Doorzoek volledige site
04 september 2018 | FILIP CANFYN

Steen & Been: Psycho

Illustratie | Wikimedia Commons

Onze huiscolumnist graaft zich autobio over de psychologische kwestie of kleuren en ruimten het menselijk gedrag beïnvloeden dan wel determineren. Hij besluit dat architecten op dat vlak wat bescheidener mogen worden...

In volle komkommertijd mag een zomers mens al eens krantgewijs lezen dat ergens een voetbalploeg in het eigen stadion de kleedkamer van de bezoekers in dieproze liet schilderen “omdat dit testosteronverlagend zou werken” terwijl het thuisteam een shirt mag aantrekken tussen opzwepend witte muren. Proeven in gevangenissen (!) zouden immers uitwijzen dat kleuren stimuleren of relaxeren. Hormonen kunnen dus niet alleen met grijze tinten misleid worden.

Een aha-erlebnis! Pakweg veertig jaar geleden krijg ik lekker les van professor omgevingspsychologie Gerda Smets. Zij maakt toekomstige architecten wegwijs in de relatie tussen mens en ruimte. Zij doceert bijvoorbeeld dat een driezit slechts door twee mensen gebruikt wordt tenzij de derde beide gezetenen zéér goed kent. Ze doet mij vooral ‘The Hidden Persuaders’ van de socioloog Vance Packard lezen. Deze klassieker uit 1957 over de reclame-industrie trekt mijn ogen wagenwijd open. Alle ‘truken van de foor’ uit die tijd worden ontmaskerd. Ik herinner mij nog levendig de foto van een glas Cuba Libre in een advertentie voor een bekend rummerk, waarvan Packard de ijsblokjes uitvergroot om de vele pas dan zichtbare falussen te tonen. Zo’n verborgen verleiders worden blijkbaar onbewust geregistreerd zodat de kijker alleen nog maar naar de te promoten fles alcohol verlangt.
 

"Architecten verantwoorden hun oplossing vanuit virtualiteiten zoals looplijnen, zichtassen of symmetrie, niet-architecten zetten de zetels daar waar de tocht niet in de nek kan blazen wanneer een deur of raam openstaat. Gewone praktische motieven dus, die architecten wat bescheidener mogen maken."


Vandaag beseffen we al goed maar nog niet genoeg dat we constant bij de hand en bij de neus genomen worden om toch maar te consumeren. Winkelkarren worden groter zodat we meer moeten aanschaffen om ze lekker te vullen. Winkelwaar wordt herschikt zodat we meer impulsaankopen doen tijdens onze zoektocht. Winkelvuilbakken ruiken naar dennenaalden zodat we wegens die valse gezelligheid langer verblijven in de shoppingparadijzen. De manipulatie lijkt wel oppermachtig.

Gerda Smets heeft nochtans architecten vooral geleerd niet te denken dat hun ontwerpen voor maakbaarheid en determinisme zorgen. De invloed van vormgeving blijft relatief. Zo sprak ze van een experiment waarbij architecten in een vierkante leefruimte met raam, deur en haard een driezit, een eenzit en een tafeltje moesten schikken. Ook aan ‘gewone mensen’ werd dezelfde opdracht gegeven. Observaties? Een, de niet-architecten doen bijna allemaal iets anders, bij architecten kunnen gelijke patronen onderkend worden. Twee, architecten verantwoorden hun oplossing vanuit virtualiteiten zoals looplijnen, zichtassen of symmetrie, niet-architecten zetten de zetels daar waar de tocht niet in de nek kan blazen wanneer een deur of raam openstaat. Gewone praktische motieven dus, die architecten wat bescheidener mogen maken.