met houten draagbalken de relatieve vochtigheid van de vloeren verhogen, iets wat bij de volledig droge gipsblokken niet gebeurt. Dit maakt dat het aantal dilatatievoegen op iedere verdieping beperkt gebleven is. De blokken rusten op afstelvoorzieningen en zijn pas gelegd toen de betonnen vloer volledig uitgehard was.




Met het oog op het grote vloeroppervlak en de strenge kwaliteitseisen stelde houthandelaar Rudy de Keyser voor om Amerikaans wit eikenhout te gebruiken. De kortere vloerplanken werden langs de randen van de muren gebruikt, zodat de vloerdelen goed op elkaar aansluiten. In het midden van de vloer zijn de planken - in overeenstemming met de afmetingen van de tentoonstellingsruimtes - tussen de 3.000 en 4.000 millimeter lang. De vloerplanken worden door middel van een klassiek messing- en groefsysteem in elkaar gelegd en daarna vastgelijmd en vastgespijkerd op de gipsblokken. De toplaag van de vloerstrips is 8 millimeter dik en is behandeld met olie en een brandvertragend middel op basis van zout. “Ondanks deze verschillende deklagen blijft de kleur van de vloer in heel het gebouw nagenoeg hetzelfde,” zegt architect Mark Sette. “We zijn erg tevreden met het eindresultaat.”


 


Feiten en cijfers


• Tijdsbestek bouw: november 2006 – december 2009

• Ontwerpende architect: Neutelings-Riedijk Architecten

• Uitvoerende architect: Bureau Bouwtechniek

• Bouwconsortium : Cordeel - Willemen General Contractor Interbuild

• Aannemer vloeren: Rudy de Keyser Wood Industrie

• Tentoonstellingsruimte: ± 5.800m2

• Voetgangersgebieden + atrium: ± 3000 m2

• Paviljoens: 4 x 350 m2

• Oppervlakte museum: ± 1.500 m2