Doorzoek volledige site
13 januari 2012 | EVA SCHREURS

Jaaroverzicht 2011: De projecten om naar uit te kijken (2)

Na het boeiende architectuurjaar 2011 kijkt Architectura al reikhalzend uit naar onder andere deze veelbelovende projecten, die in 2012 op stapel staan.
Na het boeiende architectuurjaar 2011 kijkt Architectura al reikhalzend uit naar onder andere deze veelbelovende projecten, die in 2012 op stapel staan.

1. Artesis-hogeschool in Antwerpen
 
In het voorjaar van 2012 zal men aan het Antwerpse Park Spoor Noord beginnen met de bouw van een gloednieuwe, moderne hogeschoolcampus. De eigentijdse architectuur, die opvalt door z’n gedurfde volumewerking, is van de hand van Poponcini & Lootens (POLO-architects). Het bureau ontwierp de campus in samenwerking met Jaspers-Eyers. VK Engineering stond in voor de technieken. 

De nieuwe Artesis-campus vormt het sluitstuk van de ontwikkeling van het Spoor Noord-domein. Hij zal aan het uiteinde van het park ingeplant worden, nabij de noordelijke toegang tot de Antwerpse binnenstad. De nieuwe brug aan de smalle uitloper van het park zal aansluiten op de hogeschoolsite. Een ‘stedelijke trap’ verbindt de site dan weer met de Antwerpse Leien. De auditoria, in een trapeziumvormige hoofdbouw, een rechthoekige zijbouw en in een langwerpige laagbouw, zijn gegroepeerd rond een groene binnenplaats. In totaal zal de campus plaats bieden aan negen aula’s, 49 standaard en 57 specifieke leslokalen, 12 PC-lokalen, een bibliotheek, verscheidene ontspannings- en studieruimtes en een cafetaria.



Het hoofdvolume verkrijgt zijn karakter door de schuine belijning van de trekkers, die de repetitieve ruitvormen creëren. Foto: Poponcini & Lootens


POLO-architects geeft de nieuwe Artesis-gebouwen in z'n ontwerp een hoogst karakteristieke morfologie. Er is sprake van een zekere gelaagdheid. De bovenbouw, die fungeert als overkraging voor de parkhelling en de stedelijke trap, doet toch eerder monolitisch aan en verkrijgt met z’n uniforme karakter een typische, eigen identiteit. De vele glaspartijen creëren een zo groot mogelijke transparantie en toegankelijkheid op het gelijksvloerse niveau. Het is voornamelijk de horizontale circulatie die benadrukt wordt. Ze moeten volgens de architecten dienst doen als ‘chillruimten’: plekken die studenten naar eigen goeddunken en gemoed koloniseren. 
Het ontwerp houdt veel rekening met duurzaamheid. Een laag E- en K-peil, duurzaam materiaalgebruik, een geoptimaliseerde technische installatie en gering onderhoud vormen de rode draad. De nieuwe campus zal plaats bieden aan 3500 studenten en wordt – als alles goed gaat – in 2014 in gebruik genomen.

2. Derde toren Westkaai-project in Antwerpen

De Britse toparchitect David Chipperfield zal binnenkort de derde woontoren van het grootschalige Westkaai-project op het Antwerps Eilandje realiseren. Zijn ontwerp richt zich vooral op het creëren van een groot ruimtevoel, met ruime appartementen en schitterende panoramische uitzichten tot gevolg. ELD partnership is het uitvoerende architectenbureau. 


Net zoals de eerste twee woontorens, die in 2010 werden gebouwd door het Zwitserse Diener & Diener Architekten, zal ook de derde van Chipperfield een eigentijdse woonfunctie vervullen. Hij biedt plaats aan 64 hoogwaardige appartementen met eiken parket, luxueuze keuken en badkamer en vloerverwarming. De plafondhoogte varieert van 2,7 tot 5 meter, wat het ruimtegevoel behoorlijk zal versterken. De gevel en de brede terrassen, die omgeven zijn door glazen balustrades, zullen bestaan uit betonnen zuilen met witte marmeren deeltjes. De clash tussen de verticale muren, de horizontale balkons en de raampartijen geeft de façade het nodige ritme. Diepe terrassen rondom het gebouw en grote ramen zullen de bewoners uitnodigen om het fel vernieuwde Antwerpen te aanschouwen: zowel de stad als het Scheldewater en het liggen binnen oogbereik. De oplevering van de toren is voorzien rond 2014. Nadien zal David Chipperfield Architects ook de vierde toren ontwerpen. De twee laatste Westkaai-torens zullen gerealiseerd worden door het Zwitserse Gigon Guyer Architects.

3. Politiekantoor in Charleroi 

Ateliers Jean Nouvel en MDW Architecture hebben de opdracht gekregen voor het ontwerp van het nieuwe politiehoofdkwartier van Charleroi. Het project omvat de bouw van een opvallende toren en een renovatie en past in de reeks stedenbouwkundige ingrepen die de stad moeten revitaliseren. De toren, waarin de politiediensten zich zullen vestigen, zal een markant herkenningspunt worden in het stedelijk weefsel. 



Foto: Ateliers Jean Nouvel, MDW Architecture, CFE


Het hoofdkwartier wordt gebouwd op het plein voor de Defeld-kazerne langs de Mayence Boulevard. Het 13.000 vierkante meter grote hoofdkwartier is door Ateliers Jean Nouvel en MDW Architecture ontworpen met het idee om een tweede herkenningspunt voor de stad te realiseren. Het gebouw zal gebruik gaan maken van passieve energie en moet zo duurzaam mogelijk worden. Rond het hoofdkwartier wordt een publiekelijk plein ingericht met terrassen op het dak van de omliggende gebouwen. De bestaande Defeld-kazerne wordt gerestaureerd, net als de ‘l’Esprit village’ achterop het terrein.

In maart 2012 worden de bouw en de renovatie van de gebouwen op het plein gestart. De oplevering wordt voorzien in november 2014.

Bron: Architectenweb.nl 


4. Kanaalsite in Wijnegem

Langsheen het Albertkanaal, nabij Wijnegem, wordt een volledige kanaalsite de komende jaren grondig onder handen genomen : het Kanaalproject wil van de huidige monofunctionele site een hoogwaardig stedelijk complex maken voor gemengd wonen en werken en met aanvullende faciliteiten en diensten. Het ontwerp is in handen van meerdere toonaangvende architectenbureaus waaronder Michel Desvigne (landschapsaanleg), Bogdan & Van Broeck Architects, Stéphane Beel Architecten en Coussée en Goris.
Het project mikt erop de relatie van de Kanaalsite met de omgeving versterken. Drie omliggende ruimtelijke structuren zijn daarbij bepalend: de sterke lijnfiguur van het Albertkanaal, de groene Schijnvallei die Antwerpen met het buitengebied verbindt en de residentiële wijk met vrijstaande huizen.



Maquette van het Kanaalproject.


De oorspronkelijke architecten van de Kanaalsite hadden aandacht voor de kwaliteit en esthetische verhoudingen van de industriële gebouwen die ze ontwierpen. Net deze karakteristieken geven de volledige site een bijzondere intrinsieke waarde voor de toekomst. 
Het beeldbepalende historisch-industriële karakter van de site en de krachtige, vreemde typologie van de gebouwen vormen de ontwerprichtlijn voor de verdere ontwikkeling van de site. De positieve eigenschappen ervan worden versterkt, de negatieve geminimaliseerd. De nieuwe transformaties en toevoegingen zetten door middel van hedendaagse architectuur de gelaagdheid in de tijd door.

Het stedenbouwkundig plan, ontworpen door Jens Aerts, is een sterk kader voor de beoogde ruimtelijke en functionele ontwikkeling van de site. Het duidt de deelprojecten aan en definieert de enveloppen voor de bebouwing en voor de verschillende buitenruimtes. Om het verlangen naar authenticiteit én diversiteit te realiseren werd doelbewust gekozen voor verschillende architecten die autonoom hun deel van het masterplan uitwerken. Elk van de geselecteerde architecten dient hierbij een boeiende eigenheid te geven aan zijn deelplan en tegelijk een sterke interactie met de andere delen van de site te creëren. Uiteindelijk werd gekozen voor de volgende architectenbureaus: Michel Desvigne (landschapsaanleg), Bogdan & Van Broeck Architects, Stéphane Beel Architecten en Coussée en Goris.

5. Van postgebouw tot cultuurhuis in Oostende

Midden 2012 zou de omvorming van het geklasseerde postgebouw van Gaston Eysselinck tot een bruisend cultuurhuis een feit zijn. Het ontwerp van deze transformatie was in handen van B-architecten. Bij de voorgestelde ingrepen is er maximaal rekening gehouden met de geschiedenis van het gebouw en de bestaande structuur. Belangrijk is dat bij het omvormen van een postgebouw tot cultuurfabriek de originele structuur leesbaar en ervaarbaar blijven. 



B-architecten stelt voor om in het hart van het gebouw een publieke ruimte, een amfitheater, te positioneren. Onder dit plein bevindt zich de grote theaterzaal. Deze grote zaal biedt plaats aan meer dan 400 personen en is direct bereikbaar vanuit de de voormalige lokettenzaal. Het amfitheater volgt de dakhelling van de theaterzaal en is een open publieke ruimte bij uitstek. Deze zonrijke plek, akoestisch beschermd van het stadslawaai door de omringende gebouwen, wordt het kloppend hart van PTT-Oostende. Deze buitenruimte wordt gegarandeerd geactiveerd door de nieuwe transparante passerelles die het publiek tot in één van de polyvalente zalen of de kleine theaterzaal brengen. Rond het amfitheater bevinden zich voorts de verschillende tentoonstellingsruimtes, de productie -en repetitielokalen en de kantoren. Het amfitheater wordt naast de geklasseerde lokettenzaal de ontmoetingsplaats tussen de verschillende gebruikers van PTT-Oostende : de cultuurliefhebber, de artiest, de medewerker en de technici.