Doorzoek volledige site
04 december 2019

Een klimaatrobuust woonlandschap: verdichten en herverdelen (deel 2)

Illustratie | Pixabay

Julie Mabilde van het Team Vlaams Bouwmeester publiceerde op haar website een artikel dat ze oorspronkelijk schreef voor het boek ‘Klimaat en sociale rechtvaardigheid’ van Denktank Minerva. Omdat ze er heel bevattelijk in uitlegt wat de relatie is tussen onze ruimtelijke ordening en klimaat- en andere problemen, brengen we het ook graag op architectura.be. Dan doen we omwille van de lengte van het stuk wel in meerdere ‘afleveringen’. Vandaag deel 2: Onze verspreide manier van wonen brengt meer dan enkel klimaatproblemen mee.  

Die verspreide ruimtelijke ontwikkeling brengt behalve klimaatproblemen ook heel wat maatschappelijke kosten met zich. Er zijn directe kosten in aanleg en onderhoud van die uitgebreide energie-, riolering- en weginfrastructuur, maar ook de indirecte en minder eenvoudig meetbare kosten zoals het verlies aan biodiversiteit en ecosysteemdiensten, of de impact op onze gezondheid. De hoge maatschappelijke kosten van ons ruimtegebruik worden publiek gedragen, de baten – de droom van de vrijstaande woning – komen vooral ten goede aan particulieren. Wanneer we het hebben over klimaat en sociale rechtvaardigheid, over het herverdelen van de lusten en lasten van een klimaatbeleid, dan moeten we het dus ook hebben over ruimtelijke herverdeling.
 

"De hoge maatschappelijke kosten van ons ruimtegebruik worden publiek gedragen, de baten – de droom van de vrijstaande woning – komen vooral ten goede aan particulieren."


Er is een verschuiving merkbaar in het debat over publieke infrastructuur en wat we bereid zijn te betalen voor die infrastructuur. Waar het vroeger als evident werd beschouwd dat nutsinfrastructuren toegankelijk werden gemaakt voor iedereen, waar je ook woont, wordt er vandaag verwacht dat de opbrengsten van publieke investeringen meetbaar zijn en de rendementen hoger liggen. De studie naar de kosten van ‘urban sprawl’, de weinig compacte bebouwing die zonder veel sturing vanuit ruimtelijke planning groeide rond en tussen steden, of de Mobiscore, die de duurzame bereikbaarheid van je woning in kaart brengt, getuigen van die verschuiving, maar ook uitspraken van voormalig minister voor ruimtelijke ordening Philippe Muyters in gesprek met de vorige bouwmeester ‘Afgelegen wonen moet duurder worden’, of sterker uitgedrukt, in de woorden van de huidige bouwmeester Leo Van Broeck: ‘Nu nog vrijstaand bouwen is crimineel’.
 

"Bewoners van steden en compacte dorpskernen consumeren minder ruimte en het rendement van alle nutsinfrastructuren ligt er veel hoger dankzij de grote bewonersdichtheid, maar ze betalen wel mee aan de dure en fijnvertakte infrastructuren in dunbevolkte gebieden."


Dat we dit debat over een herverdeling van de publieke kosten versus de particuliere baten voeren, is terecht. Bewoners van steden en compacte dorpskernen consumeren minder ruimte en het rendement van alle nutsinfrastructuren ligt er veel hoger dankzij de grote bewonersdichtheid, maar ze betalen wel mee aan de dure en fijnvertakte infrastructuren in dunbevolkte gebieden. In het discours van een krimpend overheidsbudget moeten keuzes gemaakt worden en dan is het niet onlogisch dat er tegenover het gelijkmatig spreiden van middelen een scenario komt waarbij meer selectiviteit wordt ingebracht in waar we wel en niet nog investeren. De klimaat- en milieuproblematiek, waarbij de steden meer te kampen krijgen met ongemakken zoals het hitte-eilandeffect, luchtvervuiling of de waterproblematiek, stelt dit debat verder op scherp. Bovendien zijn die steden – zeker de grootsteden – ook de plekken met een grotere concentratie aan armoede, waardoor je zou kunnen stellen dat er vandaag geld van de ‘armere stedelingen’ naar de ‘rijkere villa- en plattelandsbewoners’ vloeit. Maar zo zwart-wit is het beeld uiteraard niet. Hoewel die ‘selectiviteit’ niet per definitie een tegenstelling tussen stad en platteland hoeft te betekenen – maar eerder tussen zorgvuldig versus verspillend ruimtegebruik – zit er ook een gevaar van ruimtelijke segregatie in dit discours, waarbij – zonder enig ingrijpen vanuit de overheid – op de best ontsloten en meest stedelijke en verdichte locaties ook de duurste woningen verrijzen, die slechts voor een beperkte groep toegankelijk zijn.