Doorzoek volledige site
12 maart 2012 | TIM JANSSENS

Betonnen prefabwanden en passieve woningbouw: een geslaagde combinatie?

Onlans zijn architectenbureau A2M en aannemer Democo in de Brusselse gemeente Haren begonnen met de realisatie van Project Harenberg. Dit project omvat de bouw van dertig passieve sociale woningen en een landschappelijke inrichting van de omgeving. Gezien de strakke timing, de vooropgestelde lage bouwkost en de hoge eisen op het vlak van kwaliteit, opteert het bouwteam voor wanden uit geprefabriceerd beton. Dat prefabbeton lijkt in theorie alleen maar voordelen te hebben, maar geldt dit ook voor de praktijk?

Onlangs zijn architectenbureau A2M en aannemer Democo in de Brusselse gemeente Haren begonnen met de realisatie van Project Harenberg. Dit project, dat in februari door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelauwerd werd met de titel Voorbeeldgebouw 2011, omvat de bouw van dertig passieve sociale woningen en een landschappelijke inrichting van de omgeving. Gezien de strakke timing, de vooropgestelde lage bouwkost en de hoge eisen op het vlak van kwaliteit, opteert het bouwteam voor wanden uit geprefabriceerd beton. Dat prefabbeton lijkt in theorie alleen maar voordelen te hebben, maar geldt dit ook voor de praktijk?
De voorafgaande studies moeten immers nog veel nauwkeuriger en gedetailleerder gebeuren dan bij niet-passieve gebouwen en zijn vooralsnog erg intensief en tijdrovend. Redacteur Tim Janssens vroeg in opdracht van Be.passive, het tweetalige vakblad voor passiefbouw en duurzaamheid, aan Frederik Bijnens van hoofdaannemer Democo en Tom Molkens van studiebureel stabiliteit Stubeco of het gebruik van prefabbeton bij passieve woningbouw al echt opportuun is.


Bij Project Harenberg zullen de wanden van de sociale woningen op voorhand volledig op maat gemaakt worden. Welke meerwaarde kunnen zulke prefabwanden bieden bij de bouw van passieve woningen?

Bijnens: Bij passieve woningen is het vooral van belang dat de wanden luchtdicht zijn. Gegoten beton is luchtdicht in de massa en is dus in principe ideaal. De wanden zijn ontwikkeld in ons eigen atelier en hebben een dikte van veertien centimeter dik. Ze zijn negen tot twaalf meter lang, wat volstaat om gevels uit één stuk te maken.

Molkens: In dit project waren het ook vooral de snelheid van uitvoering en de lage kostprijs die het bouwteam ertoe bewogen om voor prefabbeton te kiezen. De wanden zijn volledig klaar als ze op de werf aankomen en kunnen dus erg snel geplaatst worden. De kosten verminderen omdat prefabbeton de bouwtijd en de foutenmarge op de werf fors reduceert.






Zijn er ook voordelen op architecturaal vlak?

 

Bijnens: Zeker en vast. Als je de wanden handig ontwerpt, kan je er erg mooie dingen mee doen. Mits een doordachte integratie van de ramen kan je ze bijvoorbeeld spiegelen en verschillend positioneren, zodat een architect hetzelfde element op vier manieren kan combineren. Door wat variatie aan te brengen kan hij een gevelritme creëren of breken, en dit met vier identieke elementen. Een doordacht ontwerp biedt dus niet alleen voordelen op esthetisch, maar ook op economisch vlak.

Molkens: Aan betonnen wanden kan je heel makkelijk allerlei andere functionele (bv. isolatie) en esthetisch-decoratieve elementen bevestigen. Zo worden de gevels van enkele sociale woningen in de Harenberg-wijk uitgerust met balkons en passerelles, die er zonder probleem aan kunnen worden verankerd. Je hebt oneindig veel mogelijkheden om aan de basisstructuur nog dingen te gaan toevoegen.


Aan passiefbouw gaat steeds een zeer uitvoerige studie vooraf. Het ontwerp van de prefabwanden moet tot in de puntjes in orde zijn. Beschouwen jullie dat ook als een voordeel?

Bijnens: Absoluut. Alles wordt op voorhand erg gedetailleerd uitgeklaard. De elementen zijn zo geproduceerd dat het niet anders dan juist kan zijn, wat natuurlijk maakt dat het bouwen op zich ook heel snel gaat.

Molkens: Die gedetailleerde voorbereiding kan zeker een voordeel zijn, tenminste als ze efficiënt verloopt. Bij betonbouw is het achteraf maken van doorvoeren voor leidingen of technieken een erg kostelijke aangelegenheid, dus alle berekeningen, afwerkingen en detailleringen dienen vooraf te gebeuren. Dit vraagt een uitstekende coördinatie en communicatie tussen alle partijen. Men verkrijgt immers wel eens andere uitkomsten, wat maakt dat je de plannen (meestal verschillende keren) zal moeten aanpassen. Deze aanpassingen komen dan weer bij andere partijen terecht, die er dan op hun beurt weer mee aan de slag moeten. Wanneer één van de partijen een klein foutje maakt, kan dat grote gevolgen hebben en zal je bepaalde zaken misschien wel helemaal opnieuw moeten uitwerken. Je hebt met andere woorden toch een behoorlijke voorbereidingstijd nodig om alles op punt te krijgen.




 


Die uitvoerige studiefase is dus voorlopig nog een mes dat aan twee kanten snijdt?

Molkens: Voorlopig misschien nog wel. Voor projecten als deze, waarbij je samen een groeiproces doormaakt omdat je het nog niet gewend bent om passieve prefabwoningen te bouwen en er gegarandeerd toch bepaalde foutjes in het ontwerp sluipen, heb je in feite ook geavanceerde tekenprogramma's nodig die eventuele aanpassingen automatisch aanduiden op het grondplan en die je machines digitaal aansturen. Voorlopig komt prefab echter nog niet veel voor in passieve woningbouw en is het voor de woningbouwsector nog niet haalbaar om te investeren in zulke software.
Nu, dat 'nadeel' kan ook wel een voordeel zijn. Je bent verplicht om over alles na te denken, zeker wanneer je passiefbouw combineert met prefabconstructies. En zoals ik al zei, zorgen die studies er wel voor dat heel het ontwerp tiptop in orde is. Eens we een beetje meer thuis zijn in passieve woningbouw, zal er veel minder sprake zijn van zulke inefficiënties en zullen de projecten nog sneller en goedkoper gerealiseerd kunnen worden.


Heeft prefabbeton als materiaal op zich nadelen?

Bijnens: Als er al nadelen zijn, wegen ze naar mijn mening zeker niet op tegen de voordelen. Het is natuurlijk wel zo dat de elementen zwaarder zijn en dat je in sommige gevallen misschien een iets zwaardere kraan moet voorzien. Beton is op zich ook niet echt goedkoop. Baksteen kost je bijvoorbeeld minder, maar daar staat dan weer tegenover dat het bouwen veel langer duurt, dat wanden uit baksteen absoluut nog niet luchtdicht zijn en dat er heel goed gepleisterd moet worden om ze dan wel luchtdicht te maken. Hout is dan weer duurder dan beton. Prijs-kwaliteit komt beton er uiteindelijk toch het beste uit.

Molkens: Waar de massa van het beton een nadeel is voor transport en plaatsing, is z’n kwaliteit op het vlak van thermische inertie een voordeel voor de verdere levensduur van het gebouw. In vergelijking met een ‘klassieke woning’ wordt de temperatuur niet enkel in de vloeren, maar ook in de wanden opgeslagen. Qua thermisch comfort is beton absoluut top.





Noot: Dit artikel verscheen eerder al in Be.passive 10.