Doorzoek volledige site
28 augustus 2019 | FILIP CANFYN

Steen & Been: Huisjesaperitieverij

Illustratie | Pixabay

Onze huiscolumnist Filip Canfyn heeft al eerder met scherp geschoten op de kleine en grote uitbuiting van buitenlandse werkkrachten in de grote bouw- en ontwerpwereld. Ondanks zijn dure belofte om zich rond deze topic wat in te houden kan hij één schot voor de boeg niet laten liggen.

Ik citeer letterlijk uit een hallucinant bericht van correspondent (tvw), dat medio augustus in De Standaard verschijnt. Het gaat over een kleine aannemer (X) met zestien arbeiders in een klein dorp (Z). Ik verzin niets, ik becommentarieer niets, I rest my case.

 

(TITEL)

Aannemer bouwt woningen voor zijn buitenlandse arbeiders om goede werkkrachten te houden.

(INTRO)

X wil buitenlandse werknemers meer dan ooit aan zich binden en bouwt daarom nieuwe woningen voor hen. ‘Zo hebben ze meer privacy en zijn ze minder geneigd om een andere werkgever te zoeken’, hoopt X.

(ARTIKEL)

In tegenstelling tot de fruitteelt en de tuinbouw is het in ons land niet de gewoonte dat werkgevers uit de bouwsector hun personeel onderdak verschaffen, laat staan dat ze speciaal voor hen een huis bouwen. Dat is wel wat X uit Z zal doen. ‘We hebben die lap grond gekocht maar omdat het terrein begrensd wordt door de spoorweg, een gewestweg en een beek is het niet evident om er een huis op te bouwen voor de private markt’. Maar, bedacht X, wat als hij er een tweewoonst zou bouwen voor zijn werknemers? ‘Ruim de helft van mijn zestien arbeiders zijn buitenlanders. Ze komen uit landen als Polen, Moldavië, Roemenië en Portugal.  Allemaal wonen ze vaak in krappe ruimtes waar ze een badkamer en toilet met drie of vier personen moeten delen. Ze leven bijna letterlijk op elkaars lip en dat leidt tot frustraties.’ X vindt dat zijn werknemers beter verdienen. En hij wenst te anticiperen op de strenger wordende wetgeving die huisjesmelkerij een halt wil toeroepen. ‘We zullen de tweewoonst onderverdelen in elf studio’s waar ieder zijn eigen douche, wc en bed heeft en waar een tafel met minstens twee stoelen kan staan, zonder dat het die mensen meer kost.’

X zegt de regelgeving ter zake goed te kennen omdat hij vaak samenwerkt met de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen. ‘De privacy wordt gegarandeerd en zo’n eigen woongelegenheid is een enorme troef als je buitenlandse werknemers wilt rekruteren. Het eerste waar ze altijd naar vragen is huisvesting,’ zegt X. X nodigt de buren uit voor een aperitief op de bouwplaats. ‘Ik merk op sociale media dat mensen wat ongerust worden, maar dat is nergens voor nodig. Ik zal hen vertellen dat het helemaal geen lastige buren zijn die ze krijgen.’ Mocht de aanwerving van buitenlandse arbeiders in de toekomst niet meer aan de orde zijn, kan X de twee woningen met enkele eenvoudige ingrepen alsnog klaarmaken voor de reguliere woningmarkt.