Doorzoek volledige site
01 februari 2019 | LIESBETH VERHULST

Stadsbouwmeester over Open Oproepen: “Er zaten veel goede kandidaten tussen. Het gaat erom wie daar net bovenuit steekt”

Opera Gent Illustratie | Michiel De Cleene

De eerste Gentse stadsbouwmeester Peter Vanden Abeele is nu ruim een jaar aan de slag en lanceerde in november zijn visienota. Niet veel later brak de discussie uit over de selectie van de ontwerpteams voor vier grote architectuuropdrachten in de stad. Vooral het feit dat alleen buitenlandse ontwerpers waren geselecteerd voor de Opera, stuitte sommigen tegen de borst. Hoog tijd vonden wij voor een gesprek met de Gentse stadsbouwmeester. Lees hier het derde deel van het interview. 

In uw visienota stelt u dat het Gent ontbreekt aan een echte architectuurcultuur. In welke zin?

“Ik bedoel dat op een zeer brede manier en wil daarmee niemand voor het hoofd stoten. Laat mij de redenering omdraaien: deze stad heeft twee architectuuropleidingen, zeer veel goede ontwerpbureaus, van jonge honden tot gevestigde waarden, een stedelijk apparaat dat probeert in te zetten op architecturale kwaliteit, burger- en buurtinitiatieven met veel goesting, culturele spelers zoals Vooruit die inzetten op stad maken, en meer. Maar vandaag is er weinig koppeling tussen al die actoren. We hebben een soort van organisatie nodig, zoals we vroeger hadden met ‘Architectuur als Buur’, die het stof terug doet opdwarrelen in deze stad en het brede architectuurdebat stimuleert. Ja, er is Archipel, maar zij zijn nu pas aan het vervellen tot een meer Gentse organisatie, waar ze vroeger meer een echt regionale focus hadden.”
 

“Ik bedoel niet dat er in Gent geen architectuurcultuur is omdat er geen interessante actoren zijn, integendeel. We missen vooral uitwisseling. En als stadsbouwmeester wil ik dat koppelen aan het laten insijpelen in de eigen bouwproductie.”


“Wij willen de aanjager zijn om dat architectuurdebat terug aan te wakkeren. Dat gaan we niet doen door zelf een organisatie op te richten, maar door de vele kleine initiatieven die er zijn, aan te moedigen en te ondersteunen. Daarom zitten we ook samen met het Vlaams Architectuurinstituut om hun Festival van de Architectuur in september 2019 in Gent te organiseren. Het festival wordt het startschot voor de publiekswerking van Team Stadsbouwmeester.”

“Ik bedoel dus niet dat er in Gent geen architectuurcultuur is omdat er geen interessante actoren zijn, integendeel. We missen vooral uitwisseling. En als stadsbouwmeester wil ik dat koppelen aan het laten insijpelen in de eigen bouwproductie. Er zijn veel kwalitatieve projecten gebouwd maar het hadden er veel meer kunnen zijn. Als opdrachtgever kunnen we een stap vooruit zetten, maar ook de markt kan een stap vooruit zetten door samen met de Gentse architectuurscene te gaan kijken hoe we de zeer diverse ontwerpers die in deze stad aanwezig zijn, meer kunnen betrekken. Ook de dialoog met de bewoners moeten we aangaan, want hen moeten we mee krijgen als we willen gaan verdichten. We staan voor aantal echte opportuniteiten die we moeten grijpen en anderzijds voor een aantal uitdagingen die we moeten durven aangaan, en we kunnen daar als architectuursector een grotere rol in spelen dan we vandaag al doen.”


Nu we toch spreken over het architectuurdebat: de bekendmaking van de 20 geselecteerde ontwerpteams voor vier grote architectuuropdrachten in Gent liet eind vorig jaar veel stof opwaaien. Sofie De Caigny en Marc Dubois uitten kritiek op het feit dat er geen Vlaams team is geselecteerd voor de Gentse Opera. Wat denkt u daarover?  

“Er is al veel over gezegd en geschreven en ik kan zeker argumenten aanhalen over waarom er geen Vlaams team als hoofdtrekker voor de Opera is geselecteerd. Maar eerst wil ik me aansluitend bij de stelling van Sofie De Caigny over het glazen plafond waar ontwerpers tegenaan botsen bij standaard Europese aanbestedingen. Die courante procedure voor overheidsaanbestedingen start door steeds de lat hoog te leggen om ontwerpers toe te laten tot de procedure. Je moet bij wijze van spreken al tien keer een vergelijkbare opdracht tot een goed einde gebracht hebben om terug zo een opdracht te kunnen toegewezen krijgen. Voor opstartende, maar evengoed groeiende en exploratieve ontwerpbureaus is dat een criterium waardoor ze niet aan bod komen. De procedure van de Open Oproep stelt die criteria niet voorop en wil uitdrukkelijk open zijn voor elke vorm van ontwerptalent. Daarom hebben we er nu vier maal voor gekozen en we gaan ook onderzoeken hoe we dit mee kunnen nemen in onze eigen lokale aanstellingsleidraad.”
 

"Wij hebben in alle openheid geluisterd naar de Opera en ook Monumentenzorg en zo zijn we tot deze selectie van vijf teams gekomen waarbij geen Vlaams team de ‘trekker’ is. Bij verschillende teams zit wel een Vlaams bureau.”


“Maar terug naar de procedure van de Opera. Ik denk dat ontwerpers heel goed moet begrijpen hoe de selectie van een Open Oproep tot stand komt en wat de rol daarin is van de bouwmeesters. Er dienen zich steevast veel kandidaten aan, en vanuit de onafhankelijke expertise van twee teams bouwmeester, Vlaams en Gents, hebben we een selectie daaruit gemaakt van telkens 10 teams. Daarbij hebben we zeker de basisprincipes toegepast van bOb Van Reeth: zowel jonge bureaus, als gevestigde waarden en grote internationale namen zaten in die mix van tien kandidaten. Er zaten dus ook teams bij waarbij de ‘trekker’ een Vlaams ontwerpbureau was. Het is onze overtuiging dat we vervolgens in de selectie van tien naar vijf teams de belangrijkste belanghebbenden een stem willen geven. Daarmee bedoel ik de opdrachtgevers maar in het geval van de Opera bijvoorbeeld ook Onroerend Erfgoed. Wij hebben in alle openheid geluisterd naar de Opera en ook Monumentenzorg en zo zijn we tot deze selectie van vijf teams gekomen waarbij geen Vlaams team de ‘trekker’ is. Bij verschillende teams zit wel een Vlaams bureau.”

“Dat brengt mij tot het tweede punt. Als ik zelf kijk naar die vier Open Oproepen in Gent, zit er aan de ontwerpopdracht voor de Opera een zeer belangrijke technische- en erfgoedcomponent vast. De ruimte om vanuit een heel ander ontwerpdiscours te interveniëren is veel kleiner dan bij het Designmuseum, de Floraliënhal en zelfs het Gravensteen. Technische expertise is cruciaal en daar zijn de teams ook op gekozen.”
 

"Niet alleen de referenties en de ontwerpattitude die je daaruit afleidt, tellen, maar ook uit de motivatie moet echt goesting spreken."


“Een derde punt: als je de redenering over lokale architectuurcultuur eng doortrekt, zou je kunnen argumenteren dat ik als Gentse bouwmeester vooral Gentse teams zou moeten selecteren omdat zij de context – ruimtelijk, cultureel en sociaal – als geen ander kennen. Opnieuw: er zaten Gentse teams bij de tien kandidaten voor de Opera en er zitten nog altijd Gentse bureaus in de geselecteerde teams. Ik ondersteun wat het Vlaams Architectuurinstituut zegt, namelijk dat we onze Vlaamse knowhow en eigenheid kansen moeten geven, maar we hebben ook vier Open Oproepen nagenoeg gelijktijdig opgezet en van de 20 geselecteerde teams zijn er 13 expliciet Vlaams. Het is dus zeker niet zo dat ik absoluut grote, internationale namen wou voor deze stad. Integendeel, we hebben vooral gezocht naar welke teams het best passen bij welk type opdracht. Er zaten heel veel goede kandidaten tussen. Het gaat erom wie daar net bovenuit steekt. Niet alleen de referenties en de ontwerpattitude die je daaruit afleidt, tellen daarbij, maar ook uit de motivatie moet echt goesting spreken. Er zitten jonge teams bij de selectie net als Vlaamse gevestigde waarden en toonaangevende internationale bureaus. Er zitten bureaus tussen die misschien niet de flamboyante architectuur voorstaan, maar die wel zeer goede antwoorden bieden op onze vragen en projecten kunnen realiseren die budgetbeheerst zijn, kortom een architectuur die zeer correct en consequent is. Ook dat nemen we mee in onze zoektocht en afweging. Bovendien is het criterium van een Vlaams team juridisch niet afdwingbaar. We zullen in de toekomst zeker met de Open Oproepen blijven werken omdat we heel open willen kunnen selecteren, zonder enig plafond, en dat is ook een aandachtspunt dat we zullen meenemen in onze eigen leidraad. Iedereen moet op de nagel blijven kloppen die hij belangrijk vindt. Dat wakkert alleen maar het architectuurdebat aan.”


Lees hier het eerste deel van het interview met de stadsbouwmeester.