Doorzoek volledige site
22 januari 2020

De vernieuwde lokroep van CC Muze

Illustratie | © Houben

Begin september heeft de gemeente Heusden-Zolder het nieuwe CC Muze in gebruik genomen. Dit cultuurcentrum is verhuisd van de Dekenstraat naar het Schachtplein en vindt voortaan onderdak in het geklasseerde ophaalmachinegebouw op de voormalige mijnsite van Zolder. Met respect voor het industrieel erfgoed zijn restauraties en interne verbouwingen uitgevoerd alsook nieuwe elementen toegevoegd, zowel binnen als buiten het oorspronkelijke gebouw. Voor het ontwerp tekenden Q-BUS Architectenbureau uit Lummen en ARAT uit Herentals die samen de architectenvereniging AAQ vormen.

Ophaalgebouw 1 en 2 en de compressorenzaal werden eerder al in een eerste fase gerestaureerd en herbestemd. Aanvankelijk waren ophaalgebouw 3 en de annex voorbehouden aan bedrijven, maar na de oplevering zijn de mogelijkheden voor de herlocatie van CC Muze onderzocht. De synergie tussen evenementenzaal Luchtfabriek – die ook in het majestueuze mijngebouw is gehuisvest – en het cultuurcentrum werd snel duidelijk.

De tijdelijke handelsvennootschap Houben-Vanderstraeten-Monument Vandekerckhove startte in augustus 2017 met de werken. De bouwkost bedroeg 10.300.000 euro exclusief btw.

 

Specifiek concept

“Cultuurcentrum Muze heeft een oppervlakte van ongeveer 4800 vierkante meter”, schetst Dirk Driesmans van Q-BUS Architectenbureau. “De theaterzaal met de theatertoren, de zwar- te zaal en het Muzecafé zijn ondergebracht in het gerestaureerde ophaalgebouw 3 met annex. De foyer, nieuwe balzaal, industriële keuken, opnamestudio’s, artiestenloges, opslaglokalen en administratieve lokalen bevinden zich in de nieuwbouw.”

Voor het architectenbureau moet mooie architectuur het uitgangspunt zijn. Medezaakvoerder Luc Nizet pikt in. “Specifiek aan het concept is dat de theaterzaal zich situeert op vijf meter boven de begane grond. Deze keuze werd gemaakt om aansluiting te zoeken met de compressorenzaal, die ook op dit niveau is gelegen. Ophaalgebouw 2 met zijn gerestaureerde ophaalmachine fungeert als foyer voor de theaterzaal. De ophaalmachines en de grote compressoren van het originele gebouw zijn op dit niveau gesitueerd om op een gemakkelijk monteerbare en onderhoudbare wijze met leidingwerk de verbinding te maken met de ondergrond van de mijn.”

 

50 centimeter dik

Voor de restauratie van het ophaalgebouw moest de bestaande invulling volledig worden verwijderd tot enkel de buitenschil overbleef. “De dikte van de funderingsplaat was een verrassing,” vertelt Jan Geebelen van Houben. “Die bleek maar liefst 90 centimeter dik te zijn. Het was dus geen optie om een nieuwe funderingsplaat te steken.

Gezien de vraag naar onzichtbare luchtkanalen onder deze betonplaat, hebben we een uitgetimmerd, bouwkundig ventilatiekanaal geconstrueerd.” De projectleider omschrijft de werf als een volledige nieuwbouw rond het bestaande gebouw. “De oude betonstructuur is behouden, maar wordt niet gebruikt. Elk origineel plafond moet je zien als een soort van verlaagd plafond waarboven de technieken zijn geïnstalleerd.”

 

Box in staalstructuur

In de annex zijn het podium en de 17 meter hoge theatertoren voorzien. “De box in staalstructuur hebben we gebouwd op twee bestaande muren”, vervolgt Jan Geebelen. “Verder is er een nieuw dak met technieken, akoestische panelen en ventilatie geplaatst, net als een open lattenstructuur van 10 meter hoge houten latjes omwille van de akoestiek in de zaal.”

De theatertoren biedt ruimte aan een rollenzolder en theatertrekken voor de decorstukken en verlichting. Architect Dirk Driesmans: “Om dit niveau vlot bereikbaar te maken is een theaterlift van 15 vierkante meter gemonteerd die ook aansluit op de kelder en begane grond. De ruimte onder de theaterzaal wordt ingenomen door het Muzecafé en de zwarte zaal, die met haar inschuifbare tribune polyvalent kan worden ingezet.”

 

Ondoorlaatbare grond

Het nieuwbouwgedeelte is volledig onderkelderd om de opnamestudio’s en bergruimten een plaats te geven. “Bij het uitgraven van de liftschacht en de pompput stootten we echter op een dunne laag ondoorlaatbare grond”, zegt Jan Geebelen. “Van alle kanten kwam water toegestroomd, het was niet te stoppen. Er zat niets anders op dan zowel een prefab liftput van 53 ton als een prefab pompput van 26 ton te maken. Na een maand drogen hebben onze mannen met behulp van een 300-tonskraan en dompelpompen de putten geplaatst.”

 

Hoge akoestische eisen

Alle betonnen muren in de nieuwbouw zijn zichtbaar gebleven, wat het interieur een industriële look geeft. “Er werden zeer hoge akoestische eisen opgelegd door de opdrachtgever”, geeft architect Luc Nizet aan. “De balzaal of fuifzaal en de theaterzaal kunnen onafhankelijk van elkaar functioneren en zijn volledig akoestisch gescheiden. Naar de omgeving mogen geen storende geluiden worden verspreid wegens de aanwezig-heid van woningen in de onmiddellijke nabijheid.”

Optredende artiesten loven de theaterzaal om haar goede akoestiek. Missie geslaagd!