Doorzoek volledige site
07 juni 2018 | FILIP CANFYN

Steen & Been: 'Thuis' voor architecten

Illustratie | Wikimedia Commons

In het toffe stadsmuseum STAM (Gent) loopt nog tot midden september de al even toffe tentoonstelling ‘At home’, over collectief bouwen en wonen. Deze van oorsprong Duitse expo vertelt het verhaal van bouwgroepen en andere wooncoöperaties. Filip Canfyn was er uitgenodigd voor een zondagmorgenbabbel, "met publiek en met samenspraak van Cohousing Projects en de Gentse stadsbouwmeester. Die laatste moest uiteindelijk passen wegens stemverlies. (Gevaarlijk in Gent …)."

De zaal zat vol ‘early adapters’ van het cohousingconcept, zeg maar van het samen wonen en vooral het samen delen van leefruimten en -functies. Allemaal lieve mensen wellicht, niettemin had ik het buikgevoel omringd te zijn door bakfietsers met toch wat centen en babyboomers met nog wat dromen. Kortom, het leek mij niet het perfecte moment om het uitgebreid te hebben over het hoge elektrische-auto-gehalte van cohousing.

Ja, de elektrische auto is ook goed bedoeld, goed aangeschreven, goed ontworpen maar evenzeer moeilijk betaalbaar, onecologisch geproduceerd, welwillend gesubsidieerd, statistisch onbelangrijk en al helemaal geen oplossing voor het mobiliteitsprobleem, waar het toch allemaal mee begon. Er moet dus gevreesd worden dat, zoals de autoindustrie de ecologische bezorgdheid recupereert, de vastgoedindustrie binnenkort de idealen van het collectief wonen zielloos zal formatteren, vermarkten en in verdienmodellen gieten. Wie collectief wil wonen, mag niet geloven dat daarom iedereen collectief zal denken. En zonder collectief denken, zal wonen gewoon vastgoed blijven.
 

In zo’n biotoop zitten natuurlijk ook altijd architecten. Een jong exemplaar vroeg ons hoe architecten het verschil kunnen maken. Ik antwoordde spontaan: “De Vlaams Bouwmeester weigert al tien jaar vrijstaande woningen te ontwerpen. Noem mij een tweede architect die hetzelfde doet.” Gegniffel alom. Ik parafraseerde vervolgens Leo: “Niét bouwen wordt belangrijker dan wél bouwen.” Geroezemoes onder stoelen en banken. Ik verwees tenslotte naar mijn reeds meermaals afgedrukte eed van Hippocrates voor architecten. (De laatste zin luidt: “Zelfs onder druk zal ik mijn kennis niet aanwenden voor praktijken die indruisen tegen de menselijkheid en de basiswaarden van de samenleving.”)

En zo werd het langzamerhand toch zondagmiddag. Tijd voor de trein en een namiddag op mijn terras. Met een broeierig warm hart voor STAM, de tentoonstelling en die ‘early adapters’, die de wereld niet zullen veranderen maar ondertussen geen ander kwaad doen.