Doorzoek volledige site
02 mei 2019

Snøhetta, B2Ai en Erik De Waele blazen Roeselaarse stationsbuurt nieuw leven in

Illustratie | Steenoven / ION
Illustratie | Steenoven / ION
Illustratie | Steenoven / ION
Illustratie | Steenoven / ION
Illustratie | Steenoven / ION
Illustratie | Steenoven / ION
Illustratie | Steenoven / ION

De internationale toparchitecten van Snøhetta ontwerpen voor het eerst een gebouw in ons land. Samen met het Roeselaarse architectenbureau B2Ai en landschapsarchitect Erik De Waele blazen zij de oude stationsbuurt van Roeselare nieuw leven in. ‘Roelevard’ - zoals het ambitieuze project heet - moet dé eyecatcher van de stad worden en bij uitbreiding van de hele regio. ‘Het project komt met zijn 9 groendaken, 3.800 vierkante meter groen, 81 flats, kantoorruimte voor meer dan 400 werknemers en winkel-, retail- en horecaruimte zo goed als volledig tegemoet aan eerdere wensen van de buurtbewoners’, aldus projectontwikkelaars ION en Steenoven, die de nieuwe plannen zopas bekendmaakten. Het schepencollege gaf hen begin deze week groen licht voor de volledige herontwikkeling.

Eerstdaags levert het Roeselaarse schepencollege een vergunning af voor ‘Roelevard’. Het nieuwbouwproject - dat voordien ‘De Groenling’ heette – heeft meteen een primeur beet, want het is de eerste keer dat de Noorse architecten van Snøhetta een gebouw in België mee ontwerpen. Het project maakt deel uit van een masterplan van BUUR en Bas Smets.
 

Roelevard

Het meest opvallende gebouw van ‘Roelevard’ is de 46-meter hoge toren die boven het stationsplein zal uittorenen. In totaal komen er 81 flats, 470 m² retailruimte, 200 m² horeca en 5.900 m² kantoorruimte in twee bouwblokken. In de kantoren zullen meer dan 400 mensen kunnen werken. Op de site komen bovendien 17 bovengrondse en 148 ondergrondse parkeerplaatsen en 345 fietsplekken. 

De voorzijde van het station en het nu nog onbebouwde terrein aan de achterkant van de sporen worden één geheel. De nieuwe gebouwen worden figuurlijk opgevat als de kliffen van een canyon, waartussen een glooiende groenruimte ontstaat. Het landschap gaat over in efficiënte bouwvolumes die naar boven toe versmallen via inlopende terrassen. In de sokkel komen kantoorruimtes, daarboven appartementen. De natuurlijke tinten van de gebouwen zullen een eenheid vormen met het groen.

De groene canyon verbindt de twee stadsgedeeltes. Vanaf het recentelijke aangelegde park aan de voorzijde meandert de weg onder de viaduct door tot bij Trax, de nieuwe culturele ruimte achter het station. Voor het belangrijke aandeel aan groen in het project werd landschapsarchitect en botanist Erik Dewaele aangezocht. Roelevard is 2141m² groendak rijk en krijgt dankzij de talrijke boomsoorten een landschappelijke aanblik.

“De herontwikkeling van de stationsbuurt past volledig in de visie van de Vlaamse Bouwmeester: wonen, werken, winkelen gecombineerd op een evenwichtige manier. Door de strategische ligging zullen de bewoners en de bedrijven die er zich zullen vestigen kunnen genieten van een vlotte mobiliteit. Bovendien zijn florerende stationsbuurten een troef voor elke stad, kijk maar naar de herontwikkeling van Antwerpen-Berchem, Leuven of de nieuwe plannen voor Gent’, zegt Davy Demuynck, CEO van ION.
 

Lager én groener

In maart 2018 diende de bouwheer nog een bouwaanvraag in die tot enkele kleine en grote bezorgdheden bij buurtbewoners leidde. Die verzuchtingen werden volgens de projectontwikkelaars ter harte genomen, met als gevolg dat de plannen zijn herzien.

Om tegemoet te komen aan de verzuchtingen van de buurt, nemen de projectontwikkelaar en de stad Roeselare landschapsarchitect Erik De Waele - die onder meer ook betrokken is bij de overkapping van de Oosterweelverbinding - erbij. Dankzij zijn expertise komt er extra groen, wordt er duurzamer met water omgesprongen en komen er op de daktuinen meerdere soorten planten. Ook de Stationsdreef - waar in de originele plannen geen sprake was van groen - krijgt er nu een reeks bomen bij.

Het college van burgemeester en schepenen keurde de vergunning begin deze week goed. De werken van het ambitieuze project starten in 2020 en zullen een drietal jaren duren.

GERELATEERDE DOSSIERS