Doorzoek volledige site
10 mei 2019 | NIELS ROUVROIS

‘Eren & Citeren’ gelanceerd op Architect@Work

Op Architect@Work werd donderdag 9 mei het boek ‘Eren & Citeren’, de nieuwste worp van Filip Canfyn (ingenieur-architect en huiscolumnist van architectura.be), gelanceerd. In combinatie met een online quiz wisselde Filip Canfyn tijdens de voorstelling van gedachten met een panel van architecten, bestaande uit Bart Cobaert (DENC!-STUDIO), Niklaas Deboutte (META architectuurbureau), Luc Vanhout (Architects in Motion) en Kaatje Spapen (DMOA).

In ‘Eren & Citeren’, een vestzakboekje dat tot stand kwam in samenwerking met Redactiebureau Palindroom, bespreekt Canfyn in zijn typische stijl een twintigtal belangrijke Belgische architecten die niet alleen een mooi oeuvre nagelaten hebben, maar die ook iets te zeggen hadden (of nog steeds hebben). Zo passeren onder andere Victor Horta, Henry van de Velde, Leon Stynen, Renaat Braem, Luc Deleu, Leo Van Broeck, Jo Crepain, Paul Robbrecht en Laurent Ney de revue.

Tijdens de officiële voorstelling op de vakbeurs Architect@Work in Kortrijk Xpo werden de aanwezigen getrakteerd op een quiz waarbij ze telkens de juiste naam aan het getoonde citaat moesten koppelen. Tussen de vragen door voelde auteur Filip Canfyn het vierkoppige panel van architecten aan de tand.
 

Crepain

“Natuurlijk zou ik een gevangenis bouwen voor een dictator. Ik zou er het beste van proberen te maken voor de gevangenen. Die gevangenis komt er hoe dan ook. De architect moet proberen te redden wat er te redden valt. Dat is zijn taak.” Een citaat van de betreurde Jo Crepain kwam al vroeg in de quiz aan bod. Bart Cobbaert: “Hij is uiteraard veel te vroeg gegaan. Vijf jaar na zijn overlijden werden de Jo Crepain Awards in het leven geroepen. Het benadrukt de stempel die hij op de sector heeft gedrukt. Hij was iemand die jonge mensen een kans gaf. Hij was ook welbespraakt en nam geen blad voor de mond, wat hem soms minder graag gezien maakte bij de grote voorschrijvers.” Filip Canfyn kon Bart Cobbaert alleen maar bijtreden: “Jo Crepain werkte ook voor mij toen ik nog ontwikkelaar was. Het was de mooiste tijd van mijn leven.”
 

Horta

Van generatiegenoten Victor Horta en Henry Van de Velde over Huib Hoste en Victor Bourgeois tot Renaat Braem, Jan Tanghe en bOb Van Reeth. De citaten in ‘Eren & Citeren’ overstijgen generaties, wat ook bleek uit de vele foute antwoorden tijdens de quiz. “Ik verbaas mij over het visionaire karakter van de uitspraken. Zoals het citaat van Victor Horta, dat vandaag heel relevant is: “Dure arbeidskrachten: dat is het begin van een nieuwe tijd door de moeilijkheden die zullen ontstaan om er te vinden. Architecten zullen daar in hun architecturale vormen rekening moeten mee houden.” Filip Canfyn bevestigt: “Dit werd 100 jaar geleden gezegd. De tand des tijds is soms een heel lange tand.”
 

Stynen en Braem

Tijdens de quiz polste Filip Canfyn ook naar de grootste inspiratiebronnen van het expertenpanel. Hierboven las u al over het respect van Bart Cobbaert voor Jo Crepain. Voor Niklaas Deboutte springt Léon Stynen erbovenuit: “Voor mij is Stynen het perfect voorbeeld van een goede balans tussen pragmatisch bouwen en echt goede architectuur. En dat is heel uitzonderlijk.” Luc Vanhout stipte eveneens Léon Stynen aan, maar ook Renaat Braem liet een grote indruk achter. “Beiden waren actief in het Antwerpse, maar op een verschillende manier. De communist en socialist in Braem focuste op concepten van maatschappelijk belang zoals sociale huisvesting. Stynen daarentegen had een ander soort cliënten. Casino’s, hotels… welvarende kapitalistische opdrachtgevers. Twee verschillende paden, maar toch allebei ook vandaag nog heel relevant.”
 

Marie-José Van Hee

Het meest overtuigende woord van de avond was voor Kaatje Spapen, die een lans brak voor vrouwen in de architectuur. “Voor mij is Marie-José Van Hee fantastisch en ik vind het jammer dat ze in het boek enkel ergens tussen haakjes vermeld staat, achter Robbrecht Daem”, klonk het. “Zij is al een voorbeeld en inspiratie sinds mijn vroegste studiejaren. Velen kijken naar haar op. Marie-José Van Hee is ook een zelfverklaarde feministe, waarmee ik niet wil zeggen dat ik dat ook ben. Ze is zo goed omdat ze zo hard met haar ambacht bezig is. Ikzelf liep stage bij iemand die stage liep bij haar en ik denk nog vaak aan de verhalen die ik daar te horen kreeg. Hoe ze teruggetrokken op een zolderkamertje houtskoolschetsen maakte. Ze bracht structuur en ritme in de chaos en dat zie je duidelijk in haar werk. Het is tegelijkertijd poëtisch en tactiel.”

En ja, ook hier bevestigde Filip Canfyn: “Marie-José Van Hee is een ex-collega van mij en ze woont naar mijn mening in het mooiste architectenhuisje ter wereld. Ze is iemand van weinig woorden, maar wat ze zegt is altijd belangrijk.”