Doorzoek volledige site
23 mei 2019 | FILIP CANFYN

Steen & Been: Alle huisjes hebben kruisjes

Illustratie | Wikimedia Commons / Spotter2

Onze huiscolumnist Filip Canfyn heeft met grote ogen de Woonsurvey 2018 doorgenomen en weet weer alles over waarin, waar en hoe we vandaag wonen. Hij weet vooral dat ruimtelijk gezien morgen weinig goeds voorspelt.

Leve de eengezinswoning, leve het hoge inkomen, leve de niet-stad, enzovoort, enzovoort. De Woonsurvey 2018 bevestigt wat al decennia overheerst. Vlaanderen blijft zichzelf wijsmaken dat die verdomde baksteen in de maag het woongedrag bepaalt maar uiteindelijk moet men de nodige middelen hebben om die drie of vier gevels op de zogenaamde buiten te verwerven en te houden. De Woonsurvey toont alleszins geen échte kentering: verkavelingsvlaanderen, de kolonisering van land en rand door de middenklasse, blijft hardnekkig bestaan en die voortgaande ramp voor ruimte, energie en mobiliteit doet blijkbaar nog altijd niemand twee keer nadenken.

Helemaal hallucinant klinken de data over de bereidheid van Vlaamse huishoudens om het eigen wonen toch wat intelligenter aan te pakken. Ik zet de cijfers poedelnaakt op een rijtje.

  • 72% wil een drie- of viergevelwoning.
  • 47% wil geen parkeerruimte of fietsenstalling delen.
  • 72% wil geen tuin delen.
  • 82% wil geen wasplaats of berging delen.
  • 97% wil geen leefruimte of keuken delen.
  • 13% wil in de stad wonen, 21% in het centrum van een dorp. 32% opteert voor de stadsrand (suburbanisatie), 34% voor het platteland (rurbanisatie). Twee derden wijzen dus het wonen in een verdichte kern af.

Leve de grootouders en ouders, die dit later nog aan hun (klein)kinderen uitgelegd krijgen! 

Het is dan ook weinig opbeurend dat de onderzoeksleider van de Woonsurvey 2018 in haar slotwoord zich van geen kwaad bewust lijkt. Ze prijst ‘de markt’ voor de kwalitatieve verbetering en het adequater aanbod voor klanten, die nu anders wonen. Die klanten zijn “mensen, die hun vrije tijd ook graag doorbrengen op een terras en in een restaurant, die houden van shoppen en op reis gaan”. Ze verzwijgt dat die markt vooral bezig is met vastgoed voor zulke klanten terwijl haar eigen rapport uitwijst dat huisvesting voor niet-klanten, die niét anders kunnen wonen, hét probleem is. Haar rapport duidt ook aan dat zolang die markt het woonmodel dicteert de fortuinlijke klanten niet aan transitie denken: erger nog, dit zelfgecreëerd njet tegen transitie wordt nog eens als excuus gebruikt om niet aan die transitie voor iedereen te werken. En die markt krijgt nu nog gelijk van de onderzoeksleider …

Nog dit toemaatje. Na 2001 verwerven 70% van de nieuwe eigenaars een woning door een bestaand exemplaar te kopen. Cijfers over bouwvergunningen leren dat maar weinig zwaar gerenoveerd wordt en dat vooral gepimpt wordt. Geen architect nodig dus. Meer nog, waar tot 2000 37% van de nieuwe eigenaars bouwden met een eigen aannemer, dan krimpt deze opdrachtenbron tot 6% in 2016. De zogenaamde promotiebouw veegt de laatste kruimels van tafel en that’s it. Architecten hebben er dus ook een persoonlijk want economisch belang bij dat ons onecologisch woonmodel ernstig op de schop gaat …