Doorzoek volledige site
14 februari 2019

De Praatstoel: Kaatje Spapen (DMOA architecten)

Maggie Shelter Illustratie | DMOA architecten
Maggie Shelter Illustratie | DMOA architecten
KRUUL Illustratie | DMOA / Nick Cannaerts
KRUUL Illustratie | DMOA / Nick Cannaerts
KRUUL Illustratie | DMOA / Nick Cannaerts

"Een vage schets op papier die later een echte, tastbare ruimte wordt. Dat gaat echt nooit vervelen. Iets bedenken, ergens over dromen. Om het vervolgens op de één of andere manier tastbaar te maken. Dat is volgens mij de essentie van alle creatieve beroepen. Dingen uitvinden. Van niets iets maken. Door na te denken en te fantaseren. Door te proberen en te experimenteren. En door te falen. En nog eens. En daarna nog eens. Om dan uiteindelijk tot het best mogelijke maar eeuwig onaffe resultaat te komen." Kaatje Spapen van  DMOA architecten over haar passie voor architectuur in onze Praatstoel. 

Over welk eigen gerealiseerde projecten bent u het meest fier en waarom?

Zonder twijfel op KRUUL, ons eigen kantoorgebouw in Leuven. Op een quasi onmogelijk, driehoekig lapje grond staat nu ons architectenkantoor, waarvan een deel ook door mij wordt uitgebaat als eventruimte. Het is zonder meer ons visitekaartje en laat zien waar DMOA voor staat. We houden ervan om uitgedaagd te worden en om het onmogelijke mogelijk te maken. We staken ook zelf de handen uit de mouwen. Mijn collega’s stampten zelf het beton voor de chocoladekleurige gevel in op maat gemaakte mallen volgens een ambachtelijke techniek en ik bouwde eigenhandig mee aan het interieur dat grotendeels werd uitgevoerd in claustrabakstenen. Dingen zelf ontwerpen én uitvoeren geeft dubbel zoveel voldoening.


Van welk project in uitvoering of in voorbereiding koestert u hoge verwachtingen?

Ons eigen humanitair project Maggie Program (www.maggie-program.org) -waarbij innovatieve Maggie Shelters worden ingezet in gebieden in nood- is vorig jaar goed uit de startblokken geschoten met een eerste geslaagde missie in Kameroen. Maar ook dit jaar staan er al een aantal buitenlandse missies op de planning in onder meer Yezidi, Irak, Kakuma en Bangladesh die telkens door een DMOA-collega ter plaatse in goede banen zullen worden geleid. Wat op het eerste gezicht niet meer dan een zoveelste tent lijkt te zijn, is in werkelijkheid een prachtig samenvloeien van architecturaal doordenken, slimme ingenieursskills en gezond boerenverstand. Ik heb oneindig veel bewondering voor mijn collega’s bij DMOA die met hart en ziel en vooral met tonnen doorzettingsvermogen aan dit project werken.


Welk project van een andere Belgische architect is voor u een schot in de roos?

De meeste gerenommeerde architecten zijn nog steeds mannen en de meest geprezen architectuurprojecten zijn vaak groot, opvallend en duur. Maar de projecten Filomena, Van Waelwijck en Lange Lozana van POOT architectuur, onder leiding van Sarah Poot, schieten me als eerste te binnen. Drie projecten in plaats van één, maar als antwoord op de klassieke uitbouw van een bescheiden rijwoning hebben ze veel met elkaar gemeen: Kleinschalig, verfijnd, simpel, transparant, bescheiden, leesbaar, poëtisch. En wit…

 

Welke buitenlandse architecten vormen voor u een grote bron van inspiratie?

Momenteel kijk ik vol bewondering naar het werk van Arrhov Frick Architects uit Zweden. Hun zin voor eenvoud, zuiverheid en structuur in combinatie met hun vaak typisch Scandinavische materiaalgebruik maken mij helemaal warm vanbinnen. Maar verder vind ik ook bureaus als Lacaton & Vassal bijzonder inspirerend met hun ingenieuze, dubieuze binnen-buitenruimtes. Het zijn vaak een soort van bevreemdende wintertuinen of woonserres die extreem veel vrijheid laten aan de bewoners om er zelf verder mee aan de slag te gaan. Ook de manier waarop ze hun projecten aan het publiek tonen, vind ik fantastisch. Geen afgelikte plaatjes maar wel echte, onsamenhangende interieurs van echte mensen.

 

Wat zijn volgens u de meest geslaagde recente bouwprojecten in het buitenland?

Ik hou van kwalitatieve, bijzondere architectuur met een toegankelijk, volks programma. De Great Market Hall in Boedapest is bijvoorbeeld zo’n gebouw. Een gigantisch dak –de oervorm- als overdekte markthal waar alle lagen van de bevolking aan hun culinaire trekken komen. In steden als Stockholm, Berlijn, Parijs, Barcelona, Kopenhagen,… vind je veel historische maar zeker ook recent gebouwde markthallen. En ik vind ze (bijna) allemaal even geslaagd. Daarom vind ik het jammer dat we dit in ons land zo weinig kennen. Er zijn de laatste jaren wel een aantal initiatieven in die richting opgedoken, maar meestal blijft het bij eerder kleinschalige pop-ups in een pand dat tijdelijk in onbruik is geraakt. Die ‘foodmarkets’ van tegenwoordig zijn leuk, maar ze zijn vaak té high end en daardoor niet meer toegankelijk voor iedereen. Dus bij deze een pleidooi voor de bouw van meer laagdrempelige, sfeervolle en vooral permanente markthallen in België.

 

Welke jonge architect in Vlaanderen maakt momenteel veel indruk op u?

Architect-kunstenaars Gijs Van Vaerenbergh. Zij begeven zich met hun werk op het intrigerende snijvlak tussen architectuur en kunst. Ik heb samen met Arnout en Pieterjan gestudeerd aan de K.U.Leuven en ken hen dus al heel lang. Maar toen ik na onze studies hun eerste kunstproject The Upside Dome zag, stond ik in volle bewondering voor hun kunnen. En die bewondering is -net als hun fantastische portfolio- sindsdien alleen maar toegenomen.


Wat vindt u zo boeiend aan uw job als architect? Zou u uw kinderen aanmoedigen om in uw voetsporen te treden?

Een vage schets op papier die later een echte, tastbare ruimte wordt. Dat gaat echt nooit vervelen. Iets bedenken, ergens over dromen. Om het vervolgens op de één of andere manier tastbaar te maken. Dat is volgens mij de essentie van alle creatieve beroepen. Dingen uitvinden. Van niets iets maken. Door na te denken en te fantaseren. Door te proberen en te experimenteren. En door te falen. En nog eens. En daarna nog eens. Om dan uiteindelijk tot het best mogelijke maar eeuwig onaffe resultaat te komen.

Ik ben zelf de dochter van een architect, maar ben nooit aangemoedigd geweest om in de voetsporen van mijn vader te treden. Mijn kinderen zouden uiteraard mogen kiezen voor architectuur. Ik zou het leuk vinden mochten ze een creatieve geest hebben. Maar eender welke andere richting die hen gelukkig kan maken zou mijn oprechte aanmoediging krijgen.

 

Welke ontmoeting is bepalend geweest voor uw verdere architecturale ontplooiing?

Ik ontmoette Benjamin Denef en Matthias Mattelaer voor het eerst tijdens mijn eerste jaar stage. Het moet zijn dat zij toch enige indruk op mij hebben gemaakt, want zoveel jaar later ben ik aan de slag als teammanager bij DMOA. Ik denk ook mee na over de visie van het kantoor, bepaal mee de strategie, hoe we onszelf in de toekomst willen profileren,… De overgang van ontwerparchitect naar de veelzijdige rol die ik op dit moment vervul bij DMOA, voelde voor mij als een grote stap vooruit in mijn architecturale en professionele ontplooiing.

 

Herkent u zichzelf nog in de ambitieuze jonge student die u ooit zelf was? Komen droom en werkelijkheid sterk overeen?

Als student dacht ik dat ik de rest van mijn loopbaan zou spenderen aan ontwerpen, ontwerpen en ontwerpen. Toen ik van een prof in het laatste jaar universiteit vernam dat een architect slechts 10 % van zijn tijd aan ontwerpen spendeert, ging ik gedesillusioneerd naar huis. Toch heb ik altijd een manier gevonden om mij vooral met dat aspect van architectuur bezig te houden. Zo was ik 6 jaar lang ontwerparchitect bij Osar Architects in Antwerpen en hield ik me veelal bezig met wedstrijdontwerpen, acquisitiedossiers, presentaties van projecten aan klanten,… Ook nu bij DMOA hoef ik me enkel bezig te houden met dat deel van het maakproces waar ik me echt in interesseer én waar ik goed in ben. In dat opzicht heb ik de dromen die ik had als student dus kunnen waarmaken door steeds te gaan voor een job die dicht aanleunt bij wat ik écht wilde doen en niet te gaan voor compromissen.

 

Faits divers

Welke job zou u nu uitoefenen als u geen architect was?
Zangeres en/of patissière.

Waar hebt u uw architectuuropleiding gevolgd?
Katholieke Universiteit Leuven

Bij wie hebt u stage gelopen?
T’Jonck-Nilis ir.-architecten; dmvA; DAS

Wat was de titel van uw eindwerk?
Studio Bucharest: A Heterotopia For Boulevard Unirii.

Favoriet architectuurboek:
The Kinfolk Table. Prachtige huizen van interessante mensen, vergezeld van hun favoriete recept. Om bij weg te dromen…

Favoriet ander boek:
Tongkat van Peter Verhelst. Ik las het toen ik 16 was, ik begreep er vrijwel niks van en toch is het boek mij steeds bijgebleven.   

Favoriete film:
Ehm…

Favoriet tv-programma:
Black Mirror. Of telt Netflix niet mee? Tegenlicht op VPRO dan.

Favoriete muziek:
De hemelse indiepop van inlands multitalent Jan Verstraeten staat momenteel op repeat. Muzikanten die ook veel aandacht besteden aan het esthetische aspect en schrijven aan een groter verhaal hebben bij mij sowieso een streepje voor.

Hebt u veel vrije tijd en hoe brengt u die het liefst door?
De weinige échte vrije tijd die ik heb breng ik het liefst door in een warm bad. 

Favoriete Belgische stad:
Antwerpen (en een eervolle vermelding voor Gent)

Favoriete Europese stad:
Kopenhagen

In welk land zou u het liefst geboren en opgegroeid zijn?
Zweden. Ik voel me blijkbaar thuis tussen andere grote, blonde mensen.

Actief of passief sportbeoefenaar? Welke sport?
Sinds ik bij KRUUL ook een eventruimte op de derde verdieping run en onze voorraad zich in de kelder bevindt, ben ik heel erg actief geworden in het trappenlopen.

Favoriete architectuursite?
Niks specifieks. Geen portaalsites in elk geval. Ik dwaal liever door de websites van andere architecten om te worden ondergedompeld in hun denkwereld.

Favoriete andere website?
2dehands.be voor unieke interieurvondsten. Je zou van een verslaving kunnen spreken.