Doorzoek volledige site
23 september 2011 | TIM JANSSENS

Xaveer De Geyter ontwierp keukentoren voor Nederlandstalige Elishout-campus

De gloednieuwe zestig meter hoge keukentoren van de Elishoutschool in Anderlecht torent al een tijdje boven alles en iedereen uit, maar sinds dit schooljaar wordt hij ook effectief in gebruik genomen. Na drie jaar bouwen is de bijzondere constructie - met kolomloze vloerniveaus en zes dragende betonkokers - immers eindelijk klaar. Ingrid Huyghe van Xaveer de Geyter Architecten, Philip Stevens van hoofdaannemer STRABAG en Wim Boydens van Studiebureau Boydens lichtten voor ons het hoe en het wat van dit project even toe.

De gloednieuwe zestig meter hoge keukentoren van de Elishoutschool in Anderlecht torent al een tijdje boven alles en iedereen uit, maar sinds dit schooljaar wordt hij ook effectief in gebruik genomen. Na drie jaar bouwen is de bijzondere constructie - met kolomloze vloerniveaus en zes dragende betonkokers - immers eindelijk klaar. Ingrid Huyghe van Xaveer de Geyter Architecten, Philip Stevens van hoofdaannemer STRABAG en Wim Boydens van Studiebureau Boydens lichtten voor ons het hoe en het wat van dit project even toe.


Wie tijdens een van de vele files op de Brusselse ring al eens even de tijd genomen heeft om naar buiten te kijken, heeft hem misschien al wel zien staan: de gloednieuwe zestig meter hoge keukentoren van de Elishoutschool in Anderlecht, het nieuwe pronkstuk van de Nederlandstalige campus van het voedingsscholencollectief. Naast de bouw van deze opvallende toren omvatte het programma de restauratie van twee modernistische internaatsgebouwen (van de hand van Courtens & Polak) en de vernieuwing van de technieken op heel de campus. Waar het Nederlandstalige gedeelte van de school er na de definitieve splitsing van de campus lange tijd troosteloos en onsamenhangend bij lag, heeft het door die architecturale opwaardering nu eindelijk de eenvormige identiteit waar het zo naar hunkerde.


Nood aan vernieuwing

De bal ging aan het rollen toen de provincie Brabant in 1995 werd opgesplitst. Als gevolg hiervan, werd de van oorsprong tweetalige campus opgedeeld in een Nederlandstalig en een Franstalig gedeelte. Het Elishout-project is het sluitstuk van de hergroepering van de Nederlandstalige instellingen op de site. Terwijl het Franstalige deel van de site een betrekkelijk eenvormige architectuur had, was de Nederlandstalige afdeling een amalgaam van sterk verschillende gebouwen die zonder zin voor enige samenhang in het oude landschap waren gedropt. De Vlaamse Gemeenschapscommissie kon dit niet langer aanzien en wilde de Nederlandstalige kant van de school grondig vernieuwen. Ze schreven een ontwerpwedstrijd uit en wezen de opdracht uiteindelijk toe aan het vermaarde Xaveer de Geyter Architecten. STRABAG werd na een openbare aanbesteding aangesteld als hoofdaannemer.



Met z'n hoogte van ongeveer zestig meter en z'n veertien verdiepingen is de nieuwe een echt landmark langs de Brusselse ring.


Het project bestond uit twee grote delen. In de eerste plaats is er natuurlijk het nieuwbouwgedeelte, oftewel de keukentoren. Maar voorts werden er ook twee gebouwen gerenoveerd en gerestaureerd. Het eerste gebouw dat werd aangepakt, is 'Gebouw 5'. Het dateert uit 1948 en werd volledig gerestaureerd. Hierbij werd veel aandacht besteed aan het behoud van de oorspronkelijke architecturale identiteit. Het tweede is de zogenaamde 'Kromme Vleugel', een addendum bij 'Gebouw 5', dat plaats biedt aan het internaat. Ook dit gedeelte werd volledig gerenoveerd en gerestaureerd (nieuwe structuur, nieuwe afwerking, nieuwe ottechnieken). Daarnaast werden er ook in 'Gebouw 3' en 'Gebouw 15' allerlei nieuwe technieken geïntegreerd.


Keukentoren


De nieuwe keukentoren verdient omwille van z'n niet-alledaagse vormgeving toch enige speciale aandacht. Het opvallende gebouw, dat zal uitgroeien tot het nieuwe gezicht van het Nederlandstalige gedeelte van de campus, is in feite niets meer of minder dan een verticale opeenstapeling van een reeks kleedkamers, twee economaten, acht leskeukens, een technische ruimte en een restaurantkeuken. Deze bevinden zich allen in een centraal glazen gedeelte met kolomloze vloerniveaus. Voor het overige wordt de toren gedragen door zes betonnen kokers waarvan er twee een traphal bevatten en één dienst doet als opslagplaats voor de technieken. Aan de voorkant valt vooral de buitentrap met de karakteristieke ronde openingen op. Met z'n veertien verdiepingen biedt de keukentoren een indrukwekkend panoramisch uitzicht over de campus en de rest van de omgeving. “We zijn blij dat we de keukentoren hebben kunnen bouwen. Als landmark langs de Brusselse ring is het een goed uithangbord voor de scholen en het internaat en creëert het bovendien een intrigerend contrast met de oudere toren van de Franstaligen,” glundert architecte Ingrid Huyghe.




De efficiënte manier waarop de lucht over de verschillende keukens verdeeld moet worden, heeft het opzet van de toren voor een groot deel bepaald. De technische ruimte bevindt zich op het achtste niveau. Van daaruit wordt de lucht volgens het principe van pulsie (de aanvoer van verse buitenlucht) en extractie (de afvoer van lucht uit vochtige ruimtes) gelijkmatig over de andere verdiepingen verdeeld. Voorts heeft men vanuit hygiënische optiek gekozen voor inox-staal en een gladde profielloze binnenbeglazing. “Dit om zo weinig mogelijk voegen te hebben waarin het vuil zich zou kunnen opstapelen. We hebben de structuur er aan de buitenkant bijgeplaatst: de gevelstijlen ondersteunen de constructie van buitenaf en de vloerplaten worden opgehangen aan de  betonnen kokers. Deze omvatten de mechanismen voor de pulsie en extractie, alle technieken en kabels en een goederenlift. Tussen twee van die kokers zitten nog twee panoramische liften. De deuren ervan zijn een onderdeel van de buitengevel, er is geen sprake van een sas of een gang. De sanitaire voorzieningen werden eveneens ingebouwd in de betonnen kernen,” verduidelijkt Huyghe.




Aan het wind- en waterdicht krijgen van het buitenschrijnwerk en de liftdeuren ging heel wat studiewerk vooraf. Ook over de opbouw van de plafonds moest goed nagedacht worden: “Vermits er op elk niveau een grote industriële dampkap moet zijn, zitten er heel wat technieken in het plafond,” licht Philip Stevens toe. “De doorgang bedroeg slechts 65 centimeter, dus het was echt puzzelen om alles erin te krijgen.” Maar zeker wat stabiliteit betreft, is de keukentoren geen alledaagse constructie. De vloerplaten rusten immers niet op kolommen, zoals bij veel andere gebouwen het geval is, maar hangen op aan prefab-betonelementen. Het was dan ook vrij delicaat om deze op hun juiste plaats te krijgen: “Alles moest perfect uitgevoerd worden,” aldus Stevens, “de kleinste afwijking kan bij deze manier van werken erg kwalijke gevolgen hebben. De vloerplaten werden immers gebouwd rond de roestvrij stalen uitsteeksels van de prefab-wanden. Dit wil zeggen dat alle wapening door die platen moest gevlochten worden, wat het een zeer complexe ingreep maakte. Voorts was er naar afwerking toe heel weinig tolerantie, in die zin dat er niet gewerkt is met chapes op de vloeren maar met een epoxy-laag van 8 millimeter op de geëgaliseerde betonlaag.”



Renovatie en restauratie

Naast dit nieuwbouwgedeelte omvatte het project dus nog twee renovaties en restauraties. Hiervoor kreeg het team hulp van restauratiearchitecte Barbara Van der Wee. Zij ontfermde zich over de ruimtes die hun eigenheid zoveel mogelijk moesten behouden (de gangen, het sanitair en de kamers in de 'Kromme Vleugel'). Daarnaast werden er nog slaapzalen omgevormd tot klassen. Dit nam Xaveer De Geyter Architecten op zich omdat daar andere eisen van toepassing waren.

Een grote bijzonderheid was het aanbrengen van de speciale keramische tegelbekleding op de gevels van de gerenoveerde gebouwblokken. “We moesten zo'n 45.000 oude keramische tegeltjes inpassen in de totaliteit van de gevel. Rond de ramen zitten dan ook nog eens 13.000 aparte vormstukken die in totaal ongeveer honderd verschillende vormen hebben en die voor de gelegenheid gemaakt werden in Friesland. Het produceren, het intekenen, het inpassen en het plaatsen van deze stukken betekende voor ons een grote uitdaging,” vertelt Stevens.


    

In totaal werden er 45.000 keramische tegeltjes en 13.000 vormstukken ingepast in de gevel van de gerenoveerde gebouwblokken.


De combinatie van nieuwbouw en renovatie op één werf maakte de zaken er niet eenvoudiger op, net omdat het in wezen twee totaal verschillende disciplines zijn. “Renovatie valt veel moeilijker op voorhand in te calculeren omdat je bij het openleggen of het afbreken van de oude structuren vaak verrassende dingen tegenkomt,” stelt Huyghe. Doordat er bijvoorbeeld groene doeken over de gevels gespannen waren, kon het benodigde aantal keramische tegels niet op voorhand bepaald worden. Wanneer men dan uiteindelijk aan de slag ging, bleken er veel meer nodig te zijn dan er bij aanbesteding vooropgesteld was. Qua duurzame ingrepen valt vooral de warmtekrachtkoppeling in 'Gebouw 3' op. Een tweede ingreep was de vernieuwing van het dak van 'Gebouw 5'.



Hoogspanning in combinatie met WKK-systeem

Niet enkel voor de keukentoren maar voor de gehele site werd geopteerd voor een warmtekrachtkoppeling (WKK) die zowel zorgt voor stroom als voor warmte. “In een gebouw als dit heb je tegelijkertijd een grote behoefte aan warmte en elektriciteit. Het is dan dat een WKK-installatie interessant wordt,” vertelt Wim Boydens van Studiebureau Boydens dat instond voor de technieken. “Een uitgebreide energiemeting heeft aangetoond dat een WKK in eigen beheer een rationele oplossing is. Gezien de oppervlakte van de site hebben we geopteerd voor een elektriciteitsverdeling in hoogspanning, waarbij de elektriciteit van de WKK opgetransformeerd wordt en geïnjecteerd wordt in het hoogspanningsnet. De WKK zorgt voor een opvang van het piekverbruik van de elektriciteit en is gedimensioneerd om alle lokaal opgewekte elektriciteit te kunnen verbruiken op de site zelf.”
De warmte afkomstig van deze installatie wordt rechtstreeks in het stookcircuit ingebracht. Het concept voorziet verder in een nieuwe centrale warmteproductie met verdeelnet op de campus.

De werken duurden in totaal drie jaar. Ondanks de complexiteit van het programma, verliep de samenwerking tussen de verschillende partijen erg vlot. “Het was niet gemakkelijk dit project samen te realiseren, vooral omdat je elk je eigen belangen hebt te verdedigen. Maar het resultaat staat er, en ik denk dat we er best trots op mogen zijn.”


    

De gladde profielloze binnenbeglazing vermijdt dat er voegen ontstaan waar het vuil zich tussen kan ophopen. Wat stabiliteit betreft, is de keukentoren een erg complexe constructie. De vloerplaten rusten immers niet op kolommen, zoals bij veel andere gebouwen het geval is, maar hangen op aan prefab-betonelementen.



Noot: dit artikel verscheen eerder al in Bildinx