Doorzoek volledige site
14 juni 2018 | TIM JANSSENS

Architectencongres NAV: Nood aan een nieuwe architectuuropleiding?

Beeld: Tim Van Wichelen
Rob Cuyvers: "Het onderwijs moet jonge architecten voorbereiden op drie verschillende rollen: ontwerper, onderzoeker en manager." (Beeld: Tim Van Wichelen)
Nikolaas Martens: "Architectuurstudenten schatten de hedendaagse jobrealiteit doorgaans compleet fout in. Vandaar dat stagiairs dikwijls moeilijk inzetbaar zijn." (Beeld: Tim Van Wichelen)
Nico Verdickt: "Ik heb achttien maanden als bouwvakker gewerkt, waarbij ik veel heb opgestoken over de bouwpraktijk. Voorts heb ik nog heel wat andere opleidingen gevolgd. Jonge architecten zouden ook zo'n traject moeten volgen." (Beeld: Tim Van Wichelen)

Moeten we de architect van de toekomst opleiden als een homo universalis, of eerder als iemand die gespecialiseerd is in een bepaald vakgebied? En is de huidige architectuuropleiding in dat opzicht nog wel relevant? Het zijn pertinente vragen die aan bod kwamen tijdens het eerste panelgesprek op het Architectencongres van NAV. “Het architectuuronderwijs bevat nog altijd heel wat hiaten”, opperde Nico Verdickt.

 

De toekomstige architect als specialist of generalist? Het is een interessante vraag waarover ook de aanwezige congresgangers zich mochten buigen. En wat bleek? 53 % gaf te kennen dat het architectuuronderwijs polyvalent inzetbare generalisten moet opleiden, terwijl 43% oordeelde dat we meer baat hebben bij specialisten. Het mag duidelijk zijn: de meningen zijn verdeeld.

 

Foute inschatting

Tijdens de daaropvolgende panelgesprekken werd de kwestie verder uitgediept. Rob Cuyvers, decaan van de faculteit architectuur en kunst van de UHasselt, gaf aan dat het onderwijs jonge architecten moet voorbereiden op drie verschillende rollen: ontwerper, onderzoeker en manager. “Bovendien gaat een deel van de afgestudeerden niet aan de slag als architect. Ook zij moeten voldoende bagage meekrijgen om andere rollen op zich te kunnen nemen. Anderzijds trachten we praktijkgericht in te zetten op de persoonlijke competenties en interesses van studenten (bouwtechnisch, beeldend of stedenbouwkundig), zodat ze hun expertise nadien verder kunnen uitbouwen in het professionele leven.”

Nikolaas Martens, architect-zaakvoerder bij Martens Van Caimere Architecten, vindt echter dat er een veel te grote kloof gaapt tussen theorie en praktijk: “Het ontwerpaspect speelt nog steeds een zeer prominente rol in het architectuuronderwijs. Maar is goed ontwerpen wel de hedendaagse jobrealiteit? Het beroep van architect is veel breder dan dat, maar architectuurstudenten schatten dat doorgaans compleet fout in. Vandaar dat stagiairs dikwijls moeilijk inzetbaar zijn. Kortom: ik mis een proactieve benadering.”

 

"In het huidige architectuuronderwijs worden jonge ontwerpers onvoldoende voorbereid op het echte professionele leven"

 

Onvoldoende voorbereid

Nico Verdickt, architect-zaakvoerder bij Verdickt & Verdickt Architecten en docent aan de Universiteit Antwerpen, verwoordde het zelfs nog iets doortastender: “Toen ik zelf studeerde, merkte ik al dat ons onderwijssysteem nog heel wat hiaten bevatte. Ik voelde dat ik ervaring miste, en dus nam ik het heft in eigen handen. Ik heb achttien maanden als bouwvakker op een werf gewerkt, waarbij ik enorm veel opgestoken heb over de bouwpraktijk. Voorts heb ik nog heel wat andere opleidingen gevolgd om met iedereen op een correcte manier te kunnen converseren. Jonge architecten zouden ook zo’n traject moeten volgen, want in het huidige architectuuronderwijs worden ze onvoldoende voorbereid op het echte professionele leven. Ze hebben totaal geen benul van de workload die op hen afkomt. Omgerekend verdienen wij architecten nog geen 13 euro netto per uur. Dat zijn beschamende cijfers die heel wat confraters liever niet onder ogen zien, want anders zouden ze er stante pede mee ophouden. Bovendien is ook de vergoeding voor ontwerpwedstrijden veel te pover. Kortom: het is een harde wereld, waarin je enkel overeind blijft als je erin slaagt om de dingen positief, maar doordacht te benaderen.”