Doorzoek volledige site
27 februari 2019 | TIM JANSSENS

Marc Dillen: “Het asbestprobleem is vele malen groter dan gevreesd”

Marc Dillen (VCB) acht het dringend nodig om het Tracimat-systeem uit te breiden naar kleinere sloopwerven en de integrale procedure eveneens toe te passen voor bouwvolumes van minder dan 1.000 m³.

In de marge van de ondertekening van de Green Deal Circulair Bouwen luidde Marc Dillen (directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw) de alarmbel met betrekking tot de asbestproblematiek in Vlaanderen. De eerste gegevens na de introductie van het Tracimat-systeem voor selectief slopen wijzen uit dat er in liefst 97 % van de zogeheten sloopopvolgingsplannen sprake is van gevaarlijke stoffen (en dan vooral asbest). “Het Tracimat-systeem moet dringend uitgebreid worden naar kleinere sloopwerven, want de risico’s zijn veel te groot”, benadrukte Dillen.

Het Tracimat-systeem is sinds april 2017 van kracht. Het doel ervan is om sloop- en afbraakwerken beter te reguleren en op te volgen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen puin met een laag milieurisicoprofiel (LMRP-stromen) en puin met een hoog milieurisicoprofiel (HMRP-stromen). Bouw- en sloopafval dat selectief is ingezameld en een correct traceringssysteem heeft doorlopen, krijgt een officieel sloopattest. De eerste stap in het proces – vooraleer de sloop- en ontmantelingswerken effectief van start gaan – is de opmaak van een sloopopvolgingsplan door een Tracimat-deskundige. Vervolgens gaat Tracimat aan de hand van tussentijdse controles op de bouwplaatsen en een deskcontrole van de afvoerbewijzen/verwerkingsdocumenten na of de gevaarlijke afvalstoffen en de niet-gevaarlijke afvalstoffen die de recyclage van het puin bemoeilijken selectief en correct verwijderd zijn.

“Nu de eerste 4 miljoen ton bouw- en sloopafval geattesteerd is, blijkt dat de Tracimat-deskundigen in 97 % van de sloopopvolgingsplannen gewag maken van gevaarlijke stoffen, waarbij het haast altijd om asbest gaat”, aldus Marc Dillen. “Het asbestprobleem is met andere woorden vele malen groter dan we vooraf gevreesd hadden. Vandaar dat we zo snel mogelijk naar een situatie moeten gaan waarbij ook kleine gebouwen onderworpen worden aan verplichte sloopopvolging (momenteel geldt de volledige procedure enkel voor gebouwen met een bouwvolume van meer dan 1.000 m³, red.). De risico’s zijn simpelweg te groot! Bovendien geeft dit nog maar eens aan hoe essentieel een kwalitatief en betrouwbaar traceerbaarheidsmechanisme voor bouw- en sloopafval is!”