Doorzoek volledige site
15 mei 2019 | LIESBETH VERHULST

Woonwijk rond uitgestrekte collectieve tuin ontsluit binnengebied in Aalst

Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron

Half verscholen tussen twee rijwoningen in, ligt het Salaartsbos in Aalst. Waar voorheen enkel een boerderij stond met daarachter graasweide en enkele garages, ontvouwt zich vandaag een woonwijk voor 32 gezinnen rond een uitgestrekte gemeenschappelijke tuin. Als klap op de vuurpijl mocht een deel van het Salaartsbos zich in 2010 de eerste passiefhuisstraat van België noemen. Het ontwerp is van architect Bart Van Schuylenbergh. 

Wie door de Botermelkstraat in Aalst rijdt, kan het Salaartsbos bijna ongemerkt passeren. Alleen een parkeerhaven en een klein, altijd openstaand, toegangspoortje verraden dat er meer schuilgaat achter het insteekstraatje dan de woningen die zichtbaar zijn vanop de hoofdweg.


De vraag: woonproject in binnengebied

Het Salaartsbos is het resultaat van een architectuurwedstrijd in 2005 uitgeschreven door de intercommunale Solva. “De vraag bestond erin om het binnengebied te ontwikkelen met een woonfunctie. Veel meer eisen waren niet omschreven aangezien de intercommunale tot dan toe voornamelijk ervaring had met de ontwikkeling van bedrijventerreinen”, steekt architect Bart Van Schuylenbergh van wal. “Bijgevolg had ik heel wat ontwerpvrijheid om de woonfunctie van de site vorm te geven.”
 

De oplossing: 32 woningen rond gemeenschappelijke tuin

“Op deze plek, een terrein van 1 are op 2,5 kilometer van het centrum van Aalst, mag je minstens een densiteit van 24 woningen verwachten. Minder was voor mij uitgesloten”, vertelt Bart. Het zijn er uiteindelijk meer geworden: 32 om precies te zijn. De helft van de ruimte is gedeelde eigendom. Er is bewust voor verschillende woningtypologieën gekozen om een mix van bewoners aan te trekken. Een brede speelstraat geflankeerd door kleurrijke passiefwoningen langs de ene kant en deels met hout beklede studio’s langs de andere kant, geeft uit op een grote collectieve tuin waar de kinderen uit de wijk samen kunnen spelen. Langs beide kanten van de tuin zijn nog twee bouwblokken gelegen met eengezinswoningen voorzien van een gemeenschappelijk parkeerhaventje. De woningen kregen een vierkant grondplan met brede, ondiepe tuinen. Een dergelijke buitenruimte wordt volgens de architect veel nuttiger besteed dan een klassieke smalle, diepe tuin.

Kleine voortuintjes en hagen voor de studio’s creëren een geleidelijke overgang tussen private en publieke ruimte. De speelstraat is 12 meter breed, veel breder dan een doorsnee straat. “Onze intentie was dat de bewoners van de studio’s zo toezicht kunnen houden op de spelende kinderen en dat gebeurt ook in de praktijk”, aldus Bart. Om visuele vervuiling van wagens te vermijden, is een ondergrondse parkeergarage ingericht met 36 plaatsen. Verder is er nog een gemeenschappelijke fietsstaling gebouwd.
 
De gemeenschappelijke ruimte is gedeelde eigendom van alle bewoners. Er is bewust gekozen om de meerkost door de kopers te laten dragen en de woningen toch betaalbaar te houden. Die gedeelde eigendom heeft praktische implicaties voor de bewoners. Net zoals in een appartementsgebouw is er een syndicus aangesteld door de Vereniging van Mede-Eigenaars. Elke bewoner betaalt een trimestriële bijdrage waarmee een spaarpotje wordt aangelegd voor herstellingen aan bijvoorbeeld het wegdek of de riolering. Daarnaast heeft de syndicus een tuinman aangesteld voor het onderhoud van de collectieve tuin. “Die meerkost, die beperkt is aangezien hij gedeeld wordt over 32 woningen, weegt ruimschoots op tegen de meerwaarde die de tuin ons biedt”, aldus bewoner Wolfgang Vandevyvere.


Lees verder op www.ruimtelijkrendement.be

 

- - - - - - - 
In opdracht van het Vlaams Departement Omgeving werkte Redactiebureau Palindroom tien inspirerende voorbeeldprojecten uit rond ruimtelijk rendement, i.s.m. Medialife en fotograaf Marc Sourbron. De projecten zijn gepubliceerd op de website www.ruimtelijkrendement.be en op architectura.be. 

GERELATEERDE DOSSIERS