Doorzoek volledige site
03 april 2019 | WOUTER POLSPOEL

Kurk en mycelium, beloftevolle materialen voor circulair bouwen

Indien de kurk bij verwerking tot bouwmateriaal zuiver wordt gehouden, is het materiaal in principe herbruikbaar tot in het oneindige. Illustratie | Pixabay
Zwamdraadjes kunnen organisch materiaal als stro of kaf laten samenbinden tot een compacte massa voor toepassingen in de bouw. Illustratie | Pixabay

Gevraagd naar enkele mogelijke circulaire, natuurlijke grondstoffen voor toepassingen in de bouw, schuift Mieke Vandenbroucke van VIBE kurk en mycelium naar voren. “Twee interessante materialen met veel potentieel”, klinkt het.

Mieke Vandenbroucke heeft recht van spreken, als experte duurzaam bouwen bij VIBE, dat (ver)bouwers, bouwprofessionals en overheidsinstellingen wegwijs maakt in gezond en milieuvriendelijk (ver)bouwen en wonen. “Vandaag bestaat er al een ruim gamma aan circulaire bouwproducten, maar dat is zo omdat het begrip circulariteit ruim kan worden opgevat. Veel circulaire producten zijn wel herbruikbaar door bijvoorbeeld omkeerbare verbindingen, maar op het einde van hun technische levensduur worden ze toch terug afval doordat ze niet recycleerbaar zijn op een hoogwaardige manier. Hergebruik moet altijd stap één zijn, maar idealiter zijn de producten daarna ook composteerbaar of recycleerbaar. In dat laatste geval heb je dan nog twee mogelijkheden. Wanneer het afvalproduct opnieuw tot grondstof wordt verwerkt, zodat er een nieuw product uit kan worden gevormd, maar die grondstof niet meer zo zuiver is dan oorspronkelijk, spreek je over downcycling. Bij upcyclen blijft de kwaliteit gelijk of wordt ze zelfs beter.”


Granulaat

Bij kurk is dat laatste volgens haar het geval. “Wanneer je bijvoorbeeld flessenkurken vermaalt tot granulaat kan je er isolatiemateriaal of wand- en vloerafwerking van maken. Let wel, het is belangrijk aandacht te besteden aan de manier van plaatsen. Wil je daarna terug hoogwaardig kunnen recyclen moet je zorgen dat dat proces nog omkeerbaar is, bijvoorbeeld door isolatieplaten niet met lijm te bevestigen, maar met losliggend ballast of omkeerbare pluggen. Doe je dat, dan kan je dat proces eigenlijk herhalen tot in het oneindige. Gelukkig worden we ons daar meer en meer van bewust. Zo wil de provincie West-Vlaanderen met haar recente campagne ‘Mag ik deze kurk van jou?’, in samenwerking met de West-Vlaamse Milieufederatie en de afvalintercommunales, de circulaire economie promoten. De kurken uit de 350 inzameldozen, onder meer bij handelaars en verenigingen en op winterevenementen, worden door sociaal maatwerkbedrijf De Vlaspit verwerkt tot isolatiemateriaal voor de bouw. En redelijk wat, jaarlijks verzamelt en verwerkt De Vlaspit zo’n 75 ton kurken tot ecologische isolatie in de vorm van losse korrel of granulaat die dan verwerkt wordt in bijvoorbeeld chapes. In West-Vlaanderen verdwijnen naar schatting per jaar 19 miljoen kurken in de vuilnisbak. In Vlaanderen gaat het om 400 ton. De Vlaspit geeft een afvalproduct dus letterlijk een nieuw leven.”

Het gebeurt normaal gezien dus niet, maar mocht de kurk toch echt niet meer te hergebruiken zijn omdat het materiaal z’n technische levensduur heeft bereikt, dan kan je kurk volgens Vandenbroucke ook nog altijd composteren en zo als voedsel teruggeven aan de natuur. “Maar dat mag enkel een optie zijn als je echt niet anders meer kan.”


Restproduct

Ook mycelium is volgens Vandenbroucke een interessant materiaal met veel potentieel voor de bouw. Elise Elsacker, onderzoekster van het Architectural Engineering Lab van de VUB, treedt haar daarin bij: “Myceliumcomposieten zijn materialen gegroeid op basis van natuurlijke vezels en zwammen en worden gefabriceerd door het mycelium te laten groeien op deze organische materie, zoals bijvoorbeeld stro of kaf. De hyphae in het myceliumnetwerk - de draadjes van de zwam - zullen het substraat deels verbruiken en voor het overige samenbinden tot een compacte massa. Na een periode van groei wordt het materiaal verwarmd tot boven een kritische temperatuur waardoor de groei stopt, de organismen gedood worden en het materiaal inert wordt. Het resultaat is een lichtgewicht en biologisch afbreekbaar materiaal, dat dan bijvoorbeeld kan worden gebruikt als afwerking voor wanden en plafonds.”


Er is een ‘maar’

Vandenbroucke wil wel kanttekeningen plaatsen. “De isolatiewaarde van kurk is vaak minder performant dan die van de meeste kunststoffen isolatiematerialen, waardoor je een dikkere isolatielaag nodig zult hebben. Ze is wel te vergelijken met die van veel andere traditionele materialen zoals cellenglas of glas- of rotswol of andere organische materialen als kalk, hennep en stro.”

“Alles hangt ook af van hoe het materiaal uiteindelijk verbonden wordt. Worden de kurkgranulaten bijvoorbeeld toegevoegd aan een isolerende gevelpleister, dan zijn ze helemaal niet te recycleren op een hoogwaardige manier. Wanneer ze worden gemengd met natuurlijke kalk of chapes  is dat wel het geval. Isoleren met louter losse kurkkorrels is tegenwoordig ook een zeer frequent toegepaste werkwijze en dat is natuurlijk alleen maar toe te juichen.”

Ook het feit dat kurk geen lokaal product is, speelt een rol. “De meeste kurkeikbossen liggen in Zuidoost-Europa. Zelf een kurkeikbos aanleggen vergt een grote investering én die zal ook niet heel snel terugverdiend zijn, want een kurkboom levert pas na 25 jaar de kwaliteit die nodig is voor wijnkurken. Vervolgens duurt het opnieuw negen jaar tot de nieuwe schors rijp is om geoogst te worden”, besluit ze.