Doorzoek volledige site
19 september 2011

Dag van de Architectuur 2011: Peter Swinnen en Christoph Grafe over groepswoningbouw

“De huidige trend tot collectief wonen focust nog te veel op de woonobjecten zelf, en te weinig op de woonomgeving.” Met die vaststelling wil Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen, in een gesprek met Christoph Grafe (VAi) voor het Dag van de Architectuur-magazine dat op 21 september samen met Knack Weekend verscheen, de Vlaamse regering aansporen om een degelijk kader te voorzien voor duurzame groepswoningbouw.
“De huidige trend tot collectief wonen focust nog te veel op de woonobjecten zelf, en te weinig op de woonomgeving.” Met die vaststelling wil Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen, in een gesprek met Christoph Grafe (VAi) voor het Dag van de Architectuur-magazine dat op 21 september samen met Knack Weekend verscheen, de Vlaamse regering aansporen om een degelijk kader te voorzien voor duurzame groepswoningbouw.




'Woningen die in groep gebouwd zijn en een samenhangend geheel uitmaken’, die omschrijving van groepswoningbouw dekt vandaag de lading niet meer. De moderne groepswoningbouw houdt veel meer in dan het opeenstapelen van individuele woonentiteiten. Groepswoningbouw of ‘meervoudig wonen’ biedt vandaag een noodzakelijk alternatief voor het ‘huisje-tuintje-buiten de stad’-woonideaal uit de 20ste eeuw. Demografische evoluties (bevolkingsstijging, gewijzigde gezinssamenstelling, vergrijzing) en de huidige economische en ecologische situatie (stijgende grondprijzen, hoge mobiliteitskosten en energetische eisen) dwingen architecten, stedenbouwkundigen en beleidsmensen om creatiever om te gaan met ruimte in een stedelijke context.


Meerwaarde van collectief wonen

“In heel Europa wint de overtuiging dat groepswoningbouw, die het individuele en het collectieve weet te verenigen, dé woonvorm is van de toekomst.” In dit citaat uit het boek ‘Wonen in Meervoud, groepswoningbouw in Vlaanderen 2000-2010’, schuilt een optimisme dat niet helemaal terecht is. Volgens Vlaams bouwmeester Peter Swinnen is er nog veel werk aan de winkel om de Vlaming te overtuigen dat groepswoningbouw en collectief wonen een sterk alternatief is voor de eengezinswoning. “In Vlaanderen is er op gebied van goede groepswoningbouw bijna sprake van een nulsituatie”, stelt Swinnen vast. “De reden daarvoor is dat de doorsnee Vlaming er een sterk individuele stelling op na houdt ten aanzien van wonen.”

Christoph Grafe, directeur van het Vlaams Architectuurinstituut, is het hiermee eens en duidt op het belang van de menselijke drang naar autonomie. Groepswoningbouw zou daar aan tegemoet moeten komen. Een vraag die beleidsmensen en architecten zich volgens Grafe moeten stellen is: “Hoe kan je in een stadscontext collectief wonen voorzien waarbij de bewoner toch nog een autonoom gebied voor zichzelf heeft?” Het één sluit volgens Swinnen het andere niet uit. Hij ziet het vooral als een kwestie van ingenieus om te gaan met deze twee schijnbare uitersten en dit ook zo te communiceren naar het grote publiek toe. “Ik denk dat het belangrijk is om bij groepswoningbouw in te zetten op zaken die je in een doorsnee woning niet kan bereiken, zaken die een meerwaarde bieden.” Hij denkt dan in de eerste plaats aan collectieve voorzieningen in een stedelijke context. “Op die manier ga je wel grotere groepen over de streep kunnen trekken.” Een rol die volgens hem is weggelegd voor het beleid. Het is de overheid die voor signalen en impulsen moet zorgen om collectief wonen te bevorderen.


Het vervolg van dit artikel kunt u hier lezen.

Tekst: Egon Verleye
Bron: Vlaams Architectuurinstituut